Mijn eerste geschiedenislessen kreeg ik eind jaren zestig van meester Zegveld, die zo beelden kon vertellen. Later heb ik nog ooit archeoloog willen worden, of geschiedenisleraar, een onderwijzer die alle verhalen kende. Het is er allemaal niet van gekomen, maar de historiezucht is gebleven.
Meester Zegveld werkte met de schoolplaten van Isings, die na al die jaren nog steeds een snaar kunnen raken bij mij. Eén van die platen was Brabants dorp in de vijftiende eeuw, een van Isings’ laatste. Het zou Leende zijn geweest, volgens de meester, met Kasteel Heeze wat dichterbij gehaald. We zien een ridder, edelen, verschillende ambachten en bezigheden, zoals houthakkers, een marskramer, een herder met zijn kudde schapen.
Het helpt niet om de schoolplaat te beschrijven als het gaat om wat het nog steeds met me doet. Het is niet de vijftiende eeuw die voorbij voelt, maar voor mij de jaren zestig, resonerend in de decennia eraan voorafgaand. Het geschiedenisonderwijs is niet meer wat het geweest is. Maar ik ben nog steeds dezelfde. Terug in de tijd.
Ik ben weer negen en mijn leven moet nog beginnen.
