Ik blijf herlezen. Nu weer Lolita, waarover ik al eerder schreef. Een boek zonder moraal. Nabokov toont zijn meesterschap door het morele probleem van de leeftijdskwestie naar een ander niveau te tillen. Boven het concrete handelingsniveau uit geeft hij vooral een psychologisch beeld van het meisje achter het seksobject en een empathisch portret van haar aanbidder Humbert. Belangrijk thema, voortdurend voelbaar in de persoon van Humbert, is de drang tot het najagen van lustgevoelens, uiteindelijk zelfs ten koste van andermans leven. Dat is waar het om gaat. Dat is ook waar het fout gaat.
“Ik liep nog steeds achter mevrouw Haze door de eetkamer toen er, daar voorbij, een plotselinge uitbarsting van groen kwam - ‘de piazza’, galmde mijn gids, en daarna, zonder de geringste waarschuwing, zwol onder mijn hart een blauwe zeegolf aan en gluurde me van een mat in een plas van zon, halfnaakt, geknield, zich op haar knieën omkerend, over een donkere bril mijn Rivièra-liefde aan”.
Nabokov brengt het terug tot vroegkinderlijke ervaringen. “De vijfentwintig jaar die ik sindsdien had geleefd spitsten zich toe in een sidderend punt, en verdwenen”.
Ik vraag me af hoeveel herkenning er nodig is. Of ook vrouwen de roman kunnen waarderen. Wellicht vanuit een ander perspectief. Alles in het leven is een kwestie van perspectief. En daarmee van tijdsbeeld. En dus ook weer van moraal. We komen er niet omheen. Maar het poëtisch perspectief blijft onveranderd. Het tilt de roman boven alle moraal. Ook na herlezing in een veranderde tijd.
