Labels

donderdag 25 juni 2026

Kleine boosheidjes

 
Ismo Hölttö, Helsingfors, 1964

De kleine boosheidjes des levens.

Als je met de trein kun je je ergeren aan de NS. We kunnen mopperen maar weten ook dat het erbij hoort. En op iemand die voor de trein gaat staan kunnen we niet boos zijn. Dat is al erg genoeg.

Nu hadden we staking. Niet voor het NS personeel an sich, maar voor doelen die de landelijke politiek zicht heeft gesteld. Gekozen in vrije verkiezingen, laten we dat koesteren. Laat niet Hans Spekman alles bepalen. Hans Spekman denkt niet aan het belang van de mensen. Hans Spekman speelt een rol, de rol van voorvechter van sociale belangen. Sociaal-democraat in hart en nieren. Dat is hoe hij zich ziet en wil bewijzen, waarschijnlijk al vanaf zijn puberteit. Hij doet het alleen voor zichzelf: ik zal ze weleens laten zien waar een vakbond voor is! Hans Spekman doet het voor zichzelf. Hans Spekman had nooit voorzitter van een vakbond mogen worden.

Dat moest ik even kwijt. Dat ik psycholoog ben heeft er even niks mee te maken. Een foto van de meneer is niet nodig. Die zoek ik zelf wel uit.

woensdag 24 juni 2026

Eigen goedheid

 
Victor Vignon, “L’Entrée du Village”, ca. 1880

Elk tijdperk schept zijn eigen moraal en zijn eigen goedheid. En de moraal heerst over de mensen. Jij bent goed en jij bent fit, jij wordt veroordeeld. En iedereen berust, zoals de mens vroeger berustte in de macht van donder en bliksem. Grote geesten zullen luisteren naar minder begaafde geesten waarin nog altijd meer van de oerkracht huist. Niets is voor eeuwig. En niemand krijgt gelijk van de geschiedenis, hooguit even van het heden. Vrijheid blijft voor eeuwig een illusie.

Wordt ik hier vrolijk van? Niet persé, Maaike soms kan ik niet anders. Het is een warme avond.

dinsdag 23 juni 2026

Cirkeltjes


Jacques Henri Lartigue (1894-1986), "Avenue du Bois de Boulogne", ook wel getiteld “Dame in vossenmantel”, 1911
Originele drukken van dit werk bevinden zich in prestigieuze kunstcollecties, zoals de Yale University Art Gallery,
en worden regelmatig voor relatief hoge bedragen geveild bij 
Christie's.

Een iconische foto uit 1911 van Jacques Henri Lartigue (1894-1986), "Avenue du Bois de Boulogne", ook wel getiteld “Dame in vossenmantel”. Lartigue maakte deze foto toen hij nog maar zestien jaar oud was, gebruikmakend van een snelle sluitertijd om de beweging vast te leggen. Rond de eeuwwisseling kreeg Lartigue als jongetje al een camera kado van zijn vader. Het kan niet alleen toeval geweest zijn. Of is talent toch een zaak van potentiële manifestatie, net als bij Mozart? Niet iedereen is in de gelegenheid zijn talent te manifesteren. En soms moet je jong beginnen.

Allemaal cirkeltjes. Ik heb altijd een bijzondere aantrekkingskracht gevoeld bij de Belle Epoque, heb er ook veel over gelezen, literatuur, over schilderkunst, over het culturele leven in Parijs. En soms weet ik niet meer of ik er altijd veel over gelezen heb omdat het mijn interesse had, of dat het mijn interesse heeft omdat ik er veel over gelezen heb.

De foto toont de beroemde Roemeense toneelactrice Anna la Pradvina, geboren Arlette Prévost, slenterend door de chicste straat van Parijs, samen met haar hondjes Chichi en Gogo. Anna was vanaf de vroege jaren 1870 een bekende verschijning in Parijse straatbeeld, met haar opvallende kleding een uithangbord voor de opkomende modewereld, veel gezien in vooraanstaande salons, courtisane in haar betere jaren. Hier zijn haar gloriejaren voorbij, zo lijkt het, net als die van de Belle Epoque, die drie jaar later abrupt ten einde kwam in het jaar van haar overlijden. Over symboliek gesproken. 

Ook hier weer een cirkeltje, voor wie goed kijkt.

donderdag 18 juni 2026

Renée

 


“Renée! Ze is teder, toegewijd, hartstochtelijk. En bovenal is ze verliefd. Ze maakt altijd taferelen. Is dat jaloezie, of is het waanzin? Misschien is het gewoon de behoefte om aangevallen te worden, om ongelukkig gemaakt te worden en om te huilen - allemaal zodat er weer bijgelegd kan worden. Ik ben veel te nuchter; te veel een toeschouwer en te slecht een acteur om in het soort spel te stappen dat Renée wil dat ik speel.”

– Jacques Henri Lartigues

In 1930 slenterde straat-en modefotograaf Jacques Henri Lartigues wat door de straten van Parijs op zoek naar mooie kiekjes, toen hij het chique en kokette Joods-Roemeense model Renée Perle tegenkwam. Hij vroeg of hij haar mocht fotograferen en was op slag verliefd. ‘De parasol’ noemde hij haar, omdat ze die steeds bij haar droeg. Lartigues nam haar mee naar de Cote d’Azur, waar ze een “eeuwige vakantie” beleefden. Renée ging bijna obsessief schilderen, zelfportretten, vrijwel lemma’s verdwenen, Jacques bleef haar maar fotograferen. Om onduidelijke redenen kwam hun affaire in 1932 echter tot een einde, waarna Renée van de aardbodem leek verdwenen. Ze ontsnapte aan de Holocaust en schijnt in 1977 in Zuid-Frankrijk te zijn overleden, 73 jaar oud.

In het jaar 2000 boden de erfgenamen van Renée Perle 340 nog nooit gepubliceerde foto’s ter veiling aan, gemaakt door Lartigues, allemaal van Renée, gemaakt in plaatsen als Cannes, Juan-les-Pins, Antibes, maar ook Biarritz and Annecy, waar ook met zo’n genoegen aan terugdenk. Ik had ook wel een goeie geweest om twee jaar met Renée in oude automobiel door Zuid-Frankrijk te hebben gereden mocht wellicht in een leven eerder hebben bestaan. En verder niks. Maar ik besta nu, de foto’s zijn er nog steeds. Laat ik er maar van genieten nu het nog kan.



 



 








       





dinsdag 16 juni 2026

Gras en het groen


Henri Matisse, “Vrouw in paarse jas”, 1937


Matisse heeft gezegd: “Als ik groen neem betekent dat niet dat ik gras ga schilderen, en als ik blauw pak betekent dat nog niet dat ik een hemel schilder”. Kleuren drukken uit wat hij voelt.

Eckermann heeft geschreven: “Als Goethe in Gods plaats de wereld zou scheppen, zou hij het gras groen maken en de hemel blauw”. Goethe bezag de wereld zo mooi als ze kon zijn.

Ik heb gezegd: “De wereld is mooi als ze kan zijn, zo groen en zo blauw als je het ziet, zo groen en zo blauw als je het voelt, zo lang het voelt in de kleuren die je passen”. En daarmee hebben ze allebei een beetje gelijk. Als zo vaak.

vrijdag 12 juni 2026

Leven in kleur

 
Hugo Grenville, “Waiting”, 2003


“I like living in colour” zei David Hockney. 

Bij het zoeken naar schilderijen van Hockney stuitte ik op Hugo Grenville (1958), die ik niet kende, maar wiens werk me trof, soms meer als dat van Hockney. Mag ik dat zeggen op een dag als vandaag? Als in memoriam voor Hockney toon ik gewoon een paar vrouwportretten van Grenville’s. Dat zal hij vast prima hebben gevonden. 

Hockney zowel als Grenville.












donderdag 11 juni 2026

Schemer en roodgloed


Paul Cézanne, “Blauw landschap”, 1904-1906


In de schemer en roodgloed van de ondergaande zon
Zie je de essentie
Vormt zich een beeld
Een gevoel
Het levenslot
Krijt je hart
En zie je het voorbij geluk
D onomkeerbaarheid van alle gemiste kansen
De bittere smaak van je fouten
De eeuwige troost van de hoop
De droom die verdwijnt met de zon aan de brandende kim.

Ik heb Leven en Lot uit, voor de tweede keer. Twee maanden lezen. Ik voel me een wijzer mens.

dinsdag 9 juni 2026

Geruchtenverhaal

 
Joop Moesman, “Het gerucht “, 1937-1941, 120 x 105 cm, privé bezit erven Heineken

“Het gerucht” is Joop Moesman meesterproeve. Zelf noemde hij het ‘mijn eigen Nachtwacht’. Zijn Grande Odalisque. Een meesterstuk. Het doet mij denken aan een roman van Hubert Lampo, De komst van Joachim Stiller”, dat ik ooit voor mijn leeslijst las, zonder te weten waarom. Een vroege ervaring zullen we maar zeggen.

Merkwaardig schilderij. Een naakte dame op de fiets met een viool op de bagagedrager, pedalerend door een troosteloos straatje in Utrecht, door Moesman gemodelleerd naar een foto gemaakt door zijn vader, die tekenaar, lithograaf en fotograaf was. Het werk past met zijn beklemmende sfeer natuurlijk geheel in de stijl van het surrealisme, waarbinnen Moesman als een grootheid geldt, maar de symboliek ontgaat me een beetje. Het internet verwijst naar de titel en ziet de vrouw als een gerucht dat als een lopend vuurtje door Utrecht snelt. We zien geen gezicht hetgeen de anonimiteit van het gerucht moet onderstrepen. Zelf zoek ik het wat eerder in Freudiaanse motieven, de spanning tussen ongebreidelde seksuele verlangens en het beklemmende burgerlijk-kerkelijke fatsoen van het toenmalige Utrecht, hoewel Moesman dergelijke verklaringen altijd verwierp. “Over schilderijen moet je niet lullen”, zei hij, “die moet je zien”. Hij verklaarde het met betrekking tot “Het gerucht” nog wat nader: ‘Nou, die viool vònd ik op een gegeven moment, de stok ontbrak. ’t Is toch een vrouwelijk symbool, een viool? Die juffrouw is op zoek naar haar strijkstok. Een juffrouw op de fiets, dat is wel wat. Jammer dat ze altijd kleren aanhebben.’

Enfin, over schilderijen moet je niet lullen. Maar een mooi verhaal doet ook wat.

In 1947 werd het werk op last van de Utrechtse burgemeester van een tentoonstelling verwijderd. In 2009 belandde het op een derde plaats in een door het Rijksmuseum georganiseerde verkiezing van het ‘mooiste naakt van Nederland’. Het kan verkeren. Freddy Heineken kocht het werk in de jaren zestig aan, hij moet voorvoelt hebben dat tijden kunnen veranderen.

maandag 8 juni 2026

Schuld en gedachten

 
Pierre Bonnard, “Spiegel boven de wastafel”, 1908

Ik zag Arnon Grünberg op televisie en hij sprak over de bergrede. In mijn studententijd heb ik daar nog een boekje over bestudeerd. Een groene paperback, zo herinner ik me. In de bergrede zegt Jezus: "Ieder die naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd". Hiermee verlegt hij de focus van iemands uiterlijke daden naar iemands innerlijke gedachten en intenties. Als die niet goed zijn deug je niet.

Ik zie dat anders, vooral ook als psycholoog. Je hoeft je nooit schuldig, slecht of beschaamd te voelen over je gedachten zolang je ze niet uitspreekt. Het is de bron van veel psychische ellende. De bergrede lijkt daaraan bij te dragen. Bij de psycholoog mag je het uitspreken, net als vroeger in de biechtstoel. Dat helpt. De psycholoog maakt geen deel uit van je leven. En soms moet je het gewoon even kwijt, als loutering.

Grünberg duidde het als een discrepantie tussen een ideële innerlijke zuiverheid en wat er in werkelijkheid door je hoofd gaat. Je moet een beetje het midden zien te houden, mede hij. Maar waar het altijd om draait is: houd het gewoon voor jezelf, wat er allemaal in je hoofd zit, en voel je niet schuldig. En als dat niet lukt, als het er toch uit moet, dan moeten ze maar naar mij komen. Ik kan ze vast van hun onschuld overtuigen. 

zondag 7 juni 2026

Niks veranderd

 
Bart van der Leck. ‘Buiten met de fiets’, 1912-1913, gouache op papier, 366 x 268 mm. 
Kröller-Müller Museum, Otterlo

Vanaf 1917-1918 schilderd Bart van der Leck nog vooral abstracte werken. Ik kijk liever naar werken als “Buiten met de fiets”. De druk des tijds is er vanaf.

Maar wat is abstract. De weergave van twee dames met de fiets is net zo eenvoudig als de titel van het werk. Abstractieniveaus ook: ontdoen van overbodigheid. Nieuwe zakelijkheid werd het later ook wel genoemd, een richt naar waartoe Van de Leck vanuit “Buiten met de fiets” net zo makkelijk had kunnen evolueren.

Een vrouw of een fiets was geen vanzelfsprekendheid in die dagen. Er werd zelfs gedacht dat ze er onvruchtbaar van konden worden. Een vrouw op een fiets stond in die dagen voor moderniteit. Een nieuwe eeuw. Een nieuwe tijd. De Groote Oorlog was nog niet begonnen. We zijn weinig opgeschoten sinds die tijd.

Dat is wat ik denk als ik kijk naar “Buiten met de fiets”. Alleen zijn mijn vrouw en ik recent overgestapt op elektrische fietsen. Het pensioen nadert. En verder lijkt er niks veranderd.



vrijdag 5 juni 2026

Zonder tromgeroffel


 
Helene Schjerfbeck, “Lezende meisjes”, 1907

Zo zal het stoppen,
Zo zal het stoppen,
Zo zal het stoppen,
Zonder tromgeroffel,
Zonder te weten,
Zonder ten diepste begrepen,

Zo doe je in je eentje het licht uit.

Zo zal het stoppen.

donderdag 4 juni 2026

Weg van de minste weerstand

 


Lieke Marsman is dood.

Té mooi, moet God gedacht hebben.

Wat klein begint is altijd bepalend. Niets blijkt onbeduidend.

Kleine dingen maken de pieken en de dalen. De schoonheid en de pijn.

Een verklaring voor het gebrek aan schoonheid 
in deze wereld is dat de weg van de minste weerstand
in de praktijk soms de enige draaglijke is.

Dat dichtte Lieke. 
Iets om over na te denken. Daar was ze filosofe voor. 
En dichteres.

Soms mag ik mezelf herhalen, zeg ik tegen mezelf, vandaag mag dat. 

Ik heb haar nooit gekend.

woensdag 3 juni 2026

Mijn tijd

 
Foto Marie-Jeanne van Hövell tot Westerflier

Maar wat hem te binnen schoot was iets heel anders. Het was het inzicht dat zeg: ‘Deze tijd is niet mijn tijd’. De tijd stroomt een man of een straat in, nestelt zich in en gaat dan weer, de tijd verdwijnt, maar de man en de straat blijven, ook al is hun tijd voorbij. Waar is hij heen? De man ademt, hij denkt, hij huilt, maar zijn enige eigen, speciaal met hem verbonden tijd is weg, verstreken, vervolgen. En de man blijft achter.

Vasili Grosmann

Ik heb mensen gekend die de oorlog hebben meegemaakt. Mannen uit het dorp die nog steeds gekend worden als eerste elftalvoetballer. Michel die de leider was in mijn puberjaren. Wim met zijn een eigen blufbedrijfje, mooie vrouw, dikke auto, tot het failliet ging en hij alles kwijtraakte. Zo gaat dat. Zelf denk ik weleens, nu: dit is mijn tijd. Nu ben ik op mijn plek. Maar ook deze tijd zal verstrijken, verdwijnen. En toch hoop ik nog een hele tijd hier te mogen blijven.

dinsdag 2 juni 2026

June

 
Frederic Leighton, “Flaming June”, 120,6 × 120,6 cm, 1895

Kunst drijft op verhalen. Omdat het juni is.

Flaming June is een schilderij van de Engelse kunstschilder Frédéric Leighton uit 1895 en geldt tegenwoordig als een topstuk van de preraphaëlitische beweging. Maar de kwaliteiten van het werk werden niet altijd zo hoog ingeschat. De Britse componist Andrew Lloyd Webber vertelde ooit een merkwaardige verhaal over de verkoop van het werk. 1963een tijd waarin de waardering Victoriaanse en prerafaëlitische werken zich op een dieptepunt bevond. Hij zag het voor 50 Engelse pond te koop staan in de etalage van een Londense kunsthandel, maar beschikte op dat moment als vijftienjarige niet over het gevraagde bedrag en kreeg het ook niet geleend. "Als je in die tijd wilde dat mensen van mijn ouders' generatie zich tijdens een dinertje verslikten in hun fonduehapjes, moest je vooral de naam prerafaëlieten noemen", legde hij uit over zijn mislukte bedelgang. Ondertussen werd het schilderij verkocht aan Luis Ferré, een rijke industrieel en politicus uit Puerto Rico, die het werk meenam naar zijn vaderland en het daar korte tijd later overdroeg aan het kunstmuseum in Ponce. Jaren later zou Webber, inmiddels een vermogend man en fervent verzamelaar van preraphaëlitische kunst, 6 miljoen pond bieden voor het werk, maar het museum deed het werk niet van de hand. De waarde van het werk wordt tegenwoordig zelfs wel geschat op vijftien miljoen pond. Het kan verkeren. Je vraagt je af waar mensen zich in de waardering van kunst door laten leiden. Misschien kun je wel het beste afgaan op het onbevangen gevoel van een vijftienjarige. In elke geval in de vorige eeuw, toen je niet zomaar alles kunst mocht noemen. Toen ik de hoezen van de vroege Roxy Music albums van mijn moeder geen kunst mocht noemen. Gelukkig heeft het internet hier wel een en ander in veranderd. We zoeken zelf wel, ook buiten de musea om.

Mooi verhaal, sowieso.