Labels

woensdag 15 juli 2026

Page-hits

 
Lotte Rönquist, “Meisje poetst het venster”, 1889

Even een korte reflectie op mijn eigen schrijverijtjes hier. Ik zit intussen op zo’n tweeduizend stukjes vanaf eind 2017, ongeveer net zoveel als lemma’s die ik schreef voor Wikipedia. In het voorbije jaar kreeg ik zo’n vijftigduizend page-hits, niet van mezelf, waar dat er in de eerste jaren nog maar enkele tientallen per dag waren. Vanaf 2023 schoot dat exponentieel omhoog.

Waarom doe ik dit? Ben ik blij met al die page-hits?

Voor die eerste vraag verwijs ik naar Godfried Bomans : “de beloning van het schrijven zit hem niet zozeer in de beloning van de uitgever (want die is te verwaarlozen), maar in de enorme voldoening die u hebt als u, na lang zoeken, dat wat u wilt zeggen, geformuleerd hebt, zodat de huid van het woord strak om het begrip zit.”

Een torentje voor de eeuwigheid, zei Nescio, vanuit een andere insteek. Niet alles mag verloren gaan.

Maar dat verhoudt zich dan weer vreemd met het ongemak dat ik voel bij al die page-hits, hoe weinig echte lezers het ook mogen zijn. Ik voelde me beter bij die enkele tientallen van eerder dan bij die honderden van nu per dag. Ik weet niet goed wat ik ermee moet. Heb geen idee wat ik me daar bij voor moet stellen. Het zal ook wel met Google te maken hebben. Ik wordt sneller gevonden, maar dat voelt ook ongemakkelijk. Het maakt me voorzichtiger ook. Niet iedereen hoeft alles te lezen. Dat weten we intussen.

Misschien moet ik toch eens een ander medium zoeken. Of een boek gaan schrijven. Maar schrijven zal ik blijven doen. Waarmee ik weer terug ben bij de waarom vraag.