“Bomans is een groot schrijver. Je mag het alleen niet zeggen”, schreef Simon Carmiggelt.
Ik lees dat in het voorwoord van Joost Prinsen bij een bundeltje essays van Bomans, door Prinsen hoogstpersoonlijk samengesteld. Prachtig gebonden, met leeslint. Ik kocht het voor 5,50, hetgeen aangeeft dat er nog niet veel lijkt veranderd. Boeken van Bomans hoeven nog steeds niks te kosten, voor wie een beetje op internet zoekt. Die van Carmiggelt trouwens ook niet.
Over het schrijven zei Bomans: “Wantrouw elke aandrang tot schrijven, behalve de vreugde van het formuleren.” En wat verder: “de beloning van het schrijven zit hem niet zozeer in de beloning van de uitgever (want die is te verwaarlozen), maar in de enorme voldoening die u hebt als u, na lang zoeken, dat wat u wilt zeggen, geformuleerd hebt, zodat de huid van het woord strak om het begrip zit.” Dat is iets wat ik herken en wat misschien wel aan de basis ligt van mijn eigen aandrang tot schrijven.
Prinsen liet zijn bundeltje met Bomans essays verschijnen in 2021. Hij was er jaren mee bezig geweest. Nu is ook hij dood en lijkt er niemand meer over om het voor Bomans op te nemen. Laat ík het dan maar een beetje doen. Misschien moet ik ook maar weer eens een paar van zijn sprookjes herlezen, die ik rond mijn twintigste niet vond onderdoen voor Hans Christiaan Andersen. Dat lijkt me een mooi compliment.
