Labels

zondag 18 oktober 2026

Het geluk van Mucha


Gismonda, december 1894

Soms helpt het toeval ook een handje. Geluk, zo je wil.

Op 26 december 1894 belde de vermaarde toneelactrice Sarah Bernhardt naar Maurice de Brunhoff, directeur van Lemercier, het bedrijf dat haar theateraffiches drukte. Ze vroeg hem een nieuwe affiche te ontwerpen voor de hervatting van het toneelstuk Gismonda, dat op 31 oktober 1894 met veel succes in première was gegaan in het Parijse Théâtre de la Renaissance. Bernhardt stond erop dat het ontwerp uiterlijk op 1 januari 1895 gereed was. Door de feestdagen was echter geen van de vaste kunstenaars van Lemercier beschikbaar.

Het toeval wilde dat Mucha zich op dat moment bij de uitgeverij bevond om drukproeven te corrigeren. Hij had al eerder met Bernhardt gewerkt: in 1890 maakte hij voor Le Costume au Théâtre een reeks illustraties waarop zij als Cleopatra was afgebeeld. Toen Gismonda in oktober 1894 in première ging, gaf het tijdschrift Le Gaulois hem bovendien de opdracht een serie illustraties van Bernhardt in de titelrol te vervaardigen voor een speciale kerstbijlage. Deze verscheen met Kerstmis 1894 en werd verkocht voor de destijds aanzienlijke prijs van vijftig centimes per exemplaar.

De Brunhoff vroeg Mucha om in zeer korte tijd een nieuwe affiche voor Bernhardt te ontwerpen. Het resultaat was een monumentale afbeelding van ruim twee meter hoog, waarop de actrice staat afgebeeld in de kleding van een Byzantijnse edelvrouw. Ze draagt een hoofdtooi met orchideeën en een rijk versierde stola en houdt een palmtak vast, verwijzend naar de paasprocessie aan het einde van het toneelstuk. Een rijk gedecoreerde, regenboogvormige boog achter haar hoofd fungeerde als een soort van aureool en leidde de aandacht van de toeschouwer rechtstreeks naar haar gezicht. Het aureool-motief zou later een kenmerkend element worden van veel van Mucha's theateraffiches.

Mogelijk door tijdgebrek liet Mucha delen van de achtergrond oningevuld, zonder de uitbundige ornamentiek waarvoor hij later bekend zou worden. De affiche legde mede door deze noodgedwongen eenvoud een versterkte nadruk op de uiterst verfijnde lijnvoering en subtiele pastelkleuren, die sterk contrasteerden met de felle en drukke affiches die destijds gebruikelijk waren. Alleen het bovenste gedeelte, met de titel van het stuk, was rijk versierd en vormde een visueel tegenwicht voor het sobere onderste deel, waar de essentiële informatie tot een minimum was beperkt: slechts de naam van het theater werd vermeld.

Toen de affiche op 1 januari 1895 in de straten van Parijs verscheen, sprong ze er voor iedereen uit. Ook Bernhardt was verrukt. In 1895 en 1896 liet zij in totaal vierduizend exemplaren drukken. Ze bood Mucha een exclusief contract van zes jaar aan voor het maken van nieuwe affiches. Voor Mucha betekende het zijn grote doorbraak en ook financiële zekerheid die hem in staat stelde nieuwe wegen in te slaan.

Mucha ontwierp affiches voor vrijwel alle toneelproducties van Bernhard tussen 1895 tot en en 1900, te beginnen met een heropvoering van La Dame aux Camélias (1896), gevolgd door Lorenzaccio (1896), Medea (1898), La Tosca (1898) en Hamlet (1899). Vaak baseerde hij zijn ontwerpen op foto's van de actrice, zoals bij La Tosca. Naast affiches ontwierp hij ook theaterprogramma's, decors, kostuums en sieraden voor haar producties. Bernhardt, die over een scherp zakelijk instinct beschikte, hield van elke affiche een aantal exemplaren achter om deze later aan verzamelaars te verkopen.


La Primevère, 1899

La Tosca, 1898

Hamlet, 1899

Medee, 1898

Lorenzaccio, 1898

La Dame aug Camelia’s, 1896


donderdag 15 oktober 2026

Mooi bandje

 
Camille Pissarro, “Le parc aux Charettes, Pontoise”, 1878

Ik heb een dik boek aangeschaft van Romain Rolland, Nobelprijswinnaar voor de literatuur in 1915, van wie ik nog nooit iets heb gelezen: “Jean Christophe, deel 1 Dageraad”. Er is nog zoveel te ontdekken. Liefst 628 bladzijdes en dan volgen er nog twee delen.

Er is nog zoveel te ontdekken. En ik houd van dikke boeken, waar ik me helemaal in kan begraven, zeker als ik straks meer tijd heb. Een heel leven Jean-Christophe, die ik nu nog helemaal niet ken. Een nieuwe wereld, een wereld in een boek, wat ik nog steeds wonderbaarlijk kan vinden.

Toch heb ik getwijfeld of ik het zou aanschaffen want ik heb nog zoveel andere dikke boeken liggen om te ontdekken. Bijvoorbeeld “De Thibaults”, van Martin du Gard. Wat me over de streep trok is de omslag, met een schilderij van Camille Pissarro. Niet zijn beste schilderij, maar toch… Ook op de twee andere delen prijken werken van Pissarro. Prachtig. Ik blijk daar dus gevoelig voor. Veertig jaar geleden kocht ik veel beduimelde boeken in antiquariaten, maar die zijn bijna allemaal weg, veelal vervangen. Eén boek moet ook gewoon een mooi bandje zijn tegenwoordig. En een goede bibliotheek bevat veel mooie bandjes. Ik blijf zoeken naar schoonheid. Niet alleen in de inhoud. En daar vindt ik intussen niks mis meer mee.


Deel 2: “Boulevard de Montmartre”, 1902


Deel 3: Louvre, soleil d’hivers”, 1901

maandag 12 oktober 2026

Collage

 
Fernand Khnopff, “Memories”, 1889

Nog een schilderij van Fernand Khnopff: “Memories”, uit 1889, later ook wel “Memories of Lawntennis” genoemd. Zeven sterk op elkaar gelijkende dames zonder dat zij op enigerlei wijze met elkaar in verbinding staan. Zeven keer zijn zus Marguerite, met wie hij een merkwaardig sterke band had die al eerder aanzette to speculaties, een roman waardig.

In de jaren zestig van de vorige eeuw kwamen bij toeval een aantal merkwaardige elementen aan het licht die de ontstaansgeschiedenis van het werk belichten. In het Archief voor hedendaagse kunst te Brussel werden een aantal fotografische opnames van Khnopffs zuster terug gevonden genomen in Fosset, een gehucht in de Ardennen waar de familie Khnopff een zomerhuis had; foto’s van Marguerite in de verschillende houdingen der figuren die ook in deze voorstelling terugkomen, soms met racket, soms ook niet. In zijn atelier te Brussel voegde Fernand alles samen op basis van afzonderlijke studies. Een compilatie dus, zoals je dat tegenwoordig met AI zou doen. Wat is het verschil? Wat maakt het uit?

In 1886 schreef Fernand aan zijn vriend Emile Verhaeghen over George Seurat: “Zijn geduldige concentratie maakte hem elke dag los van het toevallige en het feitelijke. Het geobserveerde detail, de levendig en geestig geschetste scène, het anekdotische en individuele verhaal, zijn slechts het schuim van de observatie. Men moest zo veel mogelijk streven naar het definitieve, dat een vrucht is van vurige reflectie en een hogere wil." Dat is de essentie.

Ik las een kort artikel over het schilderij in een boek over Les Vingth. Het ging voorbij aan de essentie. Het ging voorbij aan de foto’s. Het ging voorbij aan het mysterie van de relatie van Khnopff met zijn zus. Als ik tijd heb diep ik het nog wel eens wat verder uit. Zonder te beloven.


De foto’s. Die van de vrouw in het wit is niet gevonden.


  


zondag 11 oktober 2026

Ik sluit mijn deur op mezelf

 
Fernand Khnopff, “I lock a door upon myself”, 72 x 140 cm, 1891, Neue Pinakothek München 

Ik houd van de Belgische symbolistische kunstschilder Fernand Khnopff (1858-1921), medeoprichter van Les Vingth, die een hele gesloten persoonlijkheid was. Tot zijn 42ste bleef hij bij zijn moeder Léonie wonen. In 1908 huwde hij Marthe Worms, een weduwe met twee kinderen, waarvan hij zich drie jaar later liet scheiden. Zijn zuster Marguerite, met wie hij een zeer intieme band had, was zijn favoriete model. Alle vrouwen in zijn schilderijen zijn naar haar gemodelleerd. Hij had erg te lijden onder haar huwelijk in 1890.

Ik houd van zijn schilderij I lock a door upon myself, uit 1891, waarin Marguerite ook al te herkennen is, al is het maar in de symboliek. Ik beschreef het al eerder, elders.

Of gaat het over Khnopff zelf.

De titel I lock my door upon myself is ontleend aan het gedicht Who Shall Deliver Me? van de prerafaëlitische dichteres Christina Rossetti, de zus van kunstschilder Dante Gabriel Rossetti, gepubliceerd in 1876. De strofe waar de titel deel van uitmaakt luidt:
I lock my door upon myself,
And bar them out; but who shall wall
Self from myself, most loathed of all?

Ik sluit mijn deur op mezelf

En sluit ze buiten; maar wie schermt af
Mijzelf van mijzelve, de grootste last van al?

Hypno, symbool voor de droom




Het gedicht van Rossetti gaat terug op een Bijbelse passage uit Romeinen 7:24 (Wie zal me verlossen van dit lichaam dat me ter dood brengt?) en behandelt het thema van innerlijke strijd waarvan alleen God ons kan bevrijden. Khnopff vertaalt het gedicht op een geheel eigen wijze en legt de nadruk op de tragiek van de vrouw die zich terugtrekt in een innerlijke droomwereld.

I lock my door upon myself is een panoramisch schilderij, verdeeld in voornamelijk horizontale vlakken, geschilderd in lucide kleurtonen, gedomineerd door een glimmend grijs. Een jonge roodharige vrouw met grijze ogen kijkt van een afstand dromerig naar de toeschouwer en doorbreekt de compositie. Haar houding verraadt het isolement waarin ze zich vrijwillig heeft teruggetrokken. Haar blik is melancholisch en verzonken in stille dromerij. Het weerspiegelt haar wens om zich terug te trekken in de eenzame afzondering van haar herinneringen.

Het schilderij zit boordevol met symboliek. Naast de vrouw verschijnt in een nis het beeld van Hypnos. Zijn blauwe vleugel en de papaverbloem suggereren de kracht van de droom. Links achter de vrouw in de lambrisering reflecteren twee cirkelvormige spiegels het beeld van grote ramen. De buitenzichten op de achtergrond, mogelijk van Brugge, symboliseren een verinnerlijkt beeld van stilte. De linker doorkijk geeft zicht op fragmenten van twee gevels, terwijl rechts op een doek aan de muur een zwarte figuur verschijnt op een oplopend plein langs hoge struiken en huizen. De eenzaamheid van de donkere figuur lijkt verband te houden met de troosteloze afzondering van de vrouw. Drie lelies op de voorgrond symboliseren de cyclus van het leven: de lelie die zich opent, bloeit en verwelkt.

Zwarte figuur op plein, schilderij in een schilderij

Veel elementen in I lock my door upon myself zijn niet met zekerheid te duiden, zoals het juweel aan de fijne hanger beneden-midden of de precieze betekenis van de omhoog stijgende luchtbel. Het lijken uitdrukkingen van Khnopffs nostalgie naar het verleden, een verleden dat bewaard is gebleven in iconische fragmenten die in zijn herinneringen zijn opgeslagen. Het nevengeschikt ordenen van de beeldfragmenten, zonder eenheid van verhaal, lijkt te wijzen op persoonlijke affiniteiten. Niet de vraag naar de betekenis is van belang, maar de verwerking en de koppeling ervan door de toeschouwer aan zijn eigen ervaringen[1].


donderdag 8 oktober 2026

Klein denken

 
Anton Mauve, “Morgenrit langs het strand”, aangepast met AI 2026. Het kan nu gewoon.


Ik heb altijd zoveel mogelijk stil gehouden dat ik schreef, want ik heb mijn leven lang op een kantoor gezeten en als ze in zulke kringen merken, dat je zulke neigingen hebt, denken ze alleen maar, dat je niet deugt voor je werk.

Dat schreef Nescio. Waarin ik veel herken. Ik hang niet aan de grote klok dat ik een blog bijhoud. Maar het vreemde is natuurlijk wel dat het hartstikke openbaar is. En dat er dagelijks tegenwoordig honderden page-hits zijn, waar ik niks van begrijp. Uit Amerika en overal. 

We leven in een vreemde wereld. Soms voelt het of ik hier niet meer thuishoor. Alsof er voor klein denken geen hoekje meer over is. Voor traag denken. Voor eenzaam denken. 

Maar wat doe je eraan aan. Altijd binnenblijven is ook geen optie.


Nog eentje, omdat vrouwen te paard vaak het mooiste zijn

dinsdag 6 oktober 2026

Ziekteangst

 


Soms ben ik mijn eigen cliënt. Dan maak ik me zorgen om mijn gezondheid. Dan denk ik meteen her ergste. Dan zoek ik op het internet en schrik ik. Dan helpt het niet als ik zeg: wacht maar even af. Dan weet ik dat het meeste al geweest is. Maar dan kan ik nog steeds niet berusten.

Soms ben ik mijn eigen cliënt. Ik zoek mijn eigen bonus.

zondag 4 oktober 2026

Te laat

 


Hoewel het allemaal weer doorgaat,
Hoewel er weinig is veranderd,
Hoewel er niemand haast bij stilstaat,
Hoewel er niets nog lijkt verhandeld,
Hoewel er minder wordt geschaad,
Hoewel de weg al wordt bewandeld,

Lijkt het allemaal te laat.


vrijdag 2 oktober 2026

Kluge’s Waarheid

 


"Verborgen in een lange tekst zijn er misschien drie regels die er echt toe doen."

(Alexander Kluge)

Doorheen de mist van vergeten nieuwsberichten komt soms iets bovendrijven dat je raakt. Bij toeval kom ik erachter dat Alexander Kluge in maart dit jaar is overleden. Ik heb een boek van Kluge, “Lente met witte vlaggen”, waarin hij het strategisch volledig zinloze bombardement van de geallieerden op Halberstadt vanuit meerdere perspectieven belicht. Het was april 1944, toen de oorlog allang was beslist. Kluge sterkte me in de opvatting dat er geen andere waarheid bestaat dan de individuele waarheid. Dat ieders waarheid evenveel waard is, of misschien wel even weinig. Kluge liet me ook zien hoe mensen in tijden van catastrofe vast blijven houden aan gewoontes en rituelen, tot in het absurde toe, alsof een enorme verwoesting nooit ineens tot het bewustzijn ons doordringt. Zo zal het ook gaan als we er ooit zelf mee te maken krijgen. 

Kluge laat ook de veerkracht zien, die daarmee verwand is.

Alexander Kluge heeft niet voor niet geleefd. Al is het maar omdat hij bijgedragen heeft aan mijn waarheid. Voor wat die ook waard moge zijn.

"De vernietiging regeert, maar de eigenzinnigheid van de mensen is taai."


dinsdag 29 september 2026

Wat maakt het uit

 
L.A. Ring, “Lente”, 1895
 
Foto 1894

AI- versie

De Deense kunstschilder Laurits Andersen Ring (1854-1933) onderhield rond 1890 een intense, onbeantwoorde liefdesrelatie met Johanne Wilde, geboren Købke, de echtgenote van zijn goede vriend, de advocaat en amateurschilder Alexander Wilde. Hoewel Ring hartstochtelijk verliefd op haar was en ze via intieme brieven contact hielden, bleef Johanne trouw aan haar gezin en wees ze een verdere relatie af. Deze afwijzing stortte Ring in een diepe depressie, hetgeen hij enigszins verwerkte door een studiereis naar Italië te maken. Terug in Denemarken maakte hij kennis met de twintig jaar jongere Sigrid Kähler, dochter van van keramist Hermann Kahler, in wiens atelier hij regelmatig werkte. Het verhaal gaat dat de liefde zich ontwikkelde terwijl hij in het atelier van haar vader werkte aan het schilderij “Lente” (1894-1895), waarop hij Sigrid portretteert met haar jongere zus Ebba. In 1896 traden ze in het huwelijk, dat heel gelukkig zou blijken.

Er is wel eens gesuggereerd dat Ring’s grote liefde voor Sigrid Kähler een sublimatie zou zijn geweest van zijn eerdere liefde voor Johanne Wilde. Maar zijn liefde was wel oprecht. Wat maakt het dan nog uit.

De portretten van Ring ademen altijd liefde, wat ergens ook al opmerkelijk mag heten gezien hij - naar later bleek - veel, wellicht zelfs al zijn portretten maar foto’s schilderde, hetgeen in zijn tijd nog zorgvuldig geheim werd gehouden. Als ik met AI iets creëer begint het ook vaak met foto’s. Hoe weinig authentiek anderen het ook zullen duiden, ik haal er nieuwe voldoening uit. Wat maakt het dan nog uit, denk ik opnieuw. De voldoening van creëren reikt verder, denk ik maar. Je moet de foto overstijgen. Ring deed dat als geen ander.


Johanne, 1889


1890


Sigrid, 1897


Sigrid, 1898


Sigrid, 1912



maandag 28 september 2026

Nazomer

 


Nazomer is een lastig woord
Je legt je erbij neer
Je legt je in een schommelstoel
En doet dat telkens weer
Je mijmert wat en sluit je af
Voor ieder druk verkeer
Van alles wat er ooit een was
Doet dat het meeste zeer.


zondag 27 september 2026

Traumatische herhaling

 


Het park was in feite even zwart als de zonden die het verborg.

Nabokov nog een keer. Ik ga me herhalen. Zoals God zich blijft herhalen in wat kleine variaties.

Traumatische ervaringen kunnen overerfbaar zijn. In de jaren zeventig werd een experiment uitgevoerd: een generatie ratjes werd getraumatiseerd door het toedienen elektroshocks, direct nadat een rozengeur in hun hokken werd verspreid. Tasjes vermenigvuldigen zich snel. Meerdere generaties later, waarbij aan nakomelingen noch elektroshocks werden toegediend, noch rozengeur werd verspreid, werd het experiment gedeeltelijk herhaald: deze werd een zoveelste generatie later enkel blootgesteld aan rozengeur en zie: de ratjes raakten in paniek.

Een collega vertelde dat ze bij het betreden van een donkere kerk altijd een onbestemd naar gevoel kreeg, alsof ze weg wilde. God weet wat ooit gebeurd is.

Er is teveel gebeurd. Iedereen is angstig. Iedereen is bang. En al wat we doen is bedoeld om onze angsten te beteugelen of weg te duwen. Tot het niet meer lukt en dan gebeurt het vanzelf.


donderdag 24 september 2026

Misdrijf

 


Ik zag in mijn werk een man die ooit een ernstige misdaad had begaan. Nette man, walgelijke dingen.

En toch moet ik proberen te begrijpen.

Bij Nabokov lees ik: “<…> en opeens werden mijn zinnen door een mysterieuze verandering bevangen. Ik kwam op een bestaansvlak war niets er toe deed, behalve het genotsaftreksel in mijn lichaam. <…> Ik stond boven de beproevingen de bespotting, buiten de mogelijkheden der vergelding”.

“Overigens”, schrijft Nabokov verderop, “als ik ooit een serieuze moord bega… Let op dat ‘als’. Er zou iets meer moeten zijn dan het soort drang dat me overkwam met Valeria. Let wel dat ik tóen tamelijk onmachtig was. Als en wanneer u mij ter dood wilt roosteren, bedenk dat dat alleen een vlaag van waanzin mij ooit de simpele kracht zou kunnen geven om een bruut te zijn (gewijzigd misschien). Ik probeer wel eens te moorden in mijn dromen, maar weet u wat dan gebeurt? Ik heb bijvoorbeeld een pistool in mijn hand. Ik richt bijvoorbeeld op een minzame, belangstellende vijand. O, ik haal de trekker wel over, maar de ene kogel na de andere valt krachteloos uit de schaapachtige loop op de grond. In die dromen is mijn enige gedachte: dit fiasco te verbergen voor mijn tegenstander, die zich allengs gaat ergeren”.

Dat komt dichtbij. Bijna Freudiaans. Het beest is nooit weggeweest.

Ik zie in mijn werk met regelmaat ook de slachtoffers. Dan kom je ook dichtbij.

Je kunt altijd maar van één kant tegelijk begrijpen. Mijn is niet eenvoudig.

dinsdag 22 september 2026

Hier en nu

 
Nick Drake, door Keith Morris, 1969

Ik had zeeman kunnen zijn, of een kok,
Een levensgenieter of een boek, 
Ik had een wegwijzer kunnen zijn, of een klok,
Eenvoudig als een ketel, stevig als een rots,
Hier en nu
                      had ik alles kunnen zijn,
Willen zijn, moeten zijn,
    maar hoe?   
Ik had al die dingen
            eerst kunnen zijn,
Al die dingen.   
                       had ik eerst kunnen zijn.

Ik had je steunpilaar kunnen zijn, maar ook je deur,
Ik had bij je kunnen blijven, kunnen blijven voor meer,
Ik had je standbeeld kunnen zijn, of anders wel je vriend,
Een heel leven lang, je einde, telkens weer,
Hier en nu
                          had ik je ware kunnen zijn,
Willen zijn, moeten zijn,
    helemaal,    
Ik had al dat alles
             eerst kunnen zijn,
Dat alles        
                              had ik ook eerst kunnen zijn.


Soms doe je maar wat. Omdat ik even weer geraakt werd door Nick Drake. En omdat alles te laat komt. En alles pas achteraf duidelijk wordt.

Hier en nu.

maandag 21 september 2026

Niet gehoord

 


Ik volg het nieuws vaak zijdelings en achteloos. Weinig is van invloed op mijn leefwereld.

Maar soms kan ik niet om de werkelijkheid heen.

In de voorbije week bekroop me niettemin een existentiële angst. Tech- topmannen waarschuwden voor AI, dat het zich snel ernstig tegen de mensheid zou kunnen keren. Advies was te temporiseren, zodat de beveilingselementen altijd een stap voor konden blijven lopen op de ontwikkelingen. Trump sloeg hun woorden in de wind en kondigde een versnelling aan. Ik vrees dat het niet tegen te houden is. Ooit waren we bang dat verkeerde landen een atoombom zouden krijgen. Misschien moeten we nu wel bang zijn dat AI in verkeerde handen komt. En er zijn overal verkeerde handen. Wassend in kortzichtigheid.

En het gaat snel. Sneller dan ik kan leven. De kinderen van nu, die de tweeëntwintigste eeuw nog in zouden moeten.

En opnieuw is mijn reflex om me terug te trekken. In mijn zoeken naar schoonheid. Op mijn eigen eilandje. Het helpt niemand niks, maar laat me maar. In al mijn machteloosheid. In al mijn niet gehoord voelen. In al mijn dubbele gevoelens, ook voor AI, met al haar mogelijkheden.

zaterdag 19 september 2026

Klok

 


De klok is niet bepalend
Voor de duur van ons leven,
Alles duurt lang
En alles duurt even,
Begin noch einde
Heeft inzicht gegeven,
We we weten nooit wat gaat komen
En waar alles is gebleven.



dinsdag 15 september 2026

Impressies

 
Irving Ramsay Wiles, 1889


Her impressionisme en aanverwante stromingen gaan welbeschouwd alleen over het zien en zichtbaar maken van alles wat mooi is in de wereld, van de momenten, van het hier mogen zijn, nu net zoals aan het einde van de negentiende eeuw. Impressies zijn het enige wat telt, tot ze er niet meer zijn. In de wetenschap dat er ooit een moment komt dat het er voor jouw niet meer zal zijn. Dat is het dubbele dat nodig is om het te zien. En iets na te willen laten.

Maar laat mij geen dominee zijn. Het gaat vandaag over de plaatjes, een beetje willekeurig gekozen. Zoals het hoort met impressies.


Hector Caffieri, die ook in Nederland werkte, ca. 1895


En andermaal Wiles, 1899, Nog voor hij zich op de portetteerkunst stortte


Giuseppe De Nittis, ca. 1873, ook al La Grenouillère


Hermann Seeger, 1902, omdat niemand hem nog kent


Claude Monet, 1880, omdat er niet altijd vrouwfiguren op hoeven


En nog eens Monet, precies daarom


En nog eens De Nittis, omdat hij bij de eersten hoorde


zondag 13 september 2026

Om de stilte

 
Montmartre, voorjaar 2020


De coronatijd was bijzonder in veel opzichten. Al was het maar om de stilte.

In no time lagen metropolen volledig plat. Het kan dus wel. Als de nood aan de man is kan er blijkbaar veel. Dat zou hoop kunnen bieden voor het klimaat, waar gisteren een mars voor werd gehouden.

Er is een enquête geweest over de coronamaatregelen en ik hoor zeggen dat er te weinig ruimte was voor tegengeluiden. Natuurlijk was die ruimte er niet. Metropolen stilleggen kan alleen op de militaire manier. Dan moet je geen discussie gaan voeren. Met betrekking tot het klimaat zal het ook ooit op de militaire manier moeten. Maar laten we hopen dat het nog lang van ons wegblijft. Net als een nieuwe pandemie. We hebben er niks van geleerd.



vrijdag 11 september 2026

Om de dingen die voorbij gaan

 
Maureen O’Sullivan, door Edward Steichen, 1931


Een foto van de Iers-Amerikaanse actrice Maureen O'Sullivan door Edward Steichen, genomen in Hollywood op 21 augustus 1931. O'Sullivan werd wereldberoemd door haar vertolking van Jane in de klassieke Tarzan-films, naast Johnny Weissmuller, die ik al kind zag, veelal samen met mijn vader. 

Wat mij treft is de datum, mijn oma al ruimschoots zwanger van mijn vader. Wat mij treft is de schoonheid van de compositie. Wat mij treft is de schoonheid van Maureen O’Sullivan, die de moeder was van Mia Farrow, die ik weer met mijn moeder zag in Peyton Place. Wat mij treft is dat er elke dag wel iets is om door geraakt te worden, met allerlei associaties die ook weer kunnen ontroeren. Wat mij treft is de schoonheid van het leven, in al haar facetten. 

En om de dingen die voorbijgaan. 

Vooral dat.

woensdag 9 september 2026

Soms ook even niet

 


Soms lukt iets bijzonders,
Soms ook lukt het niet,
Soms ben je licht verwonderd,
Soms voel je diep verdriet,
Soms raak je iets verborgens,
Soms alleen wat je ziet.

Soms is vaak de sleutel
Soms ook even niet.



dinsdag 8 september 2026

Op zoek naar de heilige graal

 


Soms doe ik een kleine ontdekking.

Veel van mijn jeugdboeken heb ik vanwege ruimtegebrek al lang van de hand gedaan. Van een paar kon ik echter geen afstand doen. Eentje ervan is “Mythen en Legenden uit de Middeleeuwen”, een boek uit 1911 dat ik vooral heb behouden omwille van de illustraties. Het zijn beelden die de kern raken van mijn adolescentie romantiek. En misschien wel de kern van heel mijn leven, dat zich recapituleert tot zeker duizend jaar geleden.

Nu dan over mijn ontdekking: de illustraties, in elk geval een groot deel ervan, werden gemaakt door Hans Thoma, die ik in 2011 al op Wikipedia zette, een van de eerste kunstschilders waarover ik een lemma schreef. Niet voor niks kwam ik snel bij Toma uit. Ik voel het nog steeds, als een rode draad door mijn leven. Nog altijd ben ik dezelfde romantische ziel. Nog altijd ben ik op zoek naar de heilige graal.

Ik ga het boek nog zeker niet opruimen.


Hans Thoma, “Het kasteel van de heilige graal”, 1899