Que m'allez-vous dire ce soir, pauvre âme en solitude,
Qu'allez-vous dire, mon coeur, jadis flétri et tout meurtri,
À la très-belle, à la très-bonne, à la très-chère, dont le regard divin a refleuri la fleur?
Qu'allez-vous dire, mon coeur, jadis flétri et tout meurtri,
À la très-belle, à la très-bonne, à la très-chère, dont le regard divin a refleuri la fleur?
Wat ga je me vanavond weer zeggen, arme eenzame ziel,
Wat ga je zeggen, mijn hart, ooit gekwetst en zo verdord,
Tegen je mooiste, je liefste, je meest dierbare, wiens goddelijke blik de bloem weer heeft doen bloeien?
Een stukje uit een gedicht van Charles Baudelaire voor zijn muse Apollonie Sabatier, die hij verafgoodde, die zorgde voor de wedergeboorte van zijn hart en zijn ziel, zoals ze dat toen zeiden. En ik soms nog steeds, in al mijn wereldvreemdheid.
Apollonie Sabatier (1822-1990), dochter van een wasvrouw, werkte zich in het negentiende eeuwse Parijs als courtisane op tot een gevierd salonhoudster. In haar appartement nabij Place Pigalle organiseerde ze lange tijd iedere zondag een diner-salon waar vooraanstaande kunstenaars bijeenkwamen, waaronder Eugène Delacroix, Gustave Flaubert, Charles Baudelaire, Hector Berlioz, Ernest Feydeau, Théophile Gautier, Gustave Ricard.
Wat had ik er graag bij geweest!
Iedereen was weg van haar. Baudelaire schreef liefst elf gedichten voor haar, Gautier stuurde talloze erotische brieven, Flaubert verbeeldde haar in zijn De leerschool der liefde als het wulpse personage Rosanette, Feydeau schreef zelfs een complete roman over haar. Talloze keren werd ze geschilderd, onder meer door Gustave Courbet, Vincent Vidal en Gustave Ricard. Gustave Clesinger gebruikte haar als model voor zijn beroemde sculptuur “Vrouw gebeten door een slang”, nu in het Musée d’Orsay. Wekenlang zou ze live voor hem te hebben geposeerd, zie het beeld hieronder.
Wat had ik er graag bij geweest!
Maar ik was er niet bij. Ik leef in de verkeerde eeuw denk ik soms. Ik moet het doen met wat resteert. De literatuur kan nog steeds gelezen worden, kunstwerken zijn nog steeds te bewonderen, de connectie met Apollonie raakt steeds meer verloren, maar de verbeelde erotiserende uitstraling is behouden. En daar doe ik het mee.
Maar wat had ik er graag bij geweest!


