Labels

zaterdag 30 maart 2019

Jozef Israëls, “Dromen”. Lente (Dolce far Niente).


Jozef Israëls, “Dromen”, 128,5 x 201,2 cm, 1860, privé collectie

Ik zit op de bank achter het raam en voel de zon op mijn huid. De lange zomer van vorig jaar zet zich gewoon voort. Het is nauwelijks winter geweest. God heeft het goed voor met de mensen. Maar hij heeft ook haast. Hij kan niet wachten op de lente. De jaren verstrijken en God wil vooruit. We hebben al zo lang gewacht. Ieder jaar opnieuw.

Er is een mooi grootformaat schilderij van Jozef Israëls, “Dromen”, uit 1860. Een beetje sentimenteel, veel mensen zouden het niet in hun kamer willen hebben, maar het raakt me. Telkens opnieuw beginnen we met dromen. Toen ik jong was en met mijn vader in de duinen zat droomde ik mijn eerste dromen. Mijn vader zat naast me en zweeg, in zijn eigen dromen. Mijn vader is dood. Mijn horizon wordt korter. Stilaan krijg ik haast.

Israëls “Dromen” werd in 1860, kort na voltooiing, verkocht naar Amerika en verdween uit zicht. Een kleine kopie-tekening van Henneman uit het Rijksmuseum herinnerde aan haar bestaan. Pas in 2013 werd het schilderij weer herontdekt op een veiling van Sotheby’s te New York, waar het voor bijna 300.000 dollar werd verkocht. Nadien verscheen het op enkele tentoonstellingen. Een vissersmeisje in de Scheveningse duinen. De tijd nog van de Duitse romantiek, zij het in haar eindfase. Wat er van de dromen van het meisje is gekomen weet niemand. Wat er van de mijne komt is steeds meer de vraag, bij elke nieuwe lente.


Kopie door Johann Henneberg, ca. 1860, 14,1 x 20,3 cm,
Rijksmuseum.Het gras links suggereert dat een deel van
het oorspronkelijke werk ooit is weggesneden.

“Dolce far Niente”, luidt de ondertitel van “Dromen”. Het zalige nietsdoen. Je verkneukelen in de lentezon. Het dromen in jezelf. Misschien is dat nog mijn enige streven.