Kunst drijft op verhalen.
Flaming June is een schilderij van de Engelse kunstschilder Frédéric Leighton uit 1895 en geldt tegenwoordig als een topstuk van de preraphaëlitische beweging. Maar de kwaliteiten van het werk werden niet altijd zo hoog ingeschat. De Britse componist Andrew Lloyd Webber vertelde ooit een merkwaardige verhaal over de verkoop van het werk. 1963, een tijd waarin de waardering Victoriaanse en prerafaëlitische werken zich op een dieptepunt bevond. Hij zag het voor 50 Engelse pond te koop staan in de etalage van een Londense kunsthandel, maar beschikte op dat moment als vijftienjarige niet over het gevraagde bedrag en kreeg het ook niet geleend. "Als je in die tijd wilde dat mensen van mijn ouders' generatie zich tijdens een dinertje verslikten in hun fonduehapjes, moest je vooral de naam prerafaëlieten noemen", legde hij uit over zijn mislukte bedelgang. Ondertussen werd het schilderij verkocht aan Luis Ferré, een rijke industrieel en politicus uit Puerto Rico, die het werk meenam naar zijn vaderland en het daar korte tijd later overdroeg aan het kunstmuseum in Ponce. Jaren later zou Webber, inmiddels een vermogend man en fervent verzamelaar van preraphaëlitische kunst, 6 miljoen pond bieden voor het werk, maar het museum deed het werk niet van de hand. De waarde van het werk wordt tegenwoordig zelfs wel geschat op vijftien miljoen pond. Het kan verkeren. Je vraagt je af waar mensen zich in de waardering van kunst door laten leiden. Misschien kun je wel het beste afgaan op het onbevangen gevoel van een vijftienjarige. In elke geval in de vorige eeuw, toen je niet zomaar alles kunst mocht noemen. Toen ik de hoezen van de vroege Roxy Music albums van mijn moeder geen kunst mocht noemen. Gelukkig heeft het internet hier wel een en ander in veranderd. We zoeken zelf wel, ook buiten de musea om.
Mooi verhaal, sowieso.
