Labels

dinsdag 5 mei 2026

Verzonken keuzes

 
Vilhelm Hammershøi, “Ida in interieur met piano”, 1901

Nog een oortje uit Leven en Lot, omdat het 5 mei is, en iedereen de wereld weer verdeeld in goed en kwaad. Omdat de Sjoa nooit treffender is beschreven. Vanuit nabijheid en afstand. Over Sturmbahnführer Kaltluft, commandant van een Sondercommando in Auschwitz.

Vroeger woonde hij op de boerderij van zijn ouders en dacht dat hij daar zijn leven zou doorbrengen; hij hield van de rust van het dorp en schuwde het werk niet. Hij droomde van het uitbreiden van zijn vaders bedrijf, maar kon zich niet voorstellen dat hij ooit, hij groot de opbrengsten uit de varkensfokkerij en de handel in koolrapen en tarwe ook waren, hetbrustige, behaaglijke ouderlijk huis zou verlaten. Maar het leven liep anders. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog was hij naar het front gestuurd en daarna was hij de weg gegaan die het lot voor hem had uitgezet. Het lot bleek bepaald te hebben dat hij zijn dorp verliet voor het leger, de loopgraven voor de wacht bij het hoofdkwartier, de administratieve dienst voor een post als adjudant en het apparaat van het Reichssicherheitshauprambt voor de kampadministratie, om tenslotte te worden benoemd tot een Sondercommando in een vernietigingskamp.
Als Kaltluft verantwoording had moeten afleggen voor het hemelse gerecht, zou hij ter rechtvaardiging van zijn ziel naar waarheid hebben verteld hoe het lot hem had gedwongen een beul te worden die vijfhonderdnegentigduizend mensen had vermoord. Wat kon hij beginnen tegen zulke machtige krachten - de wereldoorlog, de ontzaglijke nationalistische beweging, de onverbiddelijke partij, de pressie van de staat? Wie had er tegen de stroom op kunnen zwemmen? Hij was maar een mens, hij was het liefst in het huis van zijn vader blijven wonen. Hij was niet zelf vertrokken, hij was geduwd, het lot had hem als een kleinduimpje bij de hand genomen. En in die termen, of in ongeveer die termen, zouden ook degenen die onder Kaltlufts bevel hadden gestaan en degenen die Kaltluft hadden bevolen, zichzelf gerechtvaardigd hebben voor God.
Maar Kaltluft hoefde zijn ziel niet te rechtvaardigen voor het hemelse gerecht. En daarom hoefde God hem niet te bevestigen dat er geen schuldigen zijn op de wereld.

Het is een conclusie die ik ik mijn werk elke dag weer trek, vanuit nabijheid. Niemand is schuldig. Of anders iedereen. De ene zondaar oordeelt over de andere, zo steekt dit leven in elkaar. Maar het lot is onafwendbaar. De scheidslijn tussen goed en kwaad loopt dwars door de harten van ons mensen. En het lot bepaalt of het meer naar de ene kant dan wel naar andere kant zal schuiven.

Als God probeer ik te kijken naar de mensen, zonder oordeel, met mededogen, vanuit afstand, gedwongen door mijn eigen lot, waarin al mijn keuzes verzinken.