Labels

dinsdag 22 september 2026

Hier en nu

 
Nick Drake, door Keith Morris, 1969

Ik had zeeman kunnen zijn, of een kok,
Een levensgenieter of een boek, 
Ik had een wegwijzer kunnen zijn, of een klok,
Eenvoudig als een ketel, stevig als een rots,
Hier en nu
                      had ik alles kunnen zijn,
Willen zijn, moeten zijn,
    maar hoe?   
Ik had al die dingen
            eerst kunnen zijn,
Al die dingen.   
                       had ik eerst kunnen zijn.

Ik had je steunpilaar kunnen zijn, maar ook je deur,
Ik had bij je kunnen blijven, kunnen blijven voor meer,
Ik had je standbeeld kunnen zijn, of anders wel je vriend,
Een heel leven lang, je einde, telkens weer,
Hier en nu
                          had ik je ware kunnen zijn,
Willen zijn, moeten zijn,
    helemaal,    
Ik had al dat alles
             eerst kunnen zijn,
Dat alles        
                              had ik ook eerst kunnen zijn.


Soms doe je maar wat. Omdat ik even weer geraakt werd door Nick Drake. En omdat alles te laat komt. En alles pas achteraf duidelijk wordt.

Hier en nu.

maandag 21 september 2026

Niet gehoord

 


Ik volg het nieuws vaak zijdelings en achteloos. Weinig is van invloed op mijn leefwereld.

Maar soms kan ik niet om de werkelijkheid heen.

In de voorbije week bekroop me niettemin een existentiële angst. Tech- topmannen waarschuwden voor AI, dat het zich snel ernstig tegen de mensheid zou kunnen keren. Advies was te temporiseren, zodat de beveilingselementen altijd een stap voor konden blijven lopen op de ontwikkelingen. Trump sloeg hun woorden in de wind en kondigde een versnelling aan. Ik vrees dat het niet tegen te houden is. Ooit waren we bang dat verkeerde landen een atoombom zouden krijgen. Misschien moeten we nu wel bang zijn dat AI in verkeerde handen komt. En er zijn overal verkeerde handen. Wassend in kortzichtigheid.

En het gaat snel. Sneller dan ik kan leven. De kinderen van nu, die de tweeëntwintigste eeuw nog in zouden moeten.

En opnieuw is mijn reflex om me terug te trekken. In mijn zoeken naar schoonheid. Op mijn eigen eilandje. Het helpt niemand niks, maar laat me maar. In al mijn machteloosheid. In al mijn niet gehoord voelen. In al mijn dubbele gevoelens, ook voor AI, met al haar mogelijkheden.

zaterdag 19 september 2026

Klok

 


De klok is niet bepalend
Voor de duur van ons leven,
Alles duurt lang
En alles duurt even,
Begin noch einde
Heeft inzicht gegeven,
We we weten nooit wat gaat komen
En waar alles is gebleven.



dinsdag 15 september 2026

Impressies

 
Irving Ramsay Wiles, 1889


Her impressionisme en aanverwante stromingen gaan welbeschouwd alleen over het zien en zichtbaar maken van alles wat mooi is in de wereld, van de momenten, van het hier mogen zijn, nu net zoals aan het einde van de negentiende eeuw. Impressies zijn het enige wat telt, tot ze er niet meer zijn. In de wetenschap dat er ooit een moment komt dat het er voor jouw niet meer zal zijn. Dat is het dubbele dat nodig is om het te zien. En iets na te willen laten.

Maar laat mij geen dominee zijn. Het gaat vandaag over de plaatjes, een beetje willekeurig gekozen. Zoals het hoort met impressies.


Hector Caffieri, die ook in Nederland werkte, ca. 1895


En andermaal Wiles, 1899, Nog voor hij zich op de portetteerkunst stortte


Giuseppe De Nittis, ca. 1873, ook al La Grenouillère


Hermann Seeger, 1902, omdat niemand hem nog kent


Claude Monet, 1880, omdat er niet altijd vrouwfiguren op hoeven


En nog eens Monet, precies daarom


En nog eens De Nittis, omdat hij bij de eersten hoorde


zondag 13 september 2026

Om de stilte

 
Montmartre, voorjaar 2020


De coronatijd was bijzonder in veel opzichten. Al was het maar om de stilte.

In no time lagen metropolen volledig plat. Het kan dus wel. Als de nood aan de man is kan er blijkbaar veel. Dat zou hoop kunnen bieden voor het klimaat, waar gisteren een mars voor werd gehouden.

Er is een enquête geweest over de coronamaatregelen en ik hoor zeggen dat er te weinig ruimte was voor tegengeluiden. Natuurlijk was die ruimte er niet. Metropolen stilleggen kan alleen op de militaire manier. Dan moet je geen discussie gaan voeren. Met betrekking tot het klimaat zal het ook ooit op de militaire manier moeten. Maar laten we hopen dat het nog lang van ons wegblijft. Net als een nieuwe pandemie. We hebben er niks van geleerd.



vrijdag 11 september 2026

Om de dingen die voorbij gaan

 
Maureen O’Sullivan, door Edward Steichen, 1931


Een foto van de Iers-Amerikaanse actrice Maureen O'Sullivan door Edward Steichen, genomen in Hollywood op 21 augustus 1931. O'Sullivan werd wereldberoemd door haar vertolking van Jane in de klassieke Tarzan-films, naast Johnny Weissmuller, die ik al kind zag, veelal samen met mijn vader. 

Wat mij treft is de datum, mijn oma al ruimschoots zwanger van mijn vader. Wat mij treft is de schoonheid van de compositie. Wat mij treft is de schoonheid van Maureen O’Sullivan, die de moeder was van Mia Farrow, die ik weer met mijn moeder zag in Peyton Place. Wat mij treft is dat er elke dag wel iets is om door geraakt te worden, met allerlei associaties die ook weer kunnen ontroeren. Wat mij treft is de schoonheid van het leven, in al haar facetten. 

En om de dingen die voorbijgaan. 

Vooral dat.

woensdag 9 september 2026

Soms ook even niet

 


Soms lukt iets bijzonders,
Soms ook lukt het niet,
Soms ben je licht verwonderd,
Soms voel je diep verdriet,
Soms raak je iets verborgens,
Soms alleen wat je ziet.

Soms is vaak de sleutel
Soms ook even niet.



dinsdag 8 september 2026

Op zoek naar de heilige graal

 


Soms doe ik een kleine ontdekking.

Veel van mijn jeugdboeken heb ik vanwege ruimtegebrek al lang van de hand gedaan. Van een paar kon ik echter geen afstand doen. Eentje ervan is “Mythen en Legenden uit de Middeleeuwen”, een boek uit 1911 dat ik vooral heb behouden omwille van de illustraties. Het zijn beelden die de kern raken van mijn adolescentie romantiek. En misschien wel de kern van heel mijn leven, dat zich recapituleert tot zeker duizend jaar geleden.

Nu dan over mijn ontdekking: de illustraties, in elk geval een groot deel ervan, werden gemaakt door Hans Thoma, die ik in 2011 al op Wikipedia zette, een van de eerste kunstschilders waarover ik een lemma schreef. Niet voor niks kwam ik snel bij Toma uit. Ik voel het nog steeds, als een rode draad door mijn leven. Nog altijd ben ik dezelfde romantische ziel. Nog altijd ben ik op zoek naar de heilige graal.

Ik ga het boek nog zeker niet opruimen.


Hans Thoma, “Het kasteel van de heilige graal”, 1899


zondag 6 september 2026

Troost en rituelen

 


Vanochtend een crematie van de moeder van een vriendin. Negenentachtig, net zo oude als mijn moeder, iets jonger dan mijn schoonmoeder die ons in het voorbije jaar ontvielen.

Hele levens trekken voorbij in zo’n crematorium, verhalen en herinneringen verteld door nabestaanden, versterkt door foto’s en muziek. Een nieuw ritueel die de kerkelijke uitvaart heeft vervangen. Een ritueel blijft ik het noemen, want in de basis blijft het uniforme opvallen. Het is persoonlijker, hoor ik dan zeggen, maar het sjabloon ligt vooraf al volledig vast. 

Of zijn het vooral de levens die zo uniform zijn. Alle verhalen en herinneringen aan overledenen uit die generatie lijken op elkaar. Net als de foto’s. Misschien lig daar wel de kern van het rituele: dat onze levens zo veel op elkander lijken. Dat we op een existentieel niveau eenzaam en alleen kunnen zijn, maar in de basis toch allemaal eender.

Ik weet niet of dat troost geeft.


donderdag 3 september 2026

Dondersteentje



 
Driemaal rondje 
Driemaal raden
Driemaal drie is negen

Duizend woorden 
Duizend daden
Driemaal drie gezwegen

Dondersteentje
Duizend slagen
Dondert altijd ongelegen


dinsdag 1 september 2026

Gestolen kunst


Origineel?


Nog even terug naar de Franse kunstmarkt. Ik zie een Hollands strandtafereel op linnen (zelf gevoeld) in een lijst met een metalen plaatje vermeldend: A. Van de Velde. Die naam ken ik. Ik zoek op Wikipedia en jawel, dat is hem; hetzelfde schilderij straalt me vanuit het lemma direct tegemoet: “Het strand bij Scheveningen”, 1658, Staatlichen Museen te Kassel. Zelfs het formaat, 50 bij 74 centimeter lijkt te kloppen. Alleen sterk vergeeld, maar wat wil je als je het midden in de zon zet.

Mijn prepuberale fantasieën slaan weer op hol. Het gestolen schilderij dat door dieven niet kan worden gesleten, een detective die ze op de hielen zit. Opmeet moment dat ze bijna worden opgepakt snel verkocht aan een marktkoopman voor de prijs van een goedkope replica, met het idee het snel weer terug te kunnen kopen. De eerste beste keer dat de koopman het schilderij aanbiedt op een kunstmarkt is er niemand die de waarde ervan ziet tot een jongetje uit Nederland het Scheveningse strand herkent. Na veel zeuren laat zijn vader zich vermurwen en koopt het voor veertig euro, waar het later veertigduizend euro waard blijkt te zijn. De detective komt het jongetje op het spoor, maar die weet het schilderij goed te verbergen in de spouw. Tot hij wroeging krijgt en zijn vader het museum in Kassel laat bellen. Hij moet het uiteindelijk doen met een replica hem aangeboden door het museum. En hij krijgt levenslang gratis toegang in Kassel, waar-i niks aan heeft. 

En dat jongetje dus, dat ben ik. En ik loop in Frankrijk over de kunstmarkt. Dubbend wat te doen. Ook dit keer heb ik het niet gekocht, zelfs mijn fantasie niet met mijn vrouw gedeeld. Ik heb nog gezocht op internet onder gestolen kunstwerken, maar niets gevonden. Ook niet over het jongetje. En ik concludeer dat je soms je fantasieën maar beter voor je kunt houden. En ik concludeer weer dat mijn vrouw uiteindelijk altijd gelijk heeft, zelfs als ik haar niks heb gevraagd.



Origineel