Labels

vrijdag 24 juli 2026

Plek van de plas

 
Plaats voor het speelkwartier. Plek van de plas.

Ineens wist ik het weer.

De zuster had gezegd: “niet door de plas lopen”. Ik had toch door de plas gelopen en de zuster had me ondersteboven, ik weet niet goed meer hoe, met mijn hoofd en haren in de plas gedoopt. Het moet in de tweede kleuterklas zijn geweest. Thuis had ik niks durven zeggen, maar pap en man hadden het via kennissen, waarvan het dochtertje een klasgenootje was, toch gehoord, en ze waren verhaal gaan halen bij de zuster. Wat ik later pas hoorde. Ik zal evengoed op mijn donder hebben gehad, wat maakte dat ik later wel meer zou blijven verzwijgen. Zoals dat gaat.

Ik was op mijn oude kleuterschool waar nu een Polenhotel is, bij toeval. En ineens wist ik het weer. Niets wordt vergeten. Ook al denken we soms van wel.


woensdag 22 juli 2026

Trage lezer

 


Ik schuif richting mijn pensioen en verheug me nu al op de zee aan vrije tijd die ik ga krijgen, niettegenstaande dat ik twee dagen per week blijf werken. Ik verheugd me vooral op de hoeveelheid leestijd en op de dikke boeken waar ik nu eindelijk tijd voor ga krijgen. Ik heb Prousts “Op zoek naar de verleden tijd” recent verworven in een gebonden uitgave waar ik eerder nier verder ben gekomen dan deel 1, afgelopen week schafte ik de zeven delen van Voskuils ‘Het bureau” aan, die ik al bezit en zo’n vijftien zestien jaar geleden samen met de voorafgaande werken heb gelezen. Zevenduizend bladzijden, meer als een half jaar heb ik erover gedaan. Nu ga ik meer tijd krijgen.

Ik ben een trage lezer en ik houd van dikke boeken. Dat is een moeilijke combinatie als je fulltime werkt, en ook nog een ander leven hebt. Maar een geschikte voor het pensioen.

Ik ben een trage lezer. Voor schrijvers die traag schrijven een dankbare lezer. De enige juiste manier. Soms is het leven tekort, een gedachte die pas bij me op kwam bij het wat herschikken van mijn bibliotheek. Er is teveel om te lezen, steeds meer om te herlezen. Ik ga het niet redden denk ik maar ben blij met wat ik mij kan pikken.

In dat soort gedachten zoek ik troost.

maandag 20 juli 2026

Kuifje in Afrika

 


Bij wat opruimen op zolder, omdat er plaats gemaakt moet worden ussen mijn boeken, stuit ik op mijn volledige verzameling Kuifjes. Ik heb ze nooit weg willen doen.

Ik blader wat in ‘Kuifje in Afrika’, bijna honderd jaar geleden voor het eerst gepubliceerd.

Er is veel veranderd. ‘Kuifje in Afrika’ kan al lang niet meer. Ik zie dat, snap dat, weet dat, en tegelijkertijd blijf ik het jongetje dat op mijn tiende bij ome Walter en tante Truda Kuifjes mee naar huis kreeg. De vreugden uit mijn kinderleven.

Ik weet niet of het er allemaal beter op geworden is. Er is nog veel niet oké in Afrika. In de hele wereld trouwens. Maar ik ga dat niet meer verbeteren.

En zo berg ik mijn Kuifjes weer op.





zaterdag 18 juli 2026

Eric en Jula in volle liefde

 
Eric Isenburger, “Jula”, 1929

Ik heb nog een boek liggen van de Amerikaanse journalist Varian Fry (1907-1967), wat ik nog niet gelezen heb, over hoe hij zo’n tweeduizend Joodse vluchtelingen vanuit Marseille via de Pyreneeën hielp ontsnappen aan de nazi’s, naar Spanje en van daaruit verder.

Onder hen was de fauvistische kunstschilder Eric Isenburger en zijn vrouw Jula Elenbogen, die danseres en later choreografe was. Ze leerden elkaar in Frankfurt kennen in het voorjaar van 1925, toen Jula nog geen achttien jaar oud was. Eind 1927 trouwden ze. In de jaren dertig rangschikten de nazi’s zijn werk onder Entartete Kunst, hij vertrok met Jula naar onder andere Parijs, Zweden en uiteindelijk Zuid Frankrijk. Hij raakte daar bevriend met Pierre Bonnard, bewonderde Edouard Vuillard en werd beïnvloed door Cezanne. Hij leefde echter voor Jula, die hij talloze malen portretteerde. In volle liefde.

Eind 1940 was hij met Jula een van de eerste die via Fry naar Spanje ontkwam, waarna het echtpaar doorreisde naar de Verenigde Staten. Hun carrière’s kwamen daar echter maar moeizaam weer van de grond, hoewel er in recente jaren sprake is van een wat verhoogde aandacht. Laat ik er een beetje aan bijdragen, met enkele portretten en een foto die Eric van Jula maakte in hun Europese periode. Omdat ze het beiden verdienen.

En het boek van Fry ga ik nog wel eens lezen.




 



donderdag 16 juli 2026

Kleine overwinning

 
Herbert James Gunn, “Gwendoline Sylvia, vrouw van de kunstenaar”, 1925

En dus gun ik haar 
          die kleine overwinning
          die haar goed doet
  en mij ook 
     omdat het haar 
een genoegen verschaft.

Want zo ben ik
en zij ook
en zo houden we het 
samen 
        al tijden 
                 overeind.

woensdag 15 juli 2026

Page-hits

 
Lotte Rönquist, “Meisje poetst het venster”, 1889

Even een korte reflectie op mijn eigen schrijverijtjes hier. Ik zit intussen op zo’n tweeduizend stukjes vanaf eind 2017, ongeveer net zoveel als lemma’s die ik schreef voor Wikipedia. In het voorbije jaar kreeg ik zo’n vijftigduizend page-hits, niet van mezelf, waar dat er in de eerste jaren nog maar enkele tientallen per dag waren. Vanaf 2023 schoot dat exponentieel omhoog.

Waarom doe ik dit? Ben ik blij met al die page-hits?

Voor die eerste vraag verwijs ik naar Godfried Bomans : “de beloning van het schrijven zit hem niet zozeer in de beloning van de uitgever (want die is te verwaarlozen), maar in de enorme voldoening die u hebt als u, na lang zoeken, dat wat u wilt zeggen, geformuleerd hebt, zodat de huid van het woord strak om het begrip zit.”

Een torentje voor de eeuwigheid, zei Nescio, vanuit een andere insteek. Niet alles mag verloren gaan.

Maar dat verhoudt zich dan weer vreemd met het ongemak dat ik voel bij al die page-hits, hoe weinig echte lezers het ook mogen zijn. Ik voelde me beter bij die enkele tientallen van eerder dan bij die honderden van nu per dag. Ik weet niet goed wat ik ermee aan moet. Heb geen idee wat ik me daar bij voor moet stellen. Het zal ook wel met Google te maken hebben. Ik wordt sneller gevonden, maar dat voelt ook ongemakkelijk. Het maakt me voorzichtiger ook. Niet iedereen hoeft alles te lezen.

Misschien moet ik toch eens een ander medium zoeken. Of een boek gaan schrijven. Maar schrijven zal ik blijven doen. Omdat ik niet anders kan. Waarmee ik weer terug ben bij de waarom vraag.

zondag 12 juli 2026

Festival


Oskar Moll (1875-1947), “Interieur met kat en plant”, z.j.


Reuzeroodje
                              rode reus
Reuzen rode 
                             rare neus
Reuze rommel
                                 rode frietjes
Rode trommel 
                                  reuze grietjes

Heel veel

                                                      rode reuzen neuzen liedjes

Hoor je op het platteland.


woensdag 8 juli 2026

Tijdelijkheid

 
Félix Vallotton, “Gezicht op Honfleur”, 1911

Ik lees weer een boekje van Paul van Tongeren. Over tijd en ons identiteitsbesef, een thema dat me interesseert al vanaf ik de eerste keer “De toverberg” las, en waarschijnlijk al eerder.

Paul van Tongeren definieert, met Nietzsche en Kierkengaard, de identiteit van een mens als een wezen dat zich moet verhouden tot zijn eigen tijdelijkheid.

Eigenlijk is het verbazingwekkend hoe goed wij mensen ons nog kunnen voelen in het zicht van een altijd dichter naderend einde.

Hij vergeet in te gaan op het meest wezenlijke, namelijk dat we dit doen door ons te richten op het voortbestaan van onze soort, van onze gemeenschap, onze kinderen, en daarmee altijd in relatie tot de ander, ook inseksuele zin. Die drijfveer is essentiëler dan filosofen vaak vermoeden, waarmee we weer terug zijn bij Freud. Bij zijn drijfveer, zijn doodsangsten.

En waarmee ik dus weer terug ben bij mezelf, en mijn eigen tijdelijkheid na een keer of drie “De toverberg” te hebben herlezen.

maandag 6 juli 2026

Boekenpsychologie

 
Ilja Masjkov, “Stadje in Zwitserland”, 1914

Ik heb vakantie en lees mooie boeken. Veel boeken lezen maakt je een beter psycholoog. Natuurlijk moet je ook wat dingetjes leren, wat interventies in je rugzakje hebben, af en toe moet je ook iets kunnen doen met je cliënten, maar wie nooit een goed boek leest, literatuur, zal nooit een top psycholoog worden.

Dat is een overtuiging. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik een top psycholoog ben omdat ik veel heb gelezen. Ik blijf een bescheiden jongen natuurlijk.

zondag 5 juli 2026

Kloppend gevoel

 


De Kumbh Mela (kruikenfeest) is een groots religieus feest van het hindoeïsme. Het is een soort bedevaart die in zijn volledige vorm eens in de twaalf jaar wordt gehouden en geldt als de grootste verzameling van mensen in de wereld. Begin 2025 trokken naar schatting zo’n 400 miljoen hindoes naar de Noord-Indiase stad Prayagraj voor rituele baden in de aldaar samenvloeiende rivieren Ganges en Yamaha om hun zonden af te wassen en om deel te nemen aan optochten. Ik ben er nooit geweest en denk ook niet dat ik ooit plannen zal maken om het mee te mogen maken.

Doorgaans blijf ik liever dichter bij huis tijdens vakanties. Ik was in het Italiaanse Lucca en bezocht een fototentoonstelling van Stefano Lotumolu, een Italiaan die zicht bij voortduring mengt onder vreemde culturen. Hij was ook bij de Kumbh Mela van 2025 en maakte bovenstaande foto van 25 tijdelijke ponton bruggen die de bedevaartgangers ordelijk over de rivieren moeten geleiden. Hoe chaotisch de bedevaart ook kan zijn (in het gedrang komen ook talloze mensen om), het beeld trof me door de orde en eenvoud die het uitstraalt. Orde en eenvoud die je alleen ervaart als je afstand neemt, naar de foto kijkt, niet als je ertussen staat.

Ik ben een toeschouwer, op zoek naar het kloppend gevoel. Dat lukt niet door erin te duiken.

vrijdag 3 juli 2026

Verbaliseren

 
Camille Corot, “Pad onder de bomen in het voorjaar”, 1860-1870

Let’s say you pick up a rock and throw it. And in a a midflight you give that rock conciousness and a rational mind. That little rock Will think it has free will and will give you a highly rational account of why it has decided taking the way it is taking.

Thomas Wolfe

Laten we zeggen dat je je ongelukkig voelt en je bent een mens, ga mij nu maar eens gedetailleerd vertellen waarom je je ongelukkig voelt.

Wolfe raakt een belangrijk principe van de psychologische praktijk. We willen alles verbaliseren.

Het valt niet altijd mee een mens te zijn. Soms lukt het ook gewoon niet.

woensdag 1 juli 2026

Denken wat je voelt

 
P.S. Kröyer, “Lunch in Civita d’Antino”, 1890

Mensen die zichzelf graag als weldenkend zien zeggen dingen als: “Het is onzin om alle Marokkanen over één kam te scheren, over Marokkanen denk ik niet positiever of negatiever dan over autochtonen”. Ook ik beschouw mezelf graag als weldenkend en zou zoiets gezegd kunnen hebben. Het zijn gangbare gedachten in de kringen waarin ik verkeer. Het is hoe ik wil denken.

Nu heeft Nederland midden in de nacht op het WK voetbal verloren van Marokko. Ik had de wedstrijd opgenomen en wilde het in de vroege ochtend terugkijken. Een mens heeft ook zijn slaap nodig. Nog voor ik wakker was hoorde ik buiten al getoeter en wist ik al hoe laat het was. En nog terwijl ik in bed lag betrapte ik mij op gedachten die ik niet wil hebben: “we” hebben verloren, zoals Mart Smeets het uitdrukte, maar blijkbaar plaatsen de Marokkanen zich zelf nog altijd buiten de “we”. Wil je Nederlander zijn of niet? En nog wat van die gedachten erachteraan.

Wat ik wil denken is blijkbaar niet altijd wat ik voel. Als de omstandigheden daar zijn verandert mijn opinie, blijkbaar. Nederland heeft verloren van Marokko, Marokkanen toeteren, ik hoef dat niet te controleren. Maar toch ben ik zo verkeerd nog niet, blijf ik volhouden. Morgen is de teleurstelling voorbij en de gedachtes ook. En ga ik weer gewoon aan het werk. Als psycholoog heb ik er sowieso geen last van. Dat is geen gedachte maar dat meen ik uit de grond van mijn hart. Iedereen is me allemaal even lief. In het individuele wordt iedereen gelijk

zondag 28 juni 2026

Waterdicht

 

Joseph Kutter, ca. 1929


Rammelroodje

Reuzenlootje

Zemelend blauw in het waterlicht

Kruimelend broodje

Kabbelend bootje

Zwalkend langs het verzwaard gewicht 

Stroef door het gootje

Schommelt het bootje 

Zonder herkenning van enig gezicht

Wacht bij een poortje

Wiebelend woordje 

Zoekend naar een evenwicht

Rammelroodje

Reuzenlootje

Zemelend blauw 

                in het water

                            dicht


donderdag 25 juni 2026

Kleine boosheidjes

 
Ismo Hölttö, Helsingfors, 1964

De kleine boosheidjes des levens.

Als je met de trein kun je je ergeren aan de NS. We kunnen mopperen maar weten ook dat het erbij hoort. En op iemand die voor de trein gaat staan kunnen we niet boos zijn. Dat is al erg genoeg.

Nu hadden we staking. Niet voor het NS personeel an sich, maar voor doelen die de landelijke politiek zicht heeft gesteld. Gekozen in vrije verkiezingen, laten we dat koesteren. Laat niet Hans Spekman alles bepalen. Hans Spekman denkt niet aan het belang van de mensen. Hans Spekman speelt een rol, de rol van voorvechter van sociale belangen. Sociaal-democraat in hart en nieren. Dat is hoe hij zich ziet en wil bewijzen, waarschijnlijk al vanaf zijn puberteit. Hij doet het alleen voor zichzelf: ik zal ze weleens laten zien waar een vakbond voor is! Hans Spekman doet het voor zichzelf. Hans Spekman had nooit voorzitter van een vakbond mogen worden.

Dat moest ik even kwijt. Dat ik psycholoog ben heeft er even niks mee te maken. Een foto van de meneer is niet nodig. Die zoek ik zelf wel uit.

woensdag 24 juni 2026

Eigen goedheid

 
Victor Vignon, “L’Entrée du Village”, ca. 1880

Elk tijdperk schept zijn eigen moraal en zijn eigen goedheid. En de moraal heerst over de mensen. Jij bent goed en jij bent fit, jij wordt veroordeeld. En iedereen berust, zoals de mens vroeger berustte in de macht van donder en bliksem. Grote geesten zullen luisteren naar minder begaafde geesten waarin nog altijd meer van de oerkracht huist. Niets is voor eeuwig. En niemand krijgt gelijk van de geschiedenis, hooguit even van het heden. Vrijheid blijft voor eeuwig een illusie.

Wordt ik hier vrolijk van? Niet persé, Maaike soms kan ik niet anders. Het is een warme avond.

dinsdag 23 juni 2026

Cirkeltjes


Jacques Henri Lartigue (1894-1986), "Avenue du Bois de Boulogne", ook wel getiteld “Dame in vossenmantel”, 1911
Originele drukken van dit werk bevinden zich in prestigieuze kunstcollecties, zoals de Yale University Art Gallery,
en worden regelmatig voor relatief hoge bedragen geveild bij 
Christie's.

Een iconische foto uit 1911 van Jacques Henri Lartigue (1894-1986), "Avenue du Bois de Boulogne", ook wel getiteld “Dame in vossenmantel”. Lartigue maakte deze foto toen hij nog maar zestien jaar oud was, gebruikmakend van een snelle sluitertijd om de beweging vast te leggen. Rond de eeuwwisseling kreeg Lartigue als jongetje al een camera kado van zijn vader. Het kan niet alleen toeval geweest zijn. Of is talent toch een zaak van potentiële manifestatie, net als bij Mozart? Niet iedereen is in de gelegenheid zijn talent te manifesteren. En soms moet je jong beginnen.

Allemaal cirkeltjes. Ik heb altijd een bijzondere aantrekkingskracht gevoeld bij de Belle Epoque, heb er ook veel over gelezen, literatuur, over schilderkunst, over het culturele leven in Parijs. En soms weet ik niet meer of ik er altijd veel over gelezen heb omdat het mijn interesse had, of dat het mijn interesse heeft omdat ik er veel over gelezen heb.

De foto toont de beroemde Roemeense toneelactrice Anna la Pradvina, geboren Arlette Prévost, slenterend door de chicste straat van Parijs, samen met haar hondjes Chichi en Gogo. Anna was vanaf de vroege jaren 1870 een bekende verschijning in Parijse straatbeeld, met haar opvallende kleding een uithangbord voor de opkomende modewereld, veel gezien in vooraanstaande salons, courtisane in haar betere jaren. Hier zijn haar gloriejaren voorbij, zo lijkt het, net als die van de Belle Epoque, die drie jaar later abrupt ten einde kwam in het jaar van haar overlijden. Over symboliek gesproken. 

Ook hier weer een cirkeltje, voor wie goed kijkt.

donderdag 18 juni 2026

Renée

 


“Renée! Ze is teder, toegewijd, hartstochtelijk. En bovenal is ze verliefd. Ze maakt altijd taferelen. Is dat jaloezie, of is het waanzin? Misschien is het gewoon de behoefte om aangevallen te worden, om ongelukkig gemaakt te worden en om te huilen - allemaal zodat er weer bijgelegd kan worden. Ik ben veel te nuchter; te veel een toeschouwer en te slecht een acteur om in het soort spel te stappen dat Renée wil dat ik speel.”

– Jacques Henri Lartigues

In 1930 slenterde straat-en modefotograaf Jacques Henri Lartigues wat door de straten van Parijs op zoek naar mooie kiekjes, toen hij het chique en kokette Joods-Roemeense model Renée Perle tegenkwam. Hij vroeg of hij haar mocht fotograferen en was op slag verliefd. ‘De parasol’ noemde hij haar, omdat ze die steeds bij haar droeg. Lartigues nam haar mee naar de Cote d’Azur, waar ze een “eeuwige vakantie” beleefden. Renée ging bijna obsessief schilderen, zelfportretten, vrijwel lemma’s verdwenen, Jacques bleef haar maar fotograferen. Om onduidelijke redenen kwam hun affaire in 1932 echter tot een einde, waarna Renée van de aardbodem leek verdwenen. Ze ontsnapte aan de Holocaust en schijnt in 1977 in Zuid-Frankrijk te zijn overleden, 73 jaar oud.

In het jaar 2000 boden de erfgenamen van Renée Perle 340 nog nooit gepubliceerde foto’s ter veiling aan, gemaakt door Lartigues, allemaal van Renée, gemaakt in plaatsen als Cannes, Juan-les-Pins, Antibes, maar ook Biarritz and Annecy, waar ook met zo’n genoegen aan terugdenk. Ik had ook wel een goeie geweest om twee jaar met Renée in oude automobiel door Zuid-Frankrijk te hebben gereden mocht wellicht in een leven eerder hebben bestaan. En verder niks. Maar ik besta nu, de foto’s zijn er nog steeds. Laat ik er maar van genieten nu het nog kan.



 



 








       





dinsdag 16 juni 2026

Gras en het groen


Henri Matisse, “Vrouw in paarse jas”, 1937


Matisse heeft gezegd: “Als ik groen neem betekent dat niet dat ik gras ga schilderen, en als ik blauw pak betekent dat nog niet dat ik een hemel schilder”. Kleuren drukken uit wat hij voelt.

Eckermann heeft geschreven: “Als Goethe in Gods plaats de wereld zou scheppen, zou hij het gras groen maken en de hemel blauw”. Goethe bezag de wereld zo mooi als ze kon zijn.

Ik heb gezegd: “De wereld is mooi als ze kan zijn, zo groen en zo blauw als je het ziet, zo groen en zo blauw als je het voelt, zo lang het voelt in de kleuren die je passen”. En daarmee hebben ze allebei een beetje gelijk. Als zo vaak.

vrijdag 12 juni 2026

Leven in kleur

 
Hugo Grenville, “Waiting”, 2003


“I like living in colour” zei David Hockney. 

Bij het zoeken naar schilderijen van Hockney stuitte ik op Hugo Grenville (1958), die ik niet kende, maar wiens werk me trof, soms meer als dat van Hockney. Mag ik dat zeggen op een dag als vandaag? Als in memoriam voor Hockney toon ik gewoon een paar vrouwportretten van Grenville’s. Dat zal hij vast prima hebben gevonden. 

Hockney zowel als Grenville.












donderdag 11 juni 2026

Schemer en roodgloed


Paul Cézanne, “Blauw landschap”, 1904-1906


In de schemer en roodgloed van de ondergaande zon
Zie je de essentie
Vormt zich een beeld
Een gevoel
Het levenslot
Krijt je hart
En zie je het voorbij geluk
D onomkeerbaarheid van alle gemiste kansen
De bittere smaak van je fouten
De eeuwige troost van de hoop
De droom die verdwijnt met de zon aan de brandende kim.

Ik heb Leven en Lot uit, voor de tweede keer. Twee maanden lezen. Ik voel me een wijzer mens.

dinsdag 9 juni 2026

Geruchtenverhaal

 
Joop Moesman, “Het gerucht “, 1937-1941, 120 x 105 cm, privé bezit erven Heineken

“Het gerucht” is Joop Moesman meesterproeve. Zelf noemde hij het ‘mijn eigen Nachtwacht’. Zijn Grande Odalisque. Een meesterstuk. Het doet mij denken aan een roman van Hubert Lampo, De komst van Joachim Stiller”, dat ik ooit voor mijn leeslijst las, zonder te weten waarom. Een vroege ervaring zullen we maar zeggen.

Merkwaardig schilderij. Een naakte dame op de fiets met een viool op de bagagedrager, pedalerend door een troosteloos straatje in Utrecht, door Moesman gemodelleerd naar een foto gemaakt door zijn vader, die tekenaar, lithograaf en fotograaf was. Het werk past met zijn beklemmende sfeer natuurlijk geheel in de stijl van het surrealisme, waarbinnen Moesman als een grootheid geldt, maar de symboliek ontgaat me een beetje. Het internet verwijst naar de titel en ziet de vrouw als een gerucht dat als een lopend vuurtje door Utrecht snelt. We zien geen gezicht hetgeen de anonimiteit van het gerucht moet onderstrepen. Zelf zoek ik het wat eerder in Freudiaanse motieven, de spanning tussen ongebreidelde seksuele verlangens en het beklemmende burgerlijk-kerkelijke fatsoen van het toenmalige Utrecht, hoewel Moesman dergelijke verklaringen altijd verwierp. “Over schilderijen moet je niet lullen”, zei hij, “die moet je zien”. Hij verklaarde het met betrekking tot “Het gerucht” nog wat nader: ‘Nou, die viool vònd ik op een gegeven moment, de stok ontbrak. ’t Is toch een vrouwelijk symbool, een viool? Die juffrouw is op zoek naar haar strijkstok. Een juffrouw op de fiets, dat is wel wat. Jammer dat ze altijd kleren aanhebben.’

Enfin, over schilderijen moet je niet lullen. Maar een mooi verhaal doet ook wat.

In 1947 werd het werk op last van de Utrechtse burgemeester van een tentoonstelling verwijderd. In 2009 belandde het op een derde plaats in een door het Rijksmuseum georganiseerde verkiezing van het ‘mooiste naakt van Nederland’. Het kan verkeren. Freddy Heineken kocht het werk in de jaren zestig aan, hij moet voorvoelt hebben dat tijden kunnen veranderen.

maandag 8 juni 2026

Schuld en gedachten

 
Pierre Bonnard, “Spiegel boven de wastafel”, 1908

Ik zag Arnon Grünberg op televisie en hij sprak over de bergrede. In mijn studententijd heb ik daar nog een boekje over bestudeerd. Een groene paperback, zo herinner ik me. In de bergrede zegt Jezus: "Ieder die naar een vrouw kijkt om haar te begeren, heeft in zijn hart al echtbreuk met haar gepleegd". Hiermee verlegt hij de focus van iemands uiterlijke daden naar iemands innerlijke gedachten en intenties. Als die niet goed zijn deug je niet.

Ik zie dat anders, vooral ook als psycholoog. Je hoeft je nooit schuldig, slecht of beschaamd te voelen over je gedachten zolang je ze niet uitspreekt. Het is de bron van veel psychische ellende. De bergrede lijkt daaraan bij te dragen. Bij de psycholoog mag je het uitspreken, net als vroeger in de biechtstoel. Dat helpt. De psycholoog maakt geen deel uit van je leven. En soms moet je het gewoon even kwijt, als loutering.

Grünberg duidde het als een discrepantie tussen een ideële innerlijke zuiverheid en wat er in werkelijkheid door je hoofd gaat. Je moet een beetje het midden zien te houden, mede hij. Maar waar het altijd om draait is: houd het gewoon voor jezelf, wat er allemaal in je hoofd zit, en voel je niet schuldig. En als dat niet lukt, als het er toch uit moet, dan moeten ze maar naar mij komen. Ik kan ze vast van hun onschuld overtuigen. 

zondag 7 juni 2026

Niks veranderd

 
Bart van der Leck. ‘Buiten met de fiets’, 1912-1913, gouache op papier, 366 x 268 mm. 
Kröller-Müller Museum, Otterlo

Vanaf 1917-1918 schilderd Bart van der Leck nog vooral abstracte werken. Ik kijk liever naar werken als “Buiten met de fiets”. De druk des tijds is er vanaf.

Maar wat is abstract. De weergave van twee dames met de fiets is net zo eenvoudig als de titel van het werk. Abstractieniveaus ook: ontdoen van overbodigheid. Nieuwe zakelijkheid werd het later ook wel genoemd, een richt naar waartoe Van de Leck vanuit “Buiten met de fiets” net zo makkelijk had kunnen evolueren.

Een vrouw of een fiets was geen vanzelfsprekendheid in die dagen. Er werd zelfs gedacht dat ze er onvruchtbaar van konden worden. Een vrouw op een fiets stond in die dagen voor moderniteit. Een nieuwe eeuw. Een nieuwe tijd. De Groote Oorlog was nog niet begonnen. We zijn weinig opgeschoten sinds die tijd.

Dat is wat ik denk als ik kijk naar “Buiten met de fiets”. Alleen zijn mijn vrouw en ik recent overgestapt op elektrische fietsen. Het pensioen nadert. En verder lijkt er niks veranderd.