Labels

zondag 22 juli 2018

Meredith Frampton, “Marguerite Kelsey”


Meredith Frampton, “Maguerite Kelsey”, 1928, 120,8 x 142,2 cm, Tate Britain

Meredith Frampton 1894-1984), zoon van beeldhouwer George Frampton en schilderes Christabel Cockerell, was een Brits kunstschilder die vooral bekend werd door zijn modern-realistische portretten, waarbij hij zich liet inspireren door neo-classicisten als Ingres, David, Gérard en Fragonard. Ook werkte hij als officieel oorlogsschilder in zowel WO I als WO II. Vanaf het begin van de jaren vijftig ging zijn gezichtsvermogen dermate achteruit dat hij stopte met schilderen.

Exemplarisch voor Framptons stijl is zijn portret van Marguerite Kelsey (1908-1995) uit 1928. Kelsey was een professioneel schildersmodel, gekend om haar gratie en het vermogen om lang in eenzelfde pose te blijven zitten. Frampton portretteert als een geidealiseerde elegante schoonheid, zonder de extravagantie van de Roaring Twenties. Ze draagt een neutrale effen crèmekleurige jurk zonder enige opsmuk, geheel overeenkomstig de sobere eenvoud van het interieur en magnolia’s op tafel. Het ingetogen kleurenpalet en de bleke huid van het model versterken de sfeer van zedige deugdelijkheid. Alleen de rode schoenen springen eruit, als een dissonerend accent. Merkenswaardig is dat Frampton zowel de jurk als de schoenen zelf had uitgezocht.

Frampton portretteerde vaak dames uit de toenmalige upper-class van het type dat de Charleston aan zich voorbij liet gaan. Ook het portret van Marguerite Kelsey lijkt op het eerste oog een werk in opdracht. Er zit een bedoeling achter het schilderij. Bewust beeldt hij Kelsey liggend af. Waar de modeste lange jurk in staande positie nauwelijks iets van haar vormen te zien zou hebben gegeven, doet het dat nu nadrukkelijk wel. Haar taille, benen en taille tekenen zich duidelijk af en zelfs de tepel van haar rechterborst tekent zich af. Hij zet Kelsey neer als een afstandelijke dame, maar tegelijk verzonken in een dromerij, de vraag oproepend waar ze aan denkt. De suggestie is dat er onder de koude buitenkant passie en hartstocht gloeit, welke slechts moeizaam aan de oppervlakte komt, maar wel degelijk aanwezig is. Het doet enigszins denken aan filmactrices uit het zwartwit tijdperk, of werken van Ingres of Gérard. Alleen de rode schoentjes breken fijntjes uit, als een summiere vorm van verzet.

             
           Gérard, “Portrait de Juliette Récamier”, 1802
Ingres, “Louise de Broglie”, ca. 1846