Labels

donderdag 24 september 2026

Misdrijf

 


Ik zag in mijn werk een man die ooit een ernstige misdaad had begaan. Nette man, walgelijke dingen.

En toch moet ik proberen te begrijpen.

Bij Nabokov lees ik: “<…> en opeens werden mijn zinnen door een mysterieuze verandering bevangen. Ik kwam op een bestaansvlak war niets er toe deed, behalve het genotsaftreksel in mijn lichaam. <…> Ik stond boven de beproevingen de bespotting, buiten de mogelijkheden der vergelding”.

“Overigens”, schrijft Nabokov verderop, “als ik ooit een serieuze moord bega… Let op dat ‘als’. Er zou iets meer moeten zijn dan het soort drang dat me overkwam met Valeria. Let wel dat ik tóen tamelijk onmachtig was. Als en wanneer u mij ter dood wilt roosteren, bedenk dat dat alleen een vlaag van waanzin mij ooit de simpele kracht zou kunnen geven om een bruut te zijn (gewijzigd misschien). Ik probeer wel eens te moorden in mijn dromen, maar weet u wat dan gebeurt? Ik heb bijvoorbeeld een pistool in mijn hand. Ik richt bijvoorbeeld op een minzame, belangstellende vijand. O, ik haal de trekker wel over, maar de ene kogel na de andere valt krachteloos uit de schaapachtige loop op de grond. In die dromen is mijn enige gedachte: dit fiasco te verbergen voor mijn tegenstander, die zich allengs gaat ergeren”.

Dat komt dichtbij. Bijna Freudiaans. Het beest is nooit weggeweest.

Ik zie in mijn werk met regelmaat ook de slachtoffers. Dan kom je ook dichtbij.

Je kunt altijd maar van één kant tegelijk begrijpen. Mijn is niet eenvoudig.