Labels

donderdag 30 juni 2022

Honderd jaar

 
P.S. Kroyer, “Rozen”, 1893

Met jou kan ik leven,
In een hoekje,
Een huisje,
Met een kamertje met boeken,
Met een keukentje,
Een bed,
Met een tuin om in te zitten,
Groot genoeg voor al het zonlicht,
Voor twee stoelen naast elkaar,
En op een avond zwoel net als deze,
Zitten we stilletjes naast elkaar,
Met een boek om in te lezen
Twee vogels fluiten in de bomen,
Net als wij gelukkig paar,
In ons eentje zonder praten,
Met onszelve in elkaar,
Honderd jaar wil ik wel worden,
Met jou,
In een hoekje,
Een huisje,
Met een kamertje met boeken,
Zakt de wereld in haar onheil,
Van ellende uit elkaar.


dinsdag 28 juni 2022

Gele romannetjes

 
Vincent van Gogh, zoon van een dominee, “Stilleven met bijbel”, oktober 1885
met zijn eigen exemplaar van Zola’s ‘La joie de vivre’ in een geel bandje.

In april 1895 werd Oscar Wilde voor de deur van het Cardogan Hotel te Londen gearresteerd met een geel boek onder zijn arm. Hij werd beschuldigd van ‘onwelvoeglijkheid’. Het gele boek gold daarbij als exemplarisch voor zijn vermeende verdorvenheid. Boeken met een geel ruggetje stonden sinds het midden van de negentiende eeuw in Frankrijk voor schandaallectuur, vaak erotisch geladen, en de gewoonte om dat soort boekjes fel geel te kleuren was aan het einde van de negentiende eeuw ook naar Engeland overgewaaid. Waar het echter in Frankrijk vaak nog werd beschouwd als een symbool van decadentie, behorend tot de moderne tijd (ook werk van Balzac en Zola verscheen in dergelijke uitgaves), werd het in het conservatieve Britse koninkrijk opgevat als een teken van wetteloosheid en zelfs strafbaar gesteld. Het door Wilde gecreëerde personnage Dorian Gray verdwijnt in de morele verwarring van zo’n boek, om nooit meer terug te komen. Wilde zelf werd veroordeeld. De kleur geel zou nog jarenlang een negatieve lading houden, tegenwoordig alleen nog herkenbaar in de term ‘yellow journalism’, ‘yellow papers’, dat nog altijd staat voor roddeljournalistiek.

Vergeten kennis. Leuke anekdote. Weer wat geleerd.


Vincent van Gogh, “Stapel Franse romans”, oktober-november 1887,
met veel ‘gele romannetjes’.

zaterdag 25 juni 2022

Ruisdael over tijd en ruimte

 
Jacob van Ruisdael, “De burcht Bentheim”, 1653, 110,5 x 144 cm, National Gallery of Ireland, Dublin,
gezicht vanuit het zuidwesten, de molen ten rechterzijde.

Jacob van Ruisdael is de grootste Hollandse landschapsschilder uit de zeventiende eeuw. Imposante wolkenpartijen boven een lage horizon binnen een eenvoudig gekaderde strakke vlakverdeling. “Gezicht op Haarlem met de bleekvelden” is wat dat aangaat onovertroffen. Oer-Hollands. Je reinste poëzie. 

Maar Ruisdael zocht naar meer, wilde het Hollandse overstijgen. Onder invloed van de Italianisanten zocht hij naar nieuwe inspiratie, naar bergen, dromen, mystiek. Omdat hij een reis naar Italië niet kon veroorloven trok hij in 1650 met zijn vriend Nicolaes Berchem naar Oost-Nederland en het Duitse stadje Bentheim, net over de grens bij Oldenzaal. Boven op een nabijgelegen heuvel stuitten ze daar op een vestingsburcht, waar ze zwaar van onder de indruk moeten zijn geweest. Ruisdael maakte er honderden schetsen. Verder hoefden ze niet te reizen. Italië lag om de hoek.

Tussen 1650 en 1665, terug in zijn atelier, maakte Ruisdael minstens twaalf schilderijen van het kasteel op basis van zijn eerder gemaakte (meest verloren gegane) schetsen. Het werden on-Hollandse hoogtepunten in de Nederlandse schilderkunst. Ze appelleren nog steeds aan mijn romantische ziel die geworteld is in de ridderromans uit mijn jeugd. De werken staan behoorlijk ver van de realiteit en zijn zwaar gedramatiseerd. Ruisdael maakte van de heuvel een berg, versterkte de dieptewerking door een laag gezichtspunt in te nemen en vergrootte zo de werkelijkheid uit omwille van het effect. 

Bij mij werkt het. Dit is waar ik naar zoek. Wat ik heb verloren. Gevoel van vergankelijkheid. Wat is geweest. Wat nog is. En wat zal blijven.


Detail versie National Gallery of Ireland

Versie Mauritshuis, ook vanuit het zuidwesten, ca. 1652

Versie Guildhall-artgallery, Londen, 1653-1656

Schets van de burcht door Ruisdael, Städel Museum Frankfurt aM, inv. 938, 1650
(let op de verhouding met de molen)

vrijdag 24 juni 2022

Kardinale deugden




Oscar Schindler, te paard, boven op de rots, beneden de razzia in Krakau. Een uitzonderlijke filmscène. Als een kunstwerk, gekaderd door de muziek. Zoveel meer dan enkel drama.
Ik voel iets van Nietzsche: trots, inzicht, mededogen, eenzaamheid. Vier kardinale deugden.
Bij momenten kan ik het voelen. Bij momenten, want het leven gaat door. Ook als het even stil lijkt te staan.



donderdag 23 juni 2022

Klaprozen in juni

 
Daubigny, “Velden in de maand juni”, 1874, 135 x 224 cm, Herbert F. Johnson Museum of Art, Ithaca NY

Het is juni, het is avond en het is warm.

Het mooiste schilderij van Charles François Daubigny is “Velden in de maand Juni” uit 1874. Waarom zou ik dat niet mogen zeggen. Ik zie een uitermate krachtig en vlot in juxtapositionele stroken geschilderd klaprozenveld, vol kleuraccenten, dat de zwoele avondlucht bijna voelbaar maakt. Een avondlicht in juni, zoals ik die vanavond opnieuw kan voelen, in een drukkende hitte, bijna anderhalve eeuw later. Kunst tilt me boven de tijd.

“Velden in de maand juni” werd in 1874 toegelaten tot de Parijse Salon. Opmerkelijk is dat Daubigny in 1873 zelf ontslag had genomen uit de jury voor de Salon omdat deze in dat jaar Monet’s “Klaprozen” nog had geweigerd, een belangrijke reden voor Monet om een jaar later mee te doen aan de Eerste grote impressionistententoonstelling. Daubigny kende Monet nog uit Londen, waar ze in 1870 na het uitbreken van de Frans-Duitse oorlog samen een tijd verbleven. Bovenstaand schilderij kan beschouwd worden als een eerbetoon aan zijn vriend.

Laat ik vandaag met deze pagina een klein persoonlijk eerbetoon aan beiden geven. Omdat het juni is. En ik het juiste gevoel heb vanavond.


Monet, “Klaprozen”, 1873, 50 x 65 cm, Museé d’Orsay Parijs

woensdag 22 juni 2022

Quiz vraag

 


In een televisiequiz werd gevraag naar de tweede naam van Jennifer Hewitt. Kijk, die weet jij natuurlijk weer, zei mijn vrouw.

Ooit keek ik met mijn kinderen naar Garfield. En met mijn vrouw natuurlijk. Samen een film kijken. Chips en chocola. Het zijn mooie herinneringen. Mooie tijden. Mooie Jennifer Love Hewitt. Want voor de vaders moest er natuurlijk ook iets in de film. Ik zou hem best nog een keer willen zien, alleen al voor het goede gevoel, maar mijn zonen zijn kijken al lang niet meer mee en mijn vrouw reageert alleen maar alsof het een flauwe grap betreft. Wat het ook is. 

Ik doe het wel met de foto’s. Wauw! Toch?



dinsdag 21 juni 2022

Onder advocaten

 
Sean Bars, illustratie bij Kafka’s “Het proces”


Als een zaak eenmaal onder advocaten komt gaat het nooit meer om de waarheid, lees: achterhalen wat er werkelijk is gebeurd, maar alleen maar om de vraag hoe die zaak kan worden weergegeven. Daar zit ergens een fundamentele foutweving in ons rechtssysteem. Je bent een goede advocaat als je een zaak zo kunt voorstellen dat het aannemelijk wordt dat je cliënt het niet heeft gedaan. Of dat het zou kúnnen dat hij (of zij) het niet heeft gedaan. De werkelijkheid bestaat niet!

Ik vraag me wel eens af of ik iemand zou kunnen verdedigen vrijpleiten, als ik aan alles zou voelen dat hij (of zij) het daadwerkelijk heeft gedaan, maar blijft ontkennen. Die dingen gebeuren. Als psycholoog kun je zo iemand prima bijstaan. Je probeert het te snappen. Maar een advocaat is blijkbaar uit ander hout gesneden. Ik weet het niet. Ik denk aan die meneer en mevrouw Knoops. Die zitten er vaak vooral voor zichzelf. De zaak is gewonnen, zeggen ze dan. Ik denk dat daar ergens het verschil zit. In therapie praat je niet over winnen.

maandag 20 juni 2022

Werk voor therapeuten

 
De dochter van de politieman, 1987


Paula Rego is dood, 87 jaar mocht ze worden.

Je hoeft de schilderijen van Paula Rego niet te duiden om te snappen wat ze wilde zeggen. De angsten uit iemands kindertijd komen er later altijd wel weer uit, op deze op gene wijze. De verborgen perversiteiten, de overheersende kracht van veel vrouwen, de wanhoop, de wreedheid, wrange pijn, de verhalen die je zelf mag bedenken. Therapeuten voelen dat. Je hoeft niet alles te weten, niet alles te snappen. Het gaat om de verbinding. Ook in het werk van Rego. Ook Paula! Ook nu het verdwenen is in de eeuwigheid der dingen.

De troost zit enkel in verbinding. Rego heeft haar troost gevonden. Even voel ik die weer. Nu de rest nog!


Brave hond


De kader en zijn zus

zaterdag 18 juni 2022

In het wit van de wolken

 
Thom Thomson, “Summer Day”, 1915

                                                       Elk gedicht
                                                       Is een gedachte die verdwijnt,
                                                       Op een wolkje
                                                       Aan de hemel,
                                                       Tot helemaal,
                                                                   Mijn denkbaar eind,

                                                       Een gedachte voor de ziel,
                                                       Een gedachte voor de pijn,
                                                       Een gedachte voor het hart,
                                                       Voor de liefde
                                                                   En het zijn,

                                                       Mag voor het dienstertje 
                                                                   Of gravinnetje zijn,

                                                       Zolang nog te zien
                                                                   In het wit van de wolken,
                                                       Zolang mijn gedachten,
                                                                   Voor een gesloten gordijn.

donderdag 16 juni 2022

Of alleen voor mezelf

 
Hans Baluschek, “Regen”, 1917

Soms moet je niet te concreet worden. Is het beter om het van bovenaf te bekijken.

De bureaucratie schept bijzondere exemplaren. Vandaag sprak ik er een. Met spijt, wroeging, altijd als het te laat is. Ik zal niet zeggen wat hij werkte.. Decennialang gewerkt als een soldaat die gehoor heeft gegeven aan een bevel en zich op geen enkele manier verantwoordelijk voelt voor de gevolgen. Als Duitsers tijdens de oorlog. Als Nederlanders tijdens de oorlog. Als Joden tijdens de oorlog, zelfs dat. We doen wat we moeten doen. Wat moet je ook? We zijn allemaal hetzelfde.

Ik herinner me dat ik leiding gaf aan een aantal stafmensen en dat de grote baas vond dat ik een van hen moest aanpakken. Dan en dan moest het klaar zijn, wat niet kon. En dat zei ik haar dus, ook al was het met weinig overtuiging. Een maand later diende ze ontslag in, had ze ander werk. Ik heb haar later nooit meer gezien, het haar nooit uit kunnen leggen, wat ik nog steeds zou willen. Hoewel ik me afvraag of ze erop zit te wachten. Meestal is dat alleen maar voor jezelf.

dinsdag 14 juni 2022

Vertrouwd geheugen

 
Edward Hopper, “Gloucester Street”, 1934

“In any case, in talking about the past we lie with every breath we draw.
Citaat van William Maxwell. Wat een mooi citaat!

Tijdens mijn psychologiestudie heb ik mij intensief bezig gehouden met het geheugen. Ik volgde colleges bij professor Willem Wagenaar, scepticus. Ik herinner me dat hij een filmpje toonde waarop vanuit een bepaald standpunt een verkeersongeval werd getoond. Daarna kregen wij als studenten vragen, zoals die in de rechtszaal ook gesteld hadden kunnen worden. We waren overdonderd door ons falende geheugen. Hoe we vatbaar blijken voor suggestie. Hoe we automatisch gaten opvullen omwille van consequentie.

Rechters vertrouwen volgens Wagenaar te makkelijk op verklaringen die getuigen of slachtoffers uit hun geheugen opdiepen. Van die herinneringen klopt vaak weinig of niets, het geheugen is niet betrouwbaar. De enige manier waarop ze enigszins betrouwbaar mogen heten is in combinatie met aanvullend bewijsmateriaal. Waarna je bereid moet zijn tot voortdurende bijstelling.

Ik lees “Tot ziens, tot morgen” van William Maxwell. Maxwell toont perfect aan hoezeer Wagenaar gelijk heeft. Hoe sceptisch je moet zijn als iemand vanuit zijn geheugen begint te praten. Hoe sceptisch ik moet zijn over mijn eigen levensgeschiedenis, zelfs als ik de enige ben die deze een beetje zou moeten kennen.

De ‘herinnering’ waar wij ons met zoveel vertrouwen op beroepen - doelend op een moment, een voorval, een feit dat is blijven hangen, en dat daarom aan de vergetelheid is ontrukt - is alleen maar het onderdeel van een groter verhaal dat ons telkens door het hoofd speelt, en dat al doende veranderd. Althans, zo werkt dat bij mij. Ons leven kent zoveel tegenstrijdige emotionele belangen dat het nooit in zijn totaliteit te verdragen is, en het is misschien wel de taak van de verhalenverteller om alles zodanig op een rijtje te zetten dat het wel het geval is.

Net zoals dat misschien wel de taak van de therapeut is. 

De enige waarheid is de beste die je durft geloven.

maandag 13 juni 2022

Herinterpretatie

 
Albert Einstein op de wereldtentoonstelling te New York, 1939.
Er zijn ook andere dingen dan enkel ratio. Niet iedereen kan een Spinoza zijn.


Het geheim achter creativiteit is weten hoe je je bronnen moet verhullen.  (citaat Einstein)

Ik schijf van alles, bijna elke dag wel iets. Ik lees zonder ophouden, Ik denk voortdurend, zonder ophouden. Je kunt je denken niet stopzetten, zeg ik altijd tegen cliënten, zie het als wolken en laat ze ook weer voorbijdrijven. Denk dat je aan de rand van een kabbelend beekje zit, allemaal bladeren drijven mee met de stroom, leg er je gedachten op en laat ze verdwijnen met het water.

Ik leg mijn gedachten in dit blog en laat ze verdwijnen in de krochten van het internet. Waar niemand ze zal vinden. Maar waar ze wel blijven hangen. Waar ze vindbaar blijven, vooral voor mezelf. Als ik oude gedachten soms teruglees weet ik soms niet meer waar ik ze zelf ooit vandaan heb gehaald. Soms lees ik er zelfs nieuwe dingen in, die ik toen nooit bedoeld kan hebben, en sta ik verbaasd van mezelf

Creativiteit is vaak een kwestie van herinterpreteren. Meer als van denken. Misschien is dat wel wat Einstein bedoelde. Soms moet je dingen gewoon even laten liggen. Al is het maar dat je dan niet meer weet waar je het vandaan hebt.

zaterdag 11 juni 2022

Spinoza en de vreugde van de ratio


Barend Graat, “Spinoza”, 1666

In 2017 werd dit portret of de Tefaf gepresenteerd als voorstellende Baruch Spinoza, voornamelijk op basis van gelijkenis. 
Een ander argument was dat Spinoza en Graat zich in dezelfde intellectuele kringen zouden hebben bewogen. 
Zelfs Gary Schwarz achtte aannemelijk dat het Spinoza betrof, dus ik durf het portret hier wel neer te zetten. 
Anderen missen attributen die verwijzen naar het lenzenslijpen, maar lenzenslijpen bepaalde niet het wezen van Spinoza. 
Veel treffender is het standbeeld van de vrouw die de zon vasthoudt, hetgeen in die tijd gold als een allegorie van de waarheid. 
Bijzonder is ook het jaar 1666, het jaar van de valse messias Sjabtaj Tsvi, door velen aanbeden maar door Spinoza verafschuwd.
Enfin, zeker weten zullen we het nooit, net zo min als we het meeste over het leven van Spinoza ooit zeker  zullen weten. 
Maar we moeten de verbeelding ook een beetje werk laten doen. Net als Yalom.

Ik lees een boek over Spinoza. Just for fun. Een roman van Irvin D. Yalom, mijn grote voorbeeld van het moment. Wie leest nog iets over Spinoza, als het niet voor studiedoeleinden is? Laat staan van Spinoza. Hoewel er natuurlijk wel een Spinozakring is. Wat zijn dat voor mensen? Vraag ik me af. Zou ik daar ook in kunnen passen?

Baruch Spinoza (1632 - 1677) was een Nederlandse filosoof, wiskundige, politiek denker en lenzenslijper van sefardische afomst. Hij ontkende elke vorm van openbaring of profetie en accepteerde geen verklaring anders dan die gebaseerd op de rede. Spinoza verwierp elke godsdienst, stelde dat God en natuur hetzelfde zijn en dat enkel inzicht in de natuur de kennis van het goddelijke verhoogt. Bijbelse profeten zag hij als gewone mensen met verbeeldingskracht; ze spraken niet namens God, net zo min als hij geloofde dat het Joodse volk door God zou zijn uitverkoren. Dat was in die tijd natuurlijk vloeken in de kerk. Het leidde tot een volledige verstoting uit de sefardische gemeenschap in 1656 en een eeuwenlange ban van zijn boeken.

Spinoza heeft het over de conatus. Het volharden in je eigen bestaan. Drang tot voortbestaan, voortbestaan van jezelf, van de mensheid. Het voortbestaan van de gemeenschap waartoe je behoort, je culturele waarden, eerder ook je geloof. Het wegvallen van geloof in de westerse samenleving leidt onherroepelijk tot individualisering. Dat laatste is dan weer een gedachte van mezelf.

Spinoza stelde iets tegenover de conatus: de afscheiding, loskomen van de gemeenschap, loskomen van elke verbinding met anderen en zoeken naar de zuivere rede, inzicht, rationeel begrijpen. Alleen dat schept voldoening, vond Spinoza. Weegt zwaarder dan eenzaamheid. Als een innerlijk licht.

Wat zou Spinoza denken van de wereld van vandaag. Verbazing over de irrationaliteit die elk moment overal ter wereld weer plaatsvindt. Dat zat ook al bij Spinoza. Dat zit nog steeds bij mij. In wezen is er niks veranderd. Zal er nimmer iets veranderen, zo ben ik bang.

Maar ook niet te negatief. Even denk ik een glimp van Spinoza’s denken te doorgronden. Voor even begrijp ik wat hij bedoelt met de vreugde van de ratio. De God van alles. Heel even maar.

vrijdag 10 juni 2022

Gevoel bij Tolstoj

 


‘Ik ben ervan overtuigd,’ zo lees ik bij Tolstoj, ‘dat er geen dingen bestaan, doch alleen mijn relatie tot de dingen.’

In feite is dit een van de belangrijkste uitgangspunten van de psychologie en psychotherapie, zoals ik die sinds mijn terugkeer in het vak weer elke dag verkondig.

‘Ik zou niet weten hoe je mij daarbij zou kunnen helpen’, zegt Bernard tegen mij, ‘De dingen die gebeurd zijn kun je toch niet veranderen’.
‘Nee, dat niet’, antwoord ik, ‘maar we kunnen wel kijken of we het gevoel dat je bij die dingen hebt wat kunnen veranderen’. Dat is waar het om gaat, het enige wat we kunnen doen.

Ik kocht Tolstojs ‘Jeugdherinneringen’ in de ramsj, voor 9,95. Alles wordt duurder, maar dit kon ik niet laten liggen. Ik lees een stuk en weet weer waarom doet na meer dan anderhalve eeuw opnieuw werd vertaald. Tolstoj biedt een inzicht in het leven waar geen therapie tegenop kan. Liever lees je Tolstoj dan dat je naar de psycholoog gaat. Maar blijkbaar is dat advies aan dovemansoren besteedt want het boek ligt in de ramsj. In de GGZ is het hartstikke druk. Ik weet wel waarom.

donderdag 9 juni 2022

Gevoeld verleden

 
Aelbert Cuyp, “De haven van Dordrecht”, 115 x 170 cm, ca. 1660, National Gallery of Art, Washington DC

Omdat ik toch een beetje met Cuyp bezig was.

Omdat het verleden dus echt heeft bestaan.

Gevoeld verleden,

Trekt door naar het heden,

Omdat het iets losmaakt,

           wat ik nooit heb gedaan.

Wat ik nooit heb bestreden,

En ook nooit heb vermeden,

Omdat ik wat ziek was,

Raakt dit tot de kern

                      van mijn eigen bestaan.

dinsdag 7 juni 2022

Twee laantjes

 
Meindert Hobbema, “Het laantje van Middelharnis”, 1689, National Gallery 

Als je in Londen bent kom je de mooiste Hollandse meesters tegen.

Hobbema’s “Het laantje van Middelharnis “ zag ik al eerder, is schreef erover op Wikipedia.

Nu stuit ik op nog een laantje, het laantje van Meerdervoort bij Dordrecht, geschilder door Aelbert Cuyp rond 1650. Ik kende het niet, maar de overeenkomst is onmiskenbaar. De hoge bomen richting het verdwijnpunt aan de lage horizon. Over de Maas kijk ik uit over het oude Dordrecht met de Grote Kerk, waar ik niet zo lang geleden ook nog was. De stad is klein maar gedetailleerd weergegeven in een helder zonnelicht. Ik zie de boten. De mannen met paarden, waarvan ik me voorstel dat de opdrachtgever ertussen zou kunnen zitten. De dikke koeien midden op de weg, die de zaak lijken op te houden. Twee vissende figuren, waarvan ik me afvraag waar ze over praten, of er iets gevangen wordt.

Verhalen vormen zich vanzelf. Meer als bij Hobbema, wiens werker bekender is en misschien ook moderner oogt, maar mij toch minder beroert dan het werk van Cuyp. Misschien wel omdat ik het pas net ontdekt heb. Ik zoek nog even na het en der of Hobbema het werk van Cuyp gekend zou kunnen hebben, maar hier doe ik geen ontdekking. Dus gewoon maar twee schilderijen vandaag. Omdat ze me zoveel genoegen verschaffen. Soms heb ik dat nodig.


Aelbert Cuyp, “Het laantje van Meerdervoort”, ca. 1650, Wallace Collection 

zondag 5 juni 2022

De 10 beste niet-Nederlandstalige boeken in mijn ogen




Een echt goed boek heeft transformerende kracht, las ik ooit bij George Steiner. Geen wonder dat ik de werken die ik las tussen mijn zestiende en mijn dertigste de meeste indruk hebben gemaakt.

Al even geleden maakte ik een top tien ven de beste Nederlandstalige boeken volgens mezelf. Dan moet er nu ook maar zo’n lijstje bij met de beste niet-Nederlandstalige boeken. Fictie wel te verstaan. Op het risico af dat ik iets over het hoofd zie.

Knut Hamsun: Mysteriën
Kort na mijn twintigste wist ik dat ik mijn leven lang zou blijven lezen. Altijd ben ik blijven zoeken naar iets wat deze ervaring kon evenaren. En er was meer, eigenlijk moeten Pan en Victoria er ook gewoon nog bij. Maar er bleek ook nog meer dan Hamsun. Gelukkig!

Toergenjev: Vaders en zonen
En eigenlijk zou hier zijn hele oeuvre kunnen staan, dat overal op hetzelfde hoge niveau zit. Ik volg hier Karel van het Reve, die Toergenjev ook al boven de andere Russen uittilde. Maar eigenlijk volg ik een reeds lang overleden oom, die me op het spoor van de Russen zette. Voor altijd.

Thomas Mann: De Toverberg
De Toverberg is een atmosferisch ervaring. Drie maandenlang leefde ik met Hans Castorp. Als ik het boek opensloeg was ik als bij Toverslag in een andere wereld, waarvan ik wel eens denk dat ik die gekend moet hebben reeds van voor mijn geboorte. Toen ik zestien was werd is vanwege astma bijna naar Davos gestuurd, het ging niet door maar ik heb het inmiddels driemaal ingehaald.

Leo Tolstoj: Oorlog en Vrede
Oorlog en Vrede heeft alles. Een boek van 1500 bladzijden dat je nooit dicht wilt slaan is beter dan het leven. Ik las het toen ik achter in de twintig was, bij het verschijnen van een nieuwe vertaling zo’n vijftien jaar geleden. Het wordt het eerste boek dat ik ga herlezen als ik straks met pensioen ben. Het zou het laatste boek moeten zijn voor ik ooit sterf.

Anatoli Rybakov: Kinderen van de Arbat
Omdat dit me eind jaren tachtig op meeslepende wijze een hele nieuwe wereld binnen leidde. De wereld van Stalin en uiteindelijk die van heel post-revolutionair Rusland. Die fascinatie breidt zich nog altijd verder uit en maakt me voor mijn gevoel zelfs een beetje deskundige. Als ik nog ooit iets wil schrijven zou ik uit deze leeservaringen zeker willen Putten.

Henry James: Portret van een vrouw
Toch een boek dat ik pas op latere leeftijd ontdekte, een jaar of tien geleden. Gekocht voor 50 cent op een boekenmarkt, gelezen in de trein naar Arnhem, waar ik een opleiding volgde. Lezen in de trein is het mooiste wat er is. Met Henry James is een herinnering die nog altijd mijn gevoel kan doen kantelen.

Anton Tsjechov: alle verhalen vanaf 1887
Omdat er ook een verhalenschrijvers bijhoort en Tsjechov toch de beste is. Omdat ik twee keer zijn verzamelde verhalen aanschafte en daarna ook nog een verzamelbundel in de Perpetua reeks, telkens in nieuwe vertalingen, telkens weer werd het beter. En dat lag niet alleen aan de vertalingen.

Robert Musil: Man zonder eigenschappen.
Hier heb ik even getwijfeld tussen Musil, Joyce en Proust, schrijvers waarvan ik vroeger vond dat ik ze moest lezen, die me echter onmiskenbaar gevormd hebben, maar waarvan het lezen soms ook een kleine worsteling bleek. Dat geldt ook een beetje voor Dostojevski, waarover ik twijfel, Karamazov, Boze geesten.

Joseph von Eichendorff: Aus den Leben eines Taugenichts
Omdat er ook een Duits boek bij moet en dit kleine boekje, dat ik al las op de middelbare school, mijn nog altijd niet verdwenen romantische aard openbaarde. Hoe klein en onbeduidend ook, ik kan het adolescenten gevoel nog altijd oproepen. Het lijkt nig niks verouderd.

Jane Austen; Trots en vooroordeel
Even getwijfeld of ik hier niet Madame Bovary zou zetten, maar toch voor Austen gekozen omdat herlezing van Flaubert een jaar geleden niet meer helemaal het overweldigende gevoel van dertig jaar geleden opriep. Ik denk aan Anna Karenina. Om te laten zien dat het niet altijd zware boeken hoeven zijn.


O jee. Nu zit ik al aan tien. Ik doe zoveel schrijvers onrecht. Vooral Russen: Gontsjarov, Paustovski, Boelgakov, Boenin, Pasternak. Duitstaligen: Hermann Hesse, Stefan Zweig, Kafka. Engelstailgen: nabokov, Salinger, Galsworthy (wie leest hem nog), Lawrence, Woolf. En nog meer: Borges, Stendhal. En er zullen er straks nog wel een paar binnenvallen. Ik denk nu alweer aan Nadja, Het leven een gebruiksaanwijzing. En als ik er zo over denk had Nabokov wel in de plaats van Austen gemogen, maar welke dan? 

En wat te denken van hedendaagse schrijvers. Als ik over mijn lijstje kijk zie ik - op Rybakov na - allemaal boeken van honderd jaar of ouder, van voor de oorlog in elk geval. Boeken moeten een tijdje liggen. Maar dat wil niet zeggen dat het niet kan. Ik lees momenteel met genoegen Yalom, Toibin, ik denk aan Coetzee, Grass, Kundera, Nadas. Grote schrijvers, maar geen Tolstoj, geen Mann. 

Enfin, we laten het zo staan. Vertel me wat je leest, ik zal zeggen wie je bent. Ik zal me ook nog wel een keertje wagen aan een lijstje met non fictie, wellicht poëzie, eerst maar even dit. Voor vandaag even genoeg.


zaterdag 4 juni 2022

Leyster in de eredivisie


Judit Leyster (1609-1660), “Zelfportret”, 1630

Ik heb een boek van Paul Schnabel gekocht over de Nederlandse schilderkunst in de zeventiende eeuw, waarover ik eerder op Wikipedia een lemma schreef. Schnabel stelt een eredivisie samen van de beste schilders uit die tijd: Jan Steen, Caesar van Everdingen, Frans Hals, Gerard ter Borch, Gabriël Metsu, Bartholomeus van der Helst, Rembrandt van Rijn, Jacob van Ruisdael, Pieter de Hooch, Johannes Vermeer, Aelbert Cuyp en Abraham Bloemaert. Ik ben een beetje lijstjesfreak en vraag me af wie ik uit dat overzicht zou wisselen. Uiteindelijk is de enige die er van mij uit zou mogen Abraham Bloemaert. Zijn portretten halen het niet bij Hals en zijn genrestukken kunnen mij als niet klassiek geschoolde weinig boeien. Ik denk weinigen in deze tijd. Wie er dan voor Bloemaert in de plaats zou moeten komen is echter een lastiger verhaal. Ik mis een zeeschilder (Willem van de Velde de jongere, Simon de Vlieger). Ik mis de stillevens (Pieter Clasesz, Floris van Dyck, Maria van Oisterwijk). Ik mis een aantal leerlingen van Rembrandt (Gerard Dou, Samuel van Hoogstraten). Maar misschien mis ik wel vooral een vrouw. En dan kom ik bij Judith Leijster. Ja, die zou het inderdaad moeten worden, al is het maar omdat tijden veranderd zijn. En dat is toch eigenlijk waar Schnabel altijd op focust.


“Man die een vrouw geld aanbiedt”, 1631


“Fluitspelende jongen”, 1635

vrijdag 3 juni 2022

Voetbalkenner

 
Ajax, 2 juni 1971, ik spaarde de munten van het tanken, ik ken ze nog allemaal
Alles zal voorbijgaan, schiet door me heen. Van de veldspelers zijn er nog twee in leven, de jongste en de oudste.

Vroeger keek ik ‘s-nachts met mij vader naar boksen. Mohammed Ali tegen Joe Frazer. “In Amerika ziet iedereen meteen als het een punt is”, zei mijn vader, “dat zijn allemaal kenners”.

De eerste keer dat ik lang op mocht blijven voor het voetballen was bij de eerste Europacup winst van Ajax. Een jaar eerder bij Feyenoord moest ik nog naar bed en bad ik dat ze zouden winnen. En dat deden ze. God bemoeit zich met alles.

Vanavond is Nederland België. Ik herinner me een goal van Cruijff. Bijna een halve eeuw geleden ook al weer. En weer zit ik er klaar voor. Nog altijd met de paprikachips.

Meer dan een halve eeuw volg ik voetbal. In mijn jonge jaren speelde ikzelf, vele seizoenen, als amateur uiteraard, maar toch. Zeg maar eens dat ik intussen geen kenner zou zijn. En ik ben niet de enige. Honderdduizend bondscoaches, die allemaal verstand hebben van voetbal. Net als de Amerikanen van boksen. De enige die dat niet gelooft is Van Gaal. Maar die is dan weer vermakelijk. Ook dat is wat waard.

Een opstelling maken kan iedereen. Van mij mag hij blijven.

(Ps, dit vul ik aan na de wedstrijd, België - Nederland 1 - 4, Van Gaal móét blijven).

woensdag 1 juni 2022

Van buiten valt het mee

 
Rupert Bunny, “Dolce Far Niente”, 1897


Rust,
           Tevreden,
                   Berusting,

Ooit,
                       was ik jonger, 
                                              en moest er niks van hebben
Ooit was ik boos, 
                 opstandig, 
                                       en lawaai,
Ooit was ik rebels, 
                                       en steunde ik de krakers,
Ooit wist ik beter, 
                                      dan ouderen in hun pak,

In elk geval van binnen, 
                                     van buiten viel het mee,

Nu ben ik ouder, 
                                       al draag ik dan geen pak,
Nu weet ik beter, 
                                   al ben ik nog niet zeker,
Nu ben ik kalmer, 
                                   al blijft er lichte onrust
Nu ben ik anders, 
                                  al voelt het nog gelijk,

In elk geval van binnen, 
                                   van buiten valt het mee.