Labels

donderdag 23 april 2026

Trots op Truus

 


Nog even over de roaring twenties. Van het een komt het ander.

Truus van Aalten was dochter van een drogist uit Arnhem, later Amsterdam. Als kind was ze al helemaal in de ban van de stomme film, die toen net opgang maakte. Ze verzamelde fanatiek fototijdschriften, ansichtkaarten van filmsterren, en op 14 jarige leeftijd mat ze zich al een bopkapsel aan, hetgeen toen net nieuw was en gold als vrijgevochten. In werkte 1926 bij Peek & Cloppenburg te Amsterdam, maar toen ze in de krant las dat de Duitse filmmaatschappij UfA meisjes uit diverse Europese landen zocht voor filmrollen solliciteerde ze direct, werd aangenomen, maakte direct al grote indruk en schitterde vervolgens jarenlang in vooral komische Duitse filmproducties. Na de oorlog werd ze in de Nederlandse filmwereld genegeerd vanwege haar eerdere werk in het land van de agressor. In 1999 stierf ze vergeten in een tehuis voor dementerenden.

Dat over Truus. Voor nu werd ik vooral gefascineerd door de foto van Alexander Binder, die in oktober 1928 ook in geanimeerde vorm op de cover van Das Leben prijkte, hét geïllustreerde tijdschrift voor de welgestelde, hoogopgeleide Berlijnse upperclass-class in de tijd. Het zou ook de omslag mogen zijn van het boek dat ik over haar zou willen schrijven, waarvan ik niet weet of het er ooit van zal komen. Maar de plaatjes zijn sowieso meer dan voldoende voor mijn blog van vandaag. Laten we een beetje trots zijn op haar, honderd jaar na dato.




dinsdag 21 april 2026

Een platonische echo

 
Jan Wiegers, “Music Hall”, 1921/jaren vijftig, 100 x 82,5 cm, Groninger Museum

In 2008 werd bij Sotheby’s een schilderij van De Ploeg-schilder Jan Wiegers (1893-1959) geveild voor het recordbedrag van  216.750 euro. Het doek werd gedateerd op 1921: the roaring twenties in het Groningse uitgaansleven. Niet gek dat het Groninger Museum indertijd overwoog om mee te dingen, maar op advies van De Ploeg-kenner Han Steenbruggen zag het daar vanaf. Steenbruggen zag met het blote oog, mede op basis ook van het verfgebruik, dat het schilderij uit een latere Wiegers-periode stamde. Ook kende hij een foto van een vergelijkbaar schilderij van Wiegers uit de jaren twintig, dat verloren werd gewaand (of vernietigd, wat Wiegers wel vaker deed). Sotheby’s wilde niet meewerken aan een nader onderzoek, omdat dat de prijs alleen maar zou doen devalueren. De Rotterdamse kunstverzamelaar die het aankocht lijkt dan ook onwetend te zijn geweest over de gerezen twijfels. 

Uiteindelijk kreeg Steenbruggen natuurlijk toch gelijk: na röntgenonderzoek bleek dat het oorspronkelijke, verloren gewaande werk zich onder het geveilde schilderij bevond: er was in de jaren vijftig door Wiegers gewoon overheen geschilderd. Volgens de Groningse kunsthandelaar Richard ter Borg, ook een Ploeg-kenner, veranderde het schilderij daarmee tot een “echo van een revolutie” en zou de marktwaarde daardoor gedaald zijn tot ergens tussen de 60.000 en de 100.000 euro, ook al was de tweede versie nog zoveel mooier uitgewerkt en ontwikkeld. De kunsthandel steekt vreemd in elkaar. in 2011 werd het schilderij alsnog door het Groninger Museum verworven, ik neem aan van die Rotterdamse kunstverzamelaar, eerst in bruikleen, later verworven, geen idee voor hoeveel. Ik zou er nog steeds 216.750 euro voor willen betalen. Wiegers heeft een wijs besluit genomen, een platonische uitwerking doe mij nog altijd bereikt.


Foto van het “originele” onderliggende schilderij


zondag 19 april 2026

Sorolla’s zin des levens

 


De Spaanse kunstschilder Joaquin Sorolla (1863-1923) en zijn vrouw Clothilde García del Castillo (1865-1929) zijn hun leven lang vrijwel nooit van elkaars zijde geweken. Ze kenden elkaar al van jongsaf, Joaquin studeerde met de broer van Clothilde aan de kunstacademie van Valencia, en beiden wisten al vroeg dat ze tot elkaar voorbestemd waren. Ze zouden nooit meer van elkanders zijde wijken. Toen Joaquin in 1909 in New York exposeerde reisde hij met de hele familie - ze hadden twee dochters en een zoon - naar Amerika. Talloze keren zou hij Clothilde als zijn muze portretteren. In 1906 maakte hij zeventien portretten van familie en verkenden, waaronder het hier getoonde indrukwekkende portret van Clothilde. Na zijn dood zou Clothilde het Sorolla-museum openen in Madrid.

Het is mooi als je het kunstenaarschap en daarmee je leven in dienst kunt stellen van de liefde. De liefde voor je naasten en het geluk daar goed voor te kunnen zorgen is alles wat telt in het leven. Ik denk soms dat dat het enige is wat belangrijk is. Het enige dat een man najaagt, de zin des levens, evolutionair bepaalt, bij een vrouw wellicht in een iets andere zin, maar in wezen niet anders. Soms zie ik het ook, ineens, bij Sorolla bijvoorbeeld, soms ook bij mezelf. Hoewel het natuurlijk altijd lastig blijft om alles bij voortduring te ervaren. Hoewel grote liefde natuurlijk ook angsten oproept. Hoewel elke liefde ook soms ongeluk brengt. Hoewel…

Maar misschien projecteer ik teveel. Ik kan natuurlijk nooit precies weten hoe Joaquin het heeft ervaren, en Clothilde. 

Maar vandaag wil ik daar niet aan denken. Vandaag voel ik hun liefde.


,
Joaquin Sorolla, “Clothilde in zwarte jurk”, 1906, 187 x 119 cm,
Metropolitan Museum of Art, New York

donderdag 16 april 2026

Het goede

 
Picasso, “Blauw naakt”, 1902

De meeste mensen op aarde doen nooit een poging “het goede” te definiëren. Wat is het goede? Goed voor wie? Bestaat er een algemeen concept van het goede, toepasbaar op alle mensen, alle volkeren, alle levensomstandigheden? Of bestaat het goede voor mij in het kwade voor jou, het goede voor jouw volk in het kwade voor mijn volk? Is het goede eeuwig en onveranderlijk? Of is wat gisteren goed was vandaag slecht en is het kwaad van gisteren het goede van vandaag?

Vasili Grossman geeft in ‘Leven en lot’ een hoofdstuk-lange beschouwing over de notie van goed en kwaad. Maar de huidige wereldleiders lezen zulke boeken niet. En daarom zal er nooit iets veranderen. Grossman ziet alleen goedheid in alledaagse handelingen. De oude vrouw die een krijgsgevangene een stuk brood brengt. De goedheid van een soldaat die een gewonde vijand uit zijn velerlei laat drinken. De goedheid van een boer die een Jood op zolder verstopt.

Ik heb een mooi vak, denk ik dan. Ik probeer mensen te helpen. Omdat ik niet anders kan, en zonder dat me dat een goed mens maakt. De wereld ga ik niet meer veranderen.

dinsdag 14 april 2026

Lente licht

 
Carl Larsson, “Lisbeth bij de berkenboom “, 1910

Lente licht
Groener dan groen
Lengende dagen
Beginnersseizoen
Het lopen weer lichter
Een schonere schoen
Drukt alles wat zachter
En mooier als toen
Lijkt alles te wachten
In drukte te doen
De vogeltjes fluiten
Ik geef je een zoen


maandag 13 april 2026

Sonja’s vertier

 


Sonja is dood. Ik dacht ooit dat ze altijd dezelfde zou blijven, mooi als ze was, maar de spaarzame keren dat ze in de afgelopen jaren op televisie verscheen zag ik al dat ook zij er niet aan zou ontkomen.

Sonja is dood. Ze heeft nooit geweten wie ik was, maar toch maakt ze een beetje deel uit van mijn leven. Alleen heeft ze daar niks meer aan. En ik wellicht nog minder.

David Foster Wallace beargumenteert dat het vertier dat we kiezen en de soort afleiding die we zoeken alles zegt over wie we zijn. Want alles is afleiding, uiteindelijk van de dood..

Sonja is dood. Er zijn weer nieuwe Sonja’s. Nieuwe oorlogen. Nieuwe seizoenen. Ander vertier. Jongeren die haar nooit gekend hebben en daar nooit om zullen malen.

Ik maal om het voorbijgaan der dingen. Goede levens, slechte levens. Lange en korte. Alles stroomt. En de rest is afleiding. Wat blijft toch steeds te weinig. Dat ze mooi was misschien. Gratieus. Als een danseres.

Wie ben ik om haar te gedenken?

zondag 12 april 2026

Opnieuw beginnen


Richard Maury, 2003

Je kunt altijd opnieuw beginnen,
Hoe vreemd,
Hoe bijzonder
          En hoe hoopvol

Je loopt wat door de tuin
Snoeit de rozen
En ze schieten andermaal uit

Ik loopt over straat
In de lage zon
Kinderen fietsen vanuit het tegenlicht op je af
En ik hoor ze kwebbelen

Je draait je om
maakt lange schaduwen
Groet de mensen
Je maakt deel uit van het leven
En morgen is er weer zo’n dag

Je trouwde ooit met de dochter
Blijft bij elkaar
En straks trouwt wellicht een zoon
Wie weet

Alles kan
Iemand begint een oorlog
Tien punten voor de vrede
Verdwijnen in de lentezon
Het leed dat is geweest
Zal weer verdwijnen in de lentezon

Je opent een nieuwe pagina
Typt een paar woorden
Geïnspireerd door de zon der lente
Je begint altijd met niks
En eindigt met een gedicht
       of wat woorden

We maken woorden
Uit het geruis van de bomen
We zijn er gewoon
Op alweer een nieuwe dag
We zijn deel van het leven
Als een schaduw voor het zonlicht

Je kunt altijd opnieuw beginnen,
Hoe vreemd,
Hoe bijzonder
          En hoe hoopvol

vrijdag 10 april 2026

Historiezucht




Mijn eerste geschiedenislessen kreeg ik eind jaren zestig van meester Zegveld, die zo beelden kon vertellen. Later heb ik nog ooit archeoloog willen worden, of geschiedenisleraar, een onderwijzer die alle verhalen kende. Het is er allemaal niet van gekomen, maar de historiezucht is gebleven.

Meester Zegveld werkte met de schoolplaten van Isings, die na al die jaren nog steeds een snaar kunnen raken bij mij. Eén van die platen was Brabants dorp in de vijftiende eeuw, een van Isings’ laatste. Het zou Leende zijn geweest, volgens de meester, met Kasteel Heeze wat dichterbij gehaald. We zien een ridder, edelen, verschillende ambachten en bezigheden, zoals houthakkers, een marskramer, een herder met zijn kudde schapen.

Het helpt niet om de schoolplaat te beschrijven als het gaat om wat het nog steeds met me doet. Het is niet de vijftiende eeuw die voorbij voelt, maar voor mij de jaren zestig, resonerend in de decennia eraan voorafgaand. Het geschiedenisonderwijs is niet meer wat het geweest is. Maar ik ben nog steeds dezelfde. Terug in de tijd, een eerder leven.

Alles herhaalt zich. Ik ben weer negen en mijn leven moet nog beginnen.

dinsdag 7 april 2026

Verre gelijkenis

 


Het is tweede paasdag, mooi weer, we zitten buiten met een drankje. Ik heb een grote kast vol kunstboeken. Ik loop naar binnen, pak er eentje uit en blader wat in het zonnetje. Anders heb je ook niks aan die kunstboeken. En dan krijg ik niet meer verantwoord om er nog meer aan te schaffen.

Ik kijk naar een werk van Roy Lichtenstein en ik zie Botticelli, Venus. Ik hoef niet lang te denken waar mijn voorkeur naar uitgaat. Al zou ik Lichtenstein eerder in mijn kamer hangen dan Botticelli. Als reproductie dan, maar bij Liechtenstein maat dat zoveel niet uit.

Gewoon, omdat het leuk is de twee beelden even naast elkaar te zetten. Omdat ze nog mooier zijn in close-up. Omdat ik me ook wel eens kunstliefhebber noem, voor wat dat ook waard zij.

Omdat het een mooie dag is.




maandag 6 april 2026

Voor de spiegel

 
Adolf Münzer, “Vor den Spiegel”, 184 x 151 cm, 1907, Museum Kunstpalast, Düsseldorf

Notariszoon Adolf Münzer (1870-1953) was een Duits kunstschilder, opgeleid aan de Kunstacademie van München, aanvankelijk vooral bekend als grafisch illustrator voor Jugendstill tijdschriften als Jugend en Simplicissimus, lid van kunstenaarsvereniging Scholle, voornamelijk werkzaam in München.

In 1903 leerde Münzer te München Marie-Thérèse Dreeßen kennen, geboren von Vestenhof (1878–1958), die zijn model en minnares werd. Dreeßen was echter getrouwd en liet zich bij naakten alleen portretteren zonder haar gezicht te tonen, vaak in ‘Rückenansicht’. Toen Münzer in 1907 zijn schilderij Vor dem Spiegel tentoonstelde bij Galerie Brackl, werd ze evenwel toch herkend, hetgeen tot een schandaal leidde, eindigend in een scheiding met haar man. Een jaar later zou ze met Münzer trouwen en vertrokken ze naar Düsseldorf, war Münzer hoogleraar werd aan de Kunstacademie. In de Hitler-tijd was hij nauw betrokken bij het organiseren van meerdere edities van de Große Deutsche Kunstausstellung, waar alleen door de Nazi’s goedgekeurde kunstwerken werden geëxposeerd.

Vor den Spiegel werd in 2016 herontdekt in het depot van Museum Kunstpalast en gekoppeld aan bovenstaand verhaal opnieuw tentoongesteld. Hetgeen nog maar eens bewijst dat een mooi verhaal een kunstwerk serieus kan opwaarderen. Ik denk dat het verhaal nog mooier was geweest als uit was gekomen dat Adolf Munzer er expres op aangestuurd heeft dat het uit zou komen wie zijn model was. Hij moet stapelverliefd zijn geweest op Marie-Thérèse. Onderstaand portret schilderde hij korte tijd eerder van haar. Zo moeilijk kan het niet geweest zijn.


Marie-Thérèse door Munzer, “Abseits vom Fest”, 1905-1906

zaterdag 4 april 2026

Therapeutenpad

Renoir, “Confidence”, 1897

Je kunt niet iedereen redden,
Je kunt een stukje meelopen met hun levens,
                                                Als voorrecht,
Je kunt een ander perspectief bieden,
Je rust, met het masker van gezondheid,
Soms kun je iets wegnemen van de pijn,
In de verdoving van wat afstand
Soms voel je even de verbinding,
Die de ander te weinig heeft gevoeld,
Soms kun je troosten door aanraking,
Aanwezigheid,
              Een oogcontact,
                  Een traan,
Maar je kunt niet hun pad bepalen,
Of beschermen tegen eeuwigheid,
Je kunt nooit opnieuw beginnen,
Noch een beter antwoord geven,
Ze zullen hun eigen antwoorden moeten vinden,
                                                 Zichzelve redden,
En je moet ze allemaal laten gaan,
                                            Te lange leste.

vrijdag 3 april 2026

Filosofie van de verte

  
Henri Matisse, “De drie zussen”, 1917

Pirandello voert in een van zijn verhalen ene dokte Fileno op, die een methode had gevonden om het leed van de hele mensheid voor altijd te verlichten. De methode bestond eruit dat je van ‘-morgens vroeg to ‘s-avonds laat geschiedenisboeken moest lezen en ook het heden in de geschiedenis plaatste, ver terug in de tijd. Hij positioneerde zich als het ware in de toekomst om van daaruit naar het heden te kijken, dat hij daarmee bezag als iets wat al voorbij was. Filosofie van de verte, moest het heten.

Tegelijkertijd zoekt hij naar onsterfelijkheid en wil hij een personage worden in een boek van Pirandello. Personages in grote boeken zijn als enige onsterfelijk. Sancho Panza, Hamlet, Anna Karenina, Madame Bovary. Maar Pirandello wijst hem af. En ik denk terecht. Je kunt het verleden naar je hand zetten, vervormen, afstand nemen als je wil, maar je kunt het leed niet overslaan. Voor iedereen een gifbeker. Iedereen dealt ermee op eigen wijze. Geen personage die eraan ontkomt.

woensdag 1 april 2026

Drie zusters

 
“Three Bohemian Noble Sisters in the Emperor’s Court”

Je hebt tegenwoordig AI kunstenaars. Ene Bruno Cerboni Bajardi (1969) noemt zich zo en komt tot bovenstaand portret. Ik heb veel bedenkingen bij AI, uiteindelijk zal het zich tegen ons keren, maar dit is toch geweldig gemaakt. Ik zou bijna zeggen: ik sta perplex. Verrassend vind ik eerlijk gezegd te zwak.

Laat ik het ook eens proberen!

Ik google op “Drie zusters”, vind een mooie foto van een theatervoorstelling, ik pas de foto aan via Chat-GPT en voila, ik heb een AI-kunstwerk dat op groot formaat volgens mij in weinig musea zou misstaan. Zie hieronder. De drie gratiën, op hun best, zou ik zeggen. Ze kijken je aan, zeg maar hoe?

Mooi toch? Ik vind het mooi.

Tegelijkertijd voelt het een beetje eng. Ik weet niet waar het allemaal naartoe gaat. Maar het kan perspectief bieden voor een nieuwe hobby. Al is het maar voor mijn blog.


Mijn “Drie zussen”, met behulp van AI