Labels

zondag 16 augustus 2026

Zonder ratio

 
Ron Francis

Tot op heden ging men er vanuit dat het belangrijkste in het evangelie de morele uitspraken en regels zijn die in d predikingen zijn vervat, maar voor mij gaat het in de eerste plaats om dat wat Christus vertelt in parabelen die an het dagelijks leven zijn ontleend, waarbij hij de waarheid verklaart aan de hand van het alledaagse. Aan de basis hiervan ligt de gedachte dat de omgang tussen stervelingen onsterfelijk is en dat het leven symbolisch is omdat het betekenis heeft.

Dat lees ik weer bij Pasternak. Ik weet niet of ik het helemaal snap, maar ik voel dat het waar is. Zoals je een gedicht kunt lezen en de essentie kunt pakken enkel en alleen op het ritme en gevoel. Zoals je als goed psycholoog bij het wezen van menselijk leed kunt komen zonder te vragen naar de oorzaak. Zoals ik nooit heb geweten of ik mezelf wel goed begrijp. Waarheid heeft met ratio niks te maken, maar leg dat maar eens uit. Daar moet je Pasternak voor heten, of zo.

vrijdag 14 augustus 2026

Gemiste verwondering

 
Frithjof Smith-Hald, “Flord bij zonsondergang”, 1890

‘Ineens begreep ik het allemaal. Ik begreep waarom het allemaal zo dodelijk onuitstaanbaar en vals is, zelfs in Faust. Het is gemaakte belangstelling. De moderne mens heeft daar geen behoefte aan…’.

(Boris Pasternak, Dokter Zjivago)

Het was zonsverduistering. Eer ik het wist had ik geen brilletje en waren ze niet meer te krijgen. Mijn vrouw zat wat te pongelen met een vergiet, maar veel leverde dat niet op. Daar zaten we dan. We keken naar de televisie en zagen overal enthousiaste mensen. Hoe bijzonder het wel was. En dat het de volgende keer pas weer in 2080 zou zijn. Peter Kuipers Munnike, de weerman die mijn zoon hielp promoveren, kreeg tranen in zijn ogen. Misschien was hij wel de enige in wiens oprechtheid ik geloofde.

Ik denk aan onze voorvaderen. De Germanen van Wodan en Donar. Ik kan me hun verwondering levensecht voorstellen. De verwarring. De angst. Later in de nacht was er ook nog sterrenregen. We begrijpen veel te veel, wat onze verwondering aantast. Terwijl de verwondering toch is wat ons drijft. Wat mij nog steeds drijft. Maar met de zonsverduistering keer had niet het gevoel veel gemist te hebben, zonder brilletje. Ook niet na tien keer terugkijken. Jammer maar zo zij het.

woensdag 12 augustus 2026

Gewonnen tijd

 
Carlos Schwabe, “Elysian Fiels”, 1903


Ik bestelde een boekje bij Edwin Smet, die ik vond op het internet, kunstenaar, boekbinder, dichter, schrijver van het boekje “Proust had een baard zijn sterfbed”.

‘Welk stuk van de berg van je leven graaf je af, wat plaats je in het licht, wat laat je in de schaduw’?

Hoezeer ik mijn cliënten op het hart druk in het hier en nu te zijn, we leven in ons verleden. 

‘En de tijd die erin is vastgelegd is alvast gewonnen’.

Misschien heb ik het wel helemaal mis. Alleen zijn sommige inzichten niet altijd helpend. Of in elk geval moeilijk over te brengen.

We houden veel verborgen, al is het maar voor onszelf.

Ik heb een ingewikkeld vak.


zondag 9 augustus 2026

Marc groet ‘s-morgens de dingen (2)

 


Marc groet ‘s-morgens de dingen,
De bloemen, de kast, het kozijn,
De schuifpui, de merels die zingen,
De tafel, het kleed, het gordijn,
 
Het brood met de boter, de ham en de kaas,
De zon en de wolk in de lucht,
Het plantje, het potje, de delfsblauwe vaas,
Zijn vader die bromt en die zucht,
 
De lepel, het kopje, zijn bordje,
De krant op het kussen, de bank,
Zijn moeder, haar handen, het schortje,
Het broodmes dat ligt op de plank,
 
De poes en de voerbak, zijn oudere broer,
De gangdeur, de trap met de treden,
De drempel, het plintje, de mat op de vloer,
Een veter en ook nog een tweede,
 
De schoenen, de jas met de knopen,
Zijn zakdoek, de knikkers, de riem,
De sleutel, de deur die gaat open,
Het schuurtje, de nijptang, een priem,
  
De fiets met het zadel, de bel aan het stuur
De kleuterschool, stoelen, de tafels,
De juffrouw, de bril, de spreuk aan de muur,
De kapstok, de jas met de rafels,
 
Zijn vriendjes, het veldje, het dor-gele gras,
Een olm en een eik en een den,
De laarzen, de spetters, een waterplas,
Het schriftje, de inktpot, de pen,
 
Marc groet ‘s-middags de dingen,
Het schoolbord, het krijtje, de aanwijsstok,
Het klaslokaal, vinken die zingen,
Schoolplaten, boeken, de klok,
 
De gum, lineaal en de vouwblaadjes rood,
De lijmpot, de kwast en de klei,
Het trommeltje, appel, rozijnenbrood,
En de bel van de schooldag voorbij,
 
De sloot langs de weg, nu snel weer naar huis,
Een oudere man met een baard,
De meeuwen, de duiven, een kat met een muis,
De koeien, het kalf en het paard,
 
De vaart en het water, de wilg met de knot,
De auto, de bromfiets, een renner,
Het hekje, de poort, de sleutel, het slot,
De kapstok, de drempel, ik benner,
 
Weer moeder en vader, de brandende haard,
Het bakje met lege batterijen,
De kam met de haren, de hond en zijn staart,
De muren met twee schilderijen,
 
Het eten, de bloemkool, het kruimige bintje,
De afwas, de borstel, de handdoek,
De bank, de teevee, een blauw hyacintje,
Pyjamabroek, washandje, leesboek,
 
Marc groet ‘s-avonds de dingen,
Het laken, de dekens, het bed,
Zijn moeder, een slaapliedje zingend,
Het lampje wordt stilletjes uitgezet,
 
De dromen, de stilte, het kussen zo zacht,
 
De sterren, de maan en de nacht,
 
Marc gaapt,
 
Marc slaapt.


zaterdag 8 augustus 2026

Droogte

 


Soms mis ik de regen
Die tikt op mijn hart
De zwellende regen
En het leed van de ander

Die het het doet 
                       
                         of werd aangedaan

Mensen douchen, 
               maken een ontbijt
In hun auto’s 
snel weer naar het werk
         En ik zit hier maar 
                           een gedichtje te schrijven

In het doelloos ongerichte

                     Mijn gedachten laten gaan

Wordt het lichter als de zon schijnt
Begin ik toch weer wat te leven
Toch weer denken wat ik aandoe
Wat ik zal eten voor ontbijt

En uiteindelijk 
          toch maar weer 
            opgestaan.



woensdag 5 augustus 2026

Nieuwe hobby?

 


Misschien moet ik een nieuwe hobby zoeken voor als ik straks meer vrije tijd heb, en voor als het met mijn roman niet zo vlot. In probeer wat met een AI image generator, zoals dat mooi het. Ik probeerde het al eens eerder en blijf me verbazen. Het is wonderbaarlijk wat allemaal mogelijk is en wat je met een beetje handigheid kunt creëren. Ik begin met een werkje van Breitner en waaier een hele nieuwe richting uit. Zie wat ik ervan gemaakt heb. Als ik het nu eens op groot formaat op mooi papier uitprintte en in liet lijsten zou het zo verkocht kunnen worden en vind ik het mooier dan wat ik doorgaans zie op een willekeurige kunstmarkt. Of ik het daarmee ook kunst mag noemen weet ik niet. Maar het zou best weleens wat kunnen zijn voor straks.


George Hendrik Breitner, “Het oorringetje”, 1893.
Ook naar een foto trouwens, wat is het verschil.

maandag 3 augustus 2026

Een ver gerommel

 
Andrew Wyeth, “Distant thunder”, 1961

Vandaag niet teveel woorden. Nog een keer Andrew Wyeth (1907-2009). “Distant thunder”, uit 1961. Vlak na mijn geboorte.

Het schilderij toont de vrouw van de kunstenaar, Betsy Wyeth, die met haar hoed over haar gezicht in het gras ligt. Linksonder in het gras zijn een plukmandje met bosbessen en een beker te zien. Niks aan de hand. Naast haar ligt hun hond Ranger die alert zijn kop omhoog houdt. Hij hoort de dreiging in de verte die Betsy nog niet ziet komen.

Wij zien zoveel niet komen. Wyeth stond erom bekend dat hij met zijn eitempera-techniek een uitermate gedetailleerde en serene, maar tegelijkertijd voelbaar geladen sfeer wist neer te zetten. “Distant thunder” tekent de hedendaagse mensheid. Het tekent ook mij, zoals al Wyeth naar zijn hond keek, maar ook niet anders kon dan doorgaan.

En ondertussen dreigt de donder harder dan ooit. En lig ik nog steeds op een stretcher onder een veel te hete zon als ik dit schrijf.


zaterdag 1 augustus 2026

De twee Sylvia’s

 
1973

Als psycholoog weet je dat sommige mensen met een knip van de vinger kunnen veranderen van persoonlijkheid. Veelal zijn het mensen die eerder in hun leven, vaak al in de kindertijd, het een en ander hebben meegemaakt. Misschien hebben we het allemaal een beetje, maar bij sommige kan het heel extreem zijn. En soms is het openlijk zichtbaar soms blijft het goed verborgen. “Als de gordijntjes dicht zijn weet je nooit wat er binnen gebeurt”, zei mijn mentor ooit.

Sylvia Kristel heeft altijd een bijzondere rol gespeeld in mijn leven. Ze speelde met Rutger Hauer de hoofdrol in de speelfilm “Mysteries” van Paul de Lussanet. De Emanuelle-films behoren tot mijn eerste kennismakingen met de erotiek. Niet onbelangrijk allemaal.

Ik kijk naar twee foto’s van Sylvia, eentje uit 1973, toen ze in de RAI uitgeroepen werd tot Miss TV Europe, de tweede uit 1975, in de film “Spelen met vuur”, nog van later dan haar eerste Emanuelle rol. Die moet best wat meegemaakt hebben in haar jeugd, denk ik dan. Maar haar uitspraken heeft ze later ingetrokken.

Ik kan me de prijzende woorden van mijn moeder nog herinneren uit naar ik aanneem 1973, toen ze voor op de Televizier-gids stond. Maar onderstaande foto heeft de cover niet gehaald. En anders hadden mijn ouders de gids wel voor mij verborgen gehouden, schat ik in. Jongetjes van dertien moet je niet bederven.

Enfin. Of het geholpen heeft weet ik niet. Sylvia blijft mijn favoriet. In alle versies.


1975

woensdag 29 juli 2026

Buiten de tijd

 
Andrew Wyeth, “April Wind”, 1952


Zoeken, 

                 rusten 

                                               in het zwart van de nacht,

Buiten de tijd 

                                  en vrij van zorgen,

Een schaduw weeft 

                                   met fluwelen kracht

Die niet meer wacht 

                                        op een nieuwe morgen.



maandag 27 juli 2026

Het meisje of de vaas

 
Henryk Siemiradzki, “Het meisje of de vaas”, 99 x 156 cm, 1878, olieverf op linnen, privé collectie.

Wat een meevaller! Dacht Lara. Zo lang ze van de rest van de stad afgesneden waren, zou ze Komarovski niet zien! Vanwege haar moeder kon ze het niet met hem uitmaken. Ze kon niet zeggen: mama, je moet Komarovski niet ontvangen. Dan zou àlles uitkomen . Maar wat dan nog? Waarom zou ze dar zo bang voor zijn? Ach mijn hemel, ze konden allemaal barsten, als het maar afgelopen was. God, oh God, oh God! Zo dadelijk viel ze nog midden in de straat flauw van walging. Wat was haar zojuist te binnen geschoten?! Hoe heette dat verschrikkelijke schilderij ook weer met die dikke Romein in die eerste chambre séparée, waar het allemaal was begonnen? ‘De vrouw of de vaas’. Ach ja. Natuurlijk. Een bekend schilderij. ‘De vrouw of de vaas’. En ze was toen nog geen vrouw geweest, die zich met zo’n juweel kon vergelijken. Dat kwam later. De tafel was rijk geserveerd geweest.

Lara was zestien. De oudere advocaat Komarovski was aanvankelijk de beschermheer van haar moeder maar onderweg naar haar volwassenheid verplaatste hij zijn aandacht naar de zich prachtig ontwikkelende Lara, om haar te vangen in zijn web, zonder zich te bekommeren over wat het met haar deed.

De passage verwijst naar een werk van de Poolse kunstschilder Henryk Siemiradzki. (1843-1902). Het toont een zelfvoldane Romeinse patriciër die een koopman op bezoek heeft en moet kiezen tussen een vaas en een hem aangeboden mooie slavin. Het hing in de kamer waar de tragische verstrengeling tussen Lara en Komarovski begonnen is. De keuze tussen de levenloze vaas en de kwetsbare menselijkheid van de slavin. Alsof het niet uitmaakt. Net als de slavin op het schilderij wordt Lara door Komarovsky gereduceerd tot een 'bezit', een luxe object. Het schilderij weerspiegelt de cynische, patriarchale wereld waarin de onschuld van een vrouw een verhandelbaar product is geworden, iets wat in het tsaristische Rusland in hogere kringen nog aan de orde van de dag was. Het raakt ook aan een centraal thema van Dokter Zjivago, waarin Pasternak worstelt met de vraag hoe kunst en poëzie zich verhoudt tot de rauwe, destructieve realiteit van de Russische Revolutie en de individuele menselijke emoties.

Eén vraag die ik mezelf ook zou kunnen stellen, van mijn eilandje naar het leven, en weer terug.

Een mooie symboliek. In mijn hart blijf ik communist.

zondag 26 juli 2026

Voorbij het riviertje

 
Paul Chocarne-Moreau, “Blik over de Seine”, 1884

Op een keer had ze een droom. Ze lag onder de grond, al wat van haar restte waren haar linkerzijde en schouder en haar rechtervoet. Uit haar linkertepel groeide een pluk gras, en boven de grond werd gezongen. ‘Zwarte ogen en blanke borst’ en ‘Masja mag niet voorbij het riviertje komen’.

Ik doe niks als herlezen de laatste tijd. Ik herlees Dokter Zjivago.

Toen ik pas getrouwd was keek ik met mijn vrouw naar de film, met Omar Sharif als Zjivago. De hele film hoopte ik dat hij Lara zou krijgen. Na afloop begreep ik dat mijn vrouw steeds hoopte dat hij bij Tonja zou blijven. En zo begreep ik steeds beter dat iedereen een andere bril heeft.

Het boek vraagt steeds weer een andere bril en leest als een gedicht.

‘Masja mag niet voorbij het riviertje komen’.

vrijdag 24 juli 2026

Plek van de plas

 
Plaats voor het speelkwartier. Plek van de plas.

Ineens wist ik het weer.

De zuster had gezegd: “niet door de plas lopen”. Ik had toch door de plas gelopen en de zuster had me ondersteboven, ik weet niet goed meer hoe, met mijn hoofd en haren in de plas gedoopt. Het moet in de tweede kleuterklas zijn geweest. Thuis had ik niks durven zeggen, maar pap en man hadden het via kennissen, waarvan het dochtertje een klasgenootje was, toch gehoord, en ze waren verhaal gaan halen bij de zuster. Wat ik later pas hoorde. Ik zal evengoed op mijn donder hebben gehad, wat maakte dat ik later wel meer zou blijven verzwijgen. Zoals dat gaat.

Ik was op mijn oude kleuterschool waar nu een Polenhotel is, bij toeval. En ineens wist ik het weer. Niets wordt vergeten. Ook al denken we soms van wel.


woensdag 22 juli 2026

Trage lezer

 


Ik schuif richting mijn pensioen en verheug me nu al op de zee aan vrije tijd die ik ga krijgen, niettegenstaande dat ik twee dagen per week blijf werken. Ik verheugd me vooral op de hoeveelheid leestijd en op de dikke boeken waar ik nu eindelijk tijd voor ga krijgen. Ik heb Prousts “Op zoek naar de verleden tijd” verworven in een gebonden uitgave waar ik eerder nier verder ben gekomen dan deel 1, afgelopen week schafte ik de zeven delen van Voskuils ‘Het bureau” aan, die ik al bezit en zo’n vijftien zestien jaar geleden samen met de voorafgaande werken heb gelezen. Zevenduizend bladzijden, meer als een half jaar heb ik erover gedaan. Nu ga ik meer tijd krijgen.

Ik ben een trage lezer en ik houd van dikke boeken. Dat is een moeilijke combinatie als je fulltime werkt, en ook nog een ander leven hebt. Maar een geschikte voor het pensioen.

Ik ben een trage lezer. Voor schrijvers die traag schrijven een dankbare lezer. De enige juiste manier. Soms is het leven tekort, een gedachte die pas bij me op kwam bij het wat herschikken van mijn bibliotheek. Er is teveel om te lezen, steeds meer om te herlezen. Ik ga het niet redden denk ik maar ben blij met wat ik mij kan pikken.

In dat soort gedachten zoek ik troost.

maandag 20 juli 2026

Kuifje in Afrika

 


Bij wat opruimen op zolder, omdat er plaats gemaakt moet worden ussen mijn boeken, stuit ik op mijn volledige verzameling Kuifjes. Ik heb ze nooit weg willen doen.

Ik blader wat in ‘Kuifje in Afrika’, bijna honderd jaar geleden voor het eerst gepubliceerd.

Er is veel veranderd. ‘Kuifje in Afrika’ kan al lang niet meer. Ik zie dat, snap dat, weet dat, en tegelijkertijd blijf ik het jongetje dat op mijn tiende bij ome Walter en tante Truda Kuifjes mee naar huis kreeg. De vreugden uit mijn kinderleven.

Ik weet niet of het er allemaal beter op geworden is. Er is nog veel niet oké in Afrika. In de hele wereld trouwens. Maar ik ga dat niet meer verbeteren.

En zo berg ik mijn Kuifjes weer op.





zaterdag 18 juli 2026

Eric en Jula in volle liefde

 
Eric Isenburger, “Jula”, 1929

Ik heb nog een boek liggen van de Amerikaanse journalist Varian Fry (1907-1967), wat ik nog niet gelezen heb, over hoe hij zo’n tweeduizend Joodse vluchtelingen vanuit Marseille via de Pyreneeën hielp ontsnappen aan de nazi’s, naar Spanje en van daaruit verder.

Onder hen was de fauvistische kunstschilder Eric Isenburger en zijn vrouw Jula Elenbogen, die danseres en later choreografe was. Ze leerden elkaar in Frankfurt kennen in het voorjaar van 1925, toen Jula nog geen achttien jaar oud was. Eind 1927 trouwden ze. In de jaren dertig rangschikten de nazi’s zijn werk onder Entartete Kunst, hij vertrok met Jula naar onder andere Parijs, Zweden en uiteindelijk Zuid Frankrijk. Hij raakte daar bevriend met Pierre Bonnard, bewonderde Edouard Vuillard en werd beïnvloed door Cezanne. Hij leefde echter voor Jula, die hij talloze malen portretteerde. In volle liefde.

Eind 1940 was hij met Jula een van de eerste die via Fry naar Spanje ontkwam, waarna het echtpaar doorreisde naar de Verenigde Staten. Hun carrière’s kwamen daar echter maar moeizaam weer van de grond, hoewel er in recente jaren sprake is van een wat verhoogde aandacht. Laat ik er een beetje aan bijdragen, met enkele portretten en een foto die Eric van Jula maakte in hun Europese periode. Omdat ze het beiden verdienen.

En het boek van Fry ga ik nog wel eens lezen.




 



donderdag 16 juli 2026

Kleine overwinning

 
Herbert James Gunn, “Gwendoline Sylvia, vrouw van de kunstenaar”, 1925

En dus gun ik haar 
          die kleine overwinning
          die haar goed doet
  en mij ook 
     omdat het haar 
een genoegen verschaft.

Want zo ben ik
en zij ook
en zo houden we het 
samen 
        al tijden 
                 overeind.

woensdag 15 juli 2026

Page-hits

 
Lotte Rönquist, “Meisje poetst het venster”, 1889

Even een korte reflectie op mijn eigen schrijverijtjes hier. Ik zit intussen op zo’n tweeduizend stukjes vanaf eind 2017, ongeveer net zoveel als lemma’s die ik schreef voor Wikipedia. In het voorbije jaar kreeg ik zo’n vijftigduizend page-hits, niet van mezelf, waar dat er in de eerste jaren nog maar enkele tientallen per dag waren. Vanaf 2023 schoot dat exponentieel omhoog.

Waarom doe ik dit? Ben ik blij met al die page-hits?

Voor die eerste vraag verwijs ik naar Godfried Bomans : “de beloning van het schrijven zit hem niet zozeer in de beloning van de uitgever (want die is te verwaarlozen), maar in de enorme voldoening die u hebt als u, na lang zoeken, dat wat u wilt zeggen, geformuleerd hebt, zodat de huid van het woord strak om het begrip zit.”

Een torentje voor de eeuwigheid, zei Nescio, vanuit een andere insteek. Niet alles mag verloren gaan.

Maar dat verhoudt zich dan weer vreemd met het ongemak dat ik voel bij al die page-hits, hoe weinig echte lezers het ook mogen zijn. Ik voelde me beter bij die enkele tientallen van eerder dan bij die honderden van nu per dag. Ik weet niet goed wat ik ermee aan moet. Heb geen idee wat ik me daar bij voor moet stellen. Het zal ook wel met Google te maken hebben. Ik wordt sneller gevonden, maar dat voelt ook ongemakkelijk. Het maakt me voorzichtiger ook. Niet iedereen hoeft alles te lezen.

Misschien moet ik toch eens een ander medium zoeken. Of een boek gaan schrijven. Maar schrijven zal ik blijven doen. Omdat ik niet anders kan. Waarmee ik weer terug ben bij de waarom vraag.

zondag 12 juli 2026

Festival


Oskar Moll (1875-1947), “Interieur met kat en plant”, z.j.


Reuzeroodje
                              rode reus
Reuzen rode 
                             rare neus
Reuze rommel
                                 rode frietjes
Rode trommel 
                                  reuze grietjes

Heel veel

                                                      rode reuzen neuzen liedjes

Hoor je op het platteland.


woensdag 8 juli 2026

Tijdelijkheid

 
Félix Vallotton, “Gezicht op Honfleur”, 1911

Ik lees weer een boekje van Paul van Tongeren. Over tijd en ons identiteitsbesef, een thema dat me interesseert al vanaf ik de eerste keer “De toverberg” las, en waarschijnlijk al eerder.

Paul van Tongeren definieert, met Nietzsche en Kierkengaard, de identiteit van een mens als een wezen dat zich moet verhouden tot zijn eigen tijdelijkheid.

Eigenlijk is het verbazingwekkend hoe goed wij mensen ons nog kunnen voelen in het zicht van een altijd dichter naderend einde.

Hij vergeet in te gaan op het meest wezenlijke, namelijk dat we dit doen door ons te richten op het voortbestaan van onze soort, van onze gemeenschap, onze kinderen, en daarmee altijd in relatie tot de ander, ook inseksuele zin. Die drijfveer is essentiëler dan filosofen vaak vermoeden, waarmee we weer terug zijn bij Freud. Bij zijn drijfveer, zijn doodsangsten.

En waarmee ik dus weer terug ben bij mezelf, en mijn eigen tijdelijkheid na een keer of drie “De toverberg” te hebben herlezen.

maandag 6 juli 2026

Boekenpsychologie

 
Ilja Masjkov, “Stadje in Zwitserland”, 1914

Ik heb vakantie en lees mooie boeken. Veel boeken lezen maakt je een beter psycholoog. Natuurlijk moet je ook wat dingetjes leren, wat interventies in je rugzakje hebben, af en toe moet je ook iets kunnen doen met je cliënten, maar wie nooit een goed boek leest, literatuur, zal nooit een top psycholoog worden.

Dat is een overtuiging. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik een top psycholoog ben omdat ik veel heb gelezen. Ik blijf een bescheiden jongen natuurlijk.

zondag 5 juli 2026

Kloppend gevoel

 


De Kumbh Mela (kruikenfeest) is een groots religieus feest van het hindoeïsme. Het is een soort bedevaart die in zijn volledige vorm eens in de twaalf jaar wordt gehouden en geldt als de grootste verzameling van mensen in de wereld. Begin 2025 trokken naar schatting zo’n 400 miljoen hindoes naar de Noord-Indiase stad Prayagraj voor rituele baden in de aldaar samenvloeiende rivieren Ganges en Yamaha om hun zonden af te wassen en om deel te nemen aan optochten. Ik ben er nooit geweest en denk ook niet dat ik ooit plannen zal maken om het mee te mogen maken.

Doorgaans blijf ik liever dichter bij huis tijdens vakanties. Ik was in het Italiaanse Lucca en bezocht een fototentoonstelling van Stefano Lotumolu, een Italiaan die zicht bij voortduring mengt onder vreemde culturen. Hij was ook bij de Kumbh Mela van 2025 en maakte bovenstaande foto van 25 tijdelijke ponton bruggen die de bedevaartgangers ordelijk over de rivieren moeten geleiden. Hoe chaotisch de bedevaart ook kan zijn (in het gedrang komen ook talloze mensen om), het beeld trof me door de orde en eenvoud die het uitstraalt. Orde en eenvoud die je alleen ervaart als je afstand neemt, naar de foto kijkt, niet als je ertussen staat.

Ik ben een toeschouwer, op zoek naar het kloppend gevoel. Dat lukt niet door erin te duiken.

vrijdag 3 juli 2026

Verbaliseren

 
Camille Corot, “Pad onder de bomen in het voorjaar”, 1860-1870

Let’s say you pick up a rock and throw it. And in a a midflight you give that rock conciousness and a rational mind. That little rock Will think it has free will and will give you a highly rational account of why it has decided taking the way it is taking.

Thomas Wolfe

Laten we zeggen dat je je ongelukkig voelt en je bent een mens, ga mij nu maar eens gedetailleerd vertellen waarom je je ongelukkig voelt.

Wolfe raakt een belangrijk principe van de psychologische praktijk. We willen alles verbaliseren.

Het valt niet altijd mee een mens te zijn. Soms lukt het ook gewoon niet.

woensdag 1 juli 2026

Denken wat je voelt

 
P.S. Kröyer, “Lunch in Civita d’Antino”, 1890

Mensen die zichzelf graag als weldenkend zien zeggen dingen als: “Het is onzin om alle Marokkanen over één kam te scheren, over Marokkanen denk ik niet positiever of negatiever dan over autochtonen”. Ook ik beschouw mezelf graag als weldenkend en zou zoiets gezegd kunnen hebben. Het zijn gangbare gedachten in de kringen waarin ik verkeer. Het is hoe ik wil denken.

Nu heeft Nederland midden in de nacht op het WK voetbal verloren van Marokko. Ik had de wedstrijd opgenomen en wilde het in de vroege ochtend terugkijken. Een mens heeft ook zijn slaap nodig. Nog voor ik wakker was hoorde ik buiten al getoeter en wist ik al hoe laat het was. En nog terwijl ik in bed lag betrapte ik mij op gedachten die ik niet wil hebben: “we” hebben verloren, zoals Mart Smeets het uitdrukte, maar blijkbaar plaatsen de Marokkanen zich zelf nog altijd buiten de “we”. Wil je Nederlander zijn of niet? En nog wat van die gedachten erachteraan.

Wat ik wil denken is blijkbaar niet altijd wat ik voel. Als de omstandigheden daar zijn verandert mijn opinie, blijkbaar. Nederland heeft verloren van Marokko, Marokkanen toeteren, ik hoef dat niet te controleren. Maar toch ben ik zo verkeerd nog niet, blijf ik volhouden. Morgen is de teleurstelling voorbij en de gedachtes ook. En ga ik weer gewoon aan het werk. Als psycholoog heb ik er sowieso geen last van. Dat is geen gedachte maar dat meen ik uit de grond van mijn hart. Iedereen is me allemaal even lief. In het individuele wordt iedereen gelijk

zondag 28 juni 2026

Waterdicht

 

Joseph Kutter, ca. 1929


Rammelroodje

Reuzenlootje

Zemelend blauw in het waterlicht

Kruimelend broodje

Kabbelend bootje

Zwalkend langs het verzwaard gewicht 

Stroef door het gootje

Schommelt het bootje 

Zonder herkenning van enig gezicht

Wacht bij een poortje

Wiebelend woordje 

Zoekend naar een evenwicht

Rammelroodje

Reuzenlootje

Zemelend blauw 

                in het water

                            dicht


donderdag 25 juni 2026

Kleine boosheidjes

 
Ismo Hölttö, Helsingfors, 1964

De kleine boosheidjes des levens.

Als je met de trein kun je je ergeren aan de NS. We kunnen mopperen maar weten ook dat het erbij hoort. En op iemand die voor de trein gaat staan kunnen we niet boos zijn. Dat is al erg genoeg.

Nu hadden we staking. Niet voor het NS personeel an sich, maar voor doelen die de landelijke politiek zicht heeft gesteld. Gekozen in vrije verkiezingen, laten we dat koesteren. Laat niet Hans Spekman alles bepalen. Hans Spekman denkt niet aan het belang van de mensen. Hans Spekman speelt een rol, de rol van voorvechter van sociale belangen. Sociaal-democraat in hart en nieren. Dat is hoe hij zich ziet en wil bewijzen, waarschijnlijk al vanaf zijn puberteit. Hij doet het alleen voor zichzelf: ik zal ze weleens laten zien waar een vakbond voor is! Hans Spekman doet het voor zichzelf. Hans Spekman had nooit voorzitter van een vakbond mogen worden.

Dat moest ik even kwijt. Dat ik psycholoog ben heeft er even niks mee te maken. Een foto van de meneer is niet nodig. Die zoek ik zelf wel uit.

woensdag 24 juni 2026

Eigen goedheid

 
Victor Vignon, “L’Entrée du Village”, ca. 1880

Elk tijdperk schept zijn eigen moraal en zijn eigen goedheid. En de moraal heerst over de mensen. Jij bent goed en jij bent fit, jij wordt veroordeeld. En iedereen berust, zoals de mens vroeger berustte in de macht van donder en bliksem. Grote geesten zullen luisteren naar minder begaafde geesten waarin nog altijd meer van de oerkracht huist. Niets is voor eeuwig. En niemand krijgt gelijk van de geschiedenis, hooguit even van het heden. Vrijheid blijft voor eeuwig een illusie.

Wordt ik hier vrolijk van? Niet persé, Maaike soms kan ik niet anders. Het is een warme avond.

dinsdag 23 juni 2026

Cirkeltjes


Jacques Henri Lartigue (1894-1986), "Avenue du Bois de Boulogne", ook wel getiteld “Dame in vossenmantel”, 1911
Originele drukken van dit werk bevinden zich in prestigieuze kunstcollecties, zoals de Yale University Art Gallery,
en worden regelmatig voor relatief hoge bedragen geveild bij 
Christie's.

Een iconische foto uit 1911 van Jacques Henri Lartigue (1894-1986), "Avenue du Bois de Boulogne", ook wel getiteld “Dame in vossenmantel”. Lartigue maakte deze foto toen hij nog maar zestien jaar oud was, gebruikmakend van een snelle sluitertijd om de beweging vast te leggen. Rond de eeuwwisseling kreeg Lartigue als jongetje al een camera kado van zijn vader. Het kan niet alleen toeval geweest zijn. Of is talent toch een zaak van potentiële manifestatie, net als bij Mozart? Niet iedereen is in de gelegenheid zijn talent te manifesteren. En soms moet je jong beginnen.

Allemaal cirkeltjes. Ik heb altijd een bijzondere aantrekkingskracht gevoeld bij de Belle Epoque, heb er ook veel over gelezen, literatuur, over schilderkunst, over het culturele leven in Parijs. En soms weet ik niet meer of ik er altijd veel over gelezen heb omdat het mijn interesse had, of dat het mijn interesse heeft omdat ik er veel over gelezen heb.

De foto toont de beroemde Roemeense toneelactrice Anna la Pradvina, geboren Arlette Prévost, slenterend door de chicste straat van Parijs, samen met haar hondjes Chichi en Gogo. Anna was vanaf de vroege jaren 1870 een bekende verschijning in Parijse straatbeeld, met haar opvallende kleding een uithangbord voor de opkomende modewereld, veel gezien in vooraanstaande salons, courtisane in haar betere jaren. Hier zijn haar gloriejaren voorbij, zo lijkt het, net als die van de Belle Epoque, die drie jaar later abrupt ten einde kwam in het jaar van haar overlijden. Over symboliek gesproken. 

Ook hier weer een cirkeltje, voor wie goed kijkt.

donderdag 18 juni 2026

Renée

 


“Renée! Ze is teder, toegewijd, hartstochtelijk. En bovenal is ze verliefd. Ze maakt altijd taferelen. Is dat jaloezie, of is het waanzin? Misschien is het gewoon de behoefte om aangevallen te worden, om ongelukkig gemaakt te worden en om te huilen - allemaal zodat er weer bijgelegd kan worden. Ik ben veel te nuchter; te veel een toeschouwer en te slecht een acteur om in het soort spel te stappen dat Renée wil dat ik speel.”

– Jacques Henri Lartigues

In 1930 slenterde straat-en modefotograaf Jacques Henri Lartigues wat door de straten van Parijs op zoek naar mooie kiekjes, toen hij het chique en kokette Joods-Roemeense model Renée Perle tegenkwam. Hij vroeg of hij haar mocht fotograferen en was op slag verliefd. ‘De parasol’ noemde hij haar, omdat ze die steeds bij haar droeg. Lartigues nam haar mee naar de Cote d’Azur, waar ze een “eeuwige vakantie” beleefden. Renée ging bijna obsessief schilderen, zelfportretten, vrijwel lemma’s verdwenen, Jacques bleef haar maar fotograferen. Om onduidelijke redenen kwam hun affaire in 1932 echter tot een einde, waarna Renée van de aardbodem leek verdwenen. Ze ontsnapte aan de Holocaust en schijnt in 1977 in Zuid-Frankrijk te zijn overleden, 73 jaar oud.

In het jaar 2000 boden de erfgenamen van Renée Perle 340 nog nooit gepubliceerde foto’s ter veiling aan, gemaakt door Lartigues, allemaal van Renée, gemaakt in plaatsen als Cannes, Juan-les-Pins, Antibes, maar ook Biarritz and Annecy, waar ook met zo’n genoegen aan terugdenk. Ik had ook wel een goeie geweest om twee jaar met Renée in oude automobiel door Zuid-Frankrijk te hebben gereden mocht wellicht in een leven eerder hebben bestaan. En verder niks. Maar ik besta nu, de foto’s zijn er nog steeds. Laat ik er maar van genieten nu het nog kan.