Soms helpt het toeval ook een handje. Geluk, zo je wil.
Op 26 december 1894 belde de vermaarde toneelactrice Sarah Bernhardt naar Maurice de Brunhoff, directeur van Lemercier, het bedrijf dat haar theateraffiches drukte. Ze vroeg hem een nieuwe affiche te ontwerpen voor de hervatting van het toneelstuk Gismonda, dat op 31 oktober 1894 met veel succes in première was gegaan in het Parijse Théâtre de la Renaissance. Bernhardt stond erop dat het ontwerp uiterlijk op 1 januari 1895 gereed was. Door de feestdagen was echter geen van de vaste kunstenaars van Lemercier beschikbaar.
Het toeval wilde dat Mucha zich op dat moment bij de uitgeverij bevond om drukproeven te corrigeren. Hij had al eerder met Bernhardt gewerkt: in 1890 maakte hij voor Le Costume au Théâtre een reeks illustraties waarop zij als Cleopatra was afgebeeld. Toen Gismonda in oktober 1894 in première ging, gaf het tijdschrift Le Gaulois hem bovendien de opdracht een serie illustraties van Bernhardt in de titelrol te vervaardigen voor een speciale kerstbijlage. Deze verscheen met Kerstmis 1894 en werd verkocht voor de destijds aanzienlijke prijs van vijftig centimes per exemplaar.
De Brunhoff vroeg Mucha om in zeer korte tijd een nieuwe affiche voor Bernhardt te ontwerpen. Het resultaat was een monumentale afbeelding van ruim twee meter hoog, waarop de actrice staat afgebeeld in de kleding van een Byzantijnse edelvrouw. Ze draagt een hoofdtooi met orchideeën en een rijk versierde stola en houdt een palmtak vast, verwijzend naar de paasprocessie aan het einde van het toneelstuk. Een rijk gedecoreerde, regenboogvormige boog achter haar hoofd fungeerde als een soort van aureool en leidde de aandacht van de toeschouwer rechtstreeks naar haar gezicht. Het aureool-motief zou later een kenmerkend element worden van veel van Mucha's theateraffiches.
Mogelijk door tijdgebrek liet Mucha delen van de achtergrond oningevuld, zonder de uitbundige ornamentiek waarvoor hij later bekend zou worden. De affiche legde mede door deze noodgedwongen eenvoud een versterkte nadruk op de uiterst verfijnde lijnvoering en subtiele pastelkleuren, die sterk contrasteerden met de felle en drukke affiches die destijds gebruikelijk waren. Alleen het bovenste gedeelte, met de titel van het stuk, was rijk versierd en vormde een visueel tegenwicht voor het sobere onderste deel, waar de essentiële informatie tot een minimum was beperkt: slechts de naam van het theater werd vermeld.
Toen de affiche op 1 januari 1895 in de straten van Parijs verscheen, sprong ze er voor iedereen uit. Ook Bernhardt was verrukt. In 1895 en 1896 liet zij in totaal vierduizend exemplaren drukken. Ze bood Mucha een exclusief contract van zes jaar aan voor het maken van nieuwe affiches. Voor Mucha betekende het zijn grote doorbraak en ook financiële zekerheid die hem in staat stelde nieuwe wegen in te slaan.
![]() |
| La Primevère, 1899 |
![]() |
| La Tosca, 1898 |
![]() |
| Hamlet, 1899 |
![]() |
| Medee, 1898 |
![]() |
| Lorenzaccio, 1898 |
![]() |
| La Dame aug Camelia’s, 1896 |






