 |
Poster boven mijn bed
|
Frisse jongens nog. De Rolling Stones in 1964. Ooit was popmuziek nog voor de jeugd. Ik was nog erg jong toen het begon. In 1966 pikte ik al de Richards-riff van
I can get no satisfaction op. Ik weet nog dat ik het nummer hoorde, op de oude Philips mono-radio die thuis op de boekenplank stond, Getno haalde ik eruit. Begin 1970 ruilde ik een gekregen singeltje van de Cats met een oudere neef, voor
Honky Tonk Woman. Ik herinner het bericht dat Brian was verdronken. Een half jaar later was een Stones-verzamel-LP mijn tweede langspeelplaat, en meer zouden volgden. Sticky Fingers, Beggars Banquet. Lang, ik denk zo van mijn twaalfde tot mijn vijftiende, hing op mijn kamer een poster, hierboven op foto. Op mijn schooltas prijkte de bandnaam met grote letters, groter dan de Beatles. Allengs neigde ik toch naar de Beatles, meer en meer. Allengs vergat ik de Stones. Na
Black en Bleu in 1975 was het een beetje voorbij. Ik zag ze pas live toen het al oude mannen waren. En Brian een halve eeuw dood. Het zijn de draden door mijn leven. Het leven is te kort.
Zo lang als de Stones, zo ga ik al mee!
 |
Rolling Stones, 1964
|