Caesar van Everdingen: “Meisje met een brede hoed”, 1645-650 |
Wat rond is heeft een horizon,
Voor al wat komt van binnen,
Een land dat ik nog nooit bezong,
Hoe laat zich dat ontginnen,
Zo donker als het ooit begon,
Zo moeilijk te herwinnen,
De wil dat ik er wezen kon,
Reikt verder dan mijn zinnen.