![]() |
| Chaim Soutine, “Capucijnerklooster in Céret”, ca. 1920 |
Nog maar iets uit Grossman’s “Leven en Lot”. Af en toe loop ik een oortje af. Alles zit erin. Met zo’n boek krijg ik mijn blog wel gevuld.
Over de Russisch-Oekraïense soldaat Chmelkov die als helper in Auschwitz terecht komt. Hij kijkt naar zijn collega helper Zjoetsjenko, die naast hem ligt op zijn brits:
Zjoetsjenko’s handen met de lange dikke vingers die de hermetisch sluitende deuren van de gaskamers dichtdeden, leken altijd vuil te zijn, en het was onprettig brood te pakken uit dezelfde mand als hij. Zjoetjsjenko was gelukkig en opgewonden als hij ‘s ochtends ging werken en terwijl hij stond te wachten op de stoet mensen die kwam aanlopen vanaf het spoor. <…>
Hij kijkt naar zichzelf:
Op een dag in juli 1941 was hij krijgsgevangen gemaakt. Hij was met een geweerkolf op zijn nek en zijn hoofd geslagen, hij had bloedige dysenterie opgelopen, hij was op kapotte laarzen door de sneeuw gejaagd, hij had water met bellen stookolie erin te drinken gekregen, hij had met zijn handen hompen stinkend zwart vlees van een paardenkadaver gescheurd, hij had rotte koolrapen en aardappelschillen gegeten. Hij had maar één keuze gemaakt: hij wilde leven, meer niet. Hij had zich aan tientallen doden ontworsteld, hij wilde niet sterven van honger, kou of bloedige diarree, hij wilde niet neervallen met negen gram metaal in zijn kop, hij wilde niet opzwellen tot zijn hart werd gesmoord in het water dat opsteeg uit zijn benen, hij was een kapper uit de stad Kertsj en niemand had ooit slecht over hem gedacht: noch zijn ouders, noch de buren op het erf, noch zijn bazen op het werk, noch de vrienden met wie hij wijn dronk, gerookte harder at en domino speelde. Maar soms kwam het verschil tussen hen hem volstrekt onbeduidend voor. Wat maakt het voor God uit of voor de mensen met wat voor gevoel ze naar hun werk gingen? De een was vrolijk, de ander niet, maar ze deden hetzelfde werk.
Grossman besluit:
Hij begreep niet dat Zjoetsjenko hem schrik aanjoeg niet omdat hij schuldiger was dan hijzelf, maar omdat diens verschrikkelijke monsterlijke natuur hem verontschuldigde. Terwijl Chmelkov geen monster was, hij was een mens. Hij was er zich vaag van bewust dat een mens die mens wilde blijven onder het facisme een eenvoudigere keuze had dan het redden van zijn leven: de dood.
En dat heeft niks met moralisme te maken.
