![]() | |
|
In 1903 leerde Münzer te München Marie-Thérèse Dreeßen kennen, geboren von Vestenhof (1878–1958), die zijn model en minnares werd. Dreeßen was echter getrouwd en liet zich bij naakten alleen portretteren zonder haar gezicht te tonen, vaak in ‘Rückenansicht’. Toen Münzer in 1907 zijn schilderij Vor dem Spiegel tentoonstelde bij Galerie Brackl, werd ze evenwel toch herkend, hetgeen tot een schandaal leidde, eindigend in een scheiding met haar man. Een jaar later zou ze met Münzer trouwen en vertrokken ze naar Düsseldorf, war Münzer hoogleraar werd aan de Kunstacademie. In de Hitler-tijd was hij nauw betrokken bij het organiseren van meerdere edities van de Große Deutsche Kunstausstellung, waar alleen door de Nazi’s goedgekeurde kunstwerken werden geëxposeerd.
Vor den Spiegel werd in 2016 herontdekt in het depot van Museum Kunstpalast en gekoppeld aan bovenstaand verhaal opnieuw tentoongesteld. Hetgeen nog maar eens bewijst dat een mooi verhaal een kunstwerk serieus kan opwaarderen. Ik denk dat het verhaal nog mooier was geweest als uit was gekomen dat Adolf Munzer er expres op aangestuurd heeft dat het uit zou komen wie zijn model was. Hij moet stapelverliefd zijn geweest op Marie-Thérèse. Onderstaand portret schilderde hij korte tijd eerder van haar. Zo moeilijk kan het niet geweest zijn.

