Labels

maandag 16 februari 2026

Wachters

 
Vilhelm Hammerhøy, “Interior, Strandgade 30”, 1901

Ik heb een boekje gelezen van Dirk De Wachter, over wachten. Dat moest er denk ik eens van komen. Niet mijn lezen, maar zijn schrijven. Of misschien ook wel allebei.

De Wachter voelt als een zielsverwant. Even oud, een vergelijkbaar beroep, dezelfde helden: Leonard Cohen, Randy Newman, Jacques Brel, Vilhelm Hammershøy. Enthousiast over Leven en Lot, de Russische klassieken, als hij met pensioen is wil hij Marcel Proust lezen. Ruim zes jaar geleden al haalde ik het interview van Wim Kayzer met Coetzee aan in eenzelfde context als hij het doet.

Ik heb onderstrepingen gemaakt in zijn boek, wat ik eigenlijk zelden nog doe.

De Wachter haalt Heigegger aan:
Warten ohne Erwartung.
Das Wesen des Warten ist die Gelassenheit zur Gegnet.
Fragen können is warten können, sogar ein Leben lang.

In het Duits klinkt alles mooier. Ook zonder de romantiek.

De favoriete filosoof van De Wachter evenwel Levinas, die de ander boven het ego plaatst. Dasein ist miteinander sein. Echte hoop zit in de verbinding met anderen, zegt De Wachter: ik ben niet alleen. De ander maakt mijn ik. Ik besta dankzij de ander. Dankzij degenen die je lief zijn: koester dat.

Ik herken die gerichtheid op de ander, die bij ons vak hoort. Daar halen wij onze voldoening uit. Maar niet iedereen is als wij. Waarmee eigenlijk geldt: niet iedere filosofie is waar. Niet universeel. Nooit voor iedereen. Maar de waarheid van De Wachter is toch een beetje ook de mijne. En dat geeft troost.

Ook ik ben een wachter, wachten tot aan het einde, ook ik heb een vrouw die me met beide benen op de grond houdt. Gelukkig maar. Ik voel me een gezegend mens als ik zo’n boekje lees. Het leven kan goed zijn, als je het maar wil zien. Dirk heeft er een beetje bij geholpen.