Labels

dinsdag 30 december 2025

Wonderlijk geheugen

 


De Top 2000 is op de radio. Ooit in de eerste helft van de jaren zeventig luisterde ik naar de Top 100 aller tijden. Veel singles of nummers van LP’s die ik in die tijd bezat staan nu nog in de Top 2000. The Free, Golden Earring, Jimi Hendrikx. Als ik dit schrijf luister ik naar All along the Watchtower, dat toen samen met Hey Joe op de B-kant stond van Voodoo Child. Een nummer van de eerste LP van Black Sabbath dat toen nooit op radio werd gedraaid staat nu in de lijst. Ik kan alles nog steeds meezingen, nu weer Tears in the Morning. Duizenden nummers galmen een halve eeuw later nog steeds door mijn hoofd, elk rifje precies op zijn plek. Ons brein is een wonderlijk orgaan.

Toen ik tien was kreeg ik een singletje van de Cats, Marian, wat ik niks vond. Ik ruilde het met een neef, Pierre van Achel, voor een singletje van de Rolling Stones, Honky Tonk Woman. De B-kant van die single was You can’t always get what you want, wat ik veel mooier vond.

Ik hoor nu dat laatste nummer hoog in de Top 2000 staan, veel hoger dan de A-kant, die er ook in staat. Had ik toch al goed gehoord toen, blijkbaar. Tegelijkertijd staat ook Marian van de Cats hoog genoteerd. En na al die jaren ben ik ook dat nummer gaan waarderen. Hoorde het in de auto. Heb ik op single gehad, zeg ik tegen mijn vrouw. Blijkbaar is niet alles een kwestie van goed horen. Soms is het ook een kwestie van toelaten.


zondag 28 december 2025

Dag Brigitte

 

Brigitte Bardot is dood. Eén maand na mijn moeder, net iets ouder.

Bardot was een nog altijd een fenomeen in de tijd dat ik aandacht begon te krijgen voor mooie vrouwen. Toen mijn moeder haar ordinair noemde en mijn vader daar wijselijk niet op reageerde. Eigenlijk is ze sedert dien nooit uit mijn gedachten verdwenen. Meerdere foto’s hebben dit blog al opgeluisterd. In weerwil van de afwijzende blik van mijn moeder, zoals het hoort wanneer je begint te puberen.

Toen mijn moeder vier weken geleden werd gecremeerd zochten we foto’s bij elkaar. Zo doen we dat tegenwoordig. Veel foto’s, ontdaan van de pijnlijke gevoelens, getuigend van een leven dat mooier moest lijken dan het doorgaans was. Als mensen eigen is.

Ik ga geen collage maken van Brigitte. Mijn oog blijft steken op deze oude foto, nog van voor het begin van haar filmcarrière. Toen ze nog niet wist van hoe het ging lopen. Als alle jonge meisjes heeft ze grote dromen, maar de eerste teleurstellingen tekenen zich al af. Het had ook anders kunnen lopen. Zonder te weten of het beter was geweest.

Het gaat zoals het gaat.

Dag Brigitte, ook al zul je mij door het momentane gedruis maar moeizaam horen. Rust zacht, en maak het maar een beetje goed met mijn moeder.


zaterdag 27 december 2025

Afsluiten

 
Emile Claus, “De boot die voorbij vaart”, 1883

Israël heeft Somaliland erkend als onafhankelijke en soevereine staat. Internationaal leidt dat tot veel kritiek.

Ik citeer van de NOS-nieuwssite:

President Trump leek te zijn verrast. "Geen commentaar", was zijn antwoord op een vraag van een journalist. Daarna wees hij het besluit af om af te eindigen met: "We bestuderen het. Ik bestudeer heel veel dingen, neem altijd geweldige besluiten en die blijken altijd correct te zijn."

Mijn vrouw moest lachen toen ik het voorlas. Op sommige mensen staat geen maat. Ik ben psycholoog maar zou niet weten hoe je zoiets aanpakt. Niemand weet het blijkbaar. Alleen Trump denk ik, die weet alles, maar die kunnen we het niet vragen. En hij kan ook niet alles bestuderen natuurlijk.

Als psycholoog schrijf en teken ik veel op het white board. Ooit had ik een cliënt die telkens opstond, de marker van me overnam, begon te vegen en dan zelf tekende hoe het zat. Het gaat om mij, zei hij dan, de enige die het echt kan weten ben ikzelf. Dat is waar, zei ik. En vervolgens heb ik hem snel afgesloten.

donderdag 25 december 2025

Gelukkig kerstfeest




Met kerst voelt het net even anders. Zo hoort het tenminste. Wat mooi is is ook een beetje sfeer afhankelijk. Ineens is zo’n plaatje goed passend, zelfs als er geen sneeuw is.

In kleur of zwart-wit, van voor of van achter. Het zal altijd een vrouw zijn.

Aan een paar mensen denk ik in het bijzonder. Sommigen zullen het wel weten, sommigen niet.

Gelukkig kerstfeest hoor ik iedereen zeggen. Laat ook ik me daar maar bij aansluiten…

Gelukkig kerstfeest!



dinsdag 23 december 2025

Magere koeien

 
Marc Chagall, “De drie kaarsen”, 1938-1940.
Met zijn bruid Bella bij de kaarsen van liefde, hoop en geloof.
In de aanloop naar de oorlog.

De golven kwamen sissend en schuimend op de kust af en liepen dan weer terug, zoals ze tijd hadden gedaan - een blaffende meute honden, niet bij machte om te bijten. In de verte schommelde een schip met een grijs zeil. Net als de oceaan bewoog het maar bleef toch op dezelfde plaats - een lijk dat gehuld in een doodskleed over het water liep.
‘Alles is al een keer gebeurd’, dacht Herman. ‘De schepping, de zondvloed, Sodom, het ontvangen van de Thora, Hitler’s Holocaust.’ Zoals de magere koeien uit de droom van de farao had het heden de eeuwigheid opgeslokt, zonder een spoor achter te laten.

Ik lees een boek van Isaac Bashevis Singer. Nobelprijswinnaar toch. Een goede schrijver om ter hand te nemen als iedereen zijn mond vol heeft over anti-semitisme. Niet alle kritiek op Joden moet geframed worden als anti-semitisme. Singer weet dat als de beste.

De farao ziet zeven mooie, vette koeien die grazen aan de Nijl. Daarna komen er zeven lelijke magere koeien die de vette koeien opeten, zonder dat ze dikker worden. Jozef legt het de farao uit: na jaren van overvloed volgt schaarste. Een voorspelling die altijd uitkomt. Mene Tekel. En dan ben ik toch weer bij Nescio. Waar het citaat ook al aan deed denken.

maandag 22 december 2025

Inzoomen

 
Pablo Picasso, “Vrouw en kat”, 1900

De titel Denker des Vaderlands is veranderd in Denker der Nederlanden. Vaderland zou gedateerd zijn. Ik denk daar even over na en concludeer dat het mij eigenlijk niet uitmaakt. Ik kom uit een andere tijd. Misschien ben ik ook wel een beetje gedateerd, net als mijn denken. We laten het maar zo, denk ik dan.

Op de televisie was Daan Roovers bij Buitenhof. Ooit volgde ze Paul van Tongeren op als Denker des Vaderlands, wat voor mij een pre betekent. Wat geen pre betekent is dat ze lid is van een politieke partij en in de Eerste Kamer zit. Denkers moeten te alle tijden onafhankelijk zijn. En op afstand. Dat is wat ik denk.

Daan Roovers zit nu drieeneenhalf jaar in de Eerste Kamer. Dat helpt je niet vooruit in de filosofie. Ze kreeg vragen over democratie en ik heb geen zin gehoord die me aan het denken heeft gezet. We kregen antwoorden die elke senator had kunnen geven. Dat is wat de politiek met je doet. Als je er middenin zit.

Ik las dat Daan Roovers ooit nascholing aan huisartsen gaf. De hele dag bezig met individuele gevallen, en op de nascholing zoomden ze samen uit. Dat zou ik ook kunnen doen in mijn vak. Meestal gebeurt het vanzelf, heb je geen anderen nodig. Ik hoef de wereld niet meer te verbeteren. Af en toe een enkeling is voldoende.

zaterdag 20 december 2025

De appels rood gerijpt

 
Alex Venezia, “Disappearing”, 2018

Soms ben ben ik de grootste,
De enige die het begrijpt,
De woorden die me door het leven loodsten,
 Woorden in het diepst van de afstand gerijpt,
Blijkt uiteindelijk het idiootste,
Dat ik de enige ben
               die me begrijpt,

De appels gerijpt,

De appels nog roder gerijpt.


donderdag 18 december 2025

Alles vervliegt


Helsinki 1967, foto Ismo Hölltö

Soms zeg ik wel eens: pluk tien mensen van de straat, laat mij er een uur mee praten en van zes-zeven zal ik zeggen: daar valt wel wat aan te sleutelen..

Soms hoef je niet eens een uur te praten maar zie je het zo. Overal is werk voor psychologen. Kijk om je heen. Het kan niet alleen aan het tasje liggen.

Ze zal intussen over de zeventig zijn. Waarschijnlijk is ze de vrouw die voor haar staat achterna gegaan. Meestal gaan we de mensen voor ons achterna. Maar niet altijd. Gelukkig maar. Soms valt er nog wat te doen.

Soms zou je willen weten hoe iemand eindigt. Of geëindigd is. Soms weet jet het al van tevoren. Soms kun je het ook mis hebben. Dat is wat intrigeert aan dit leven.

Soms kun je het mis hebben. En alles vervliegt. Dat zie ik in de foto.

dinsdag 16 december 2025

Wereldvrede

 
Joseph Sudek, “Praag”, ca. 1945-46

Als jullie niet eens zonder ruzie in één huis kunnen wonen, hoe kan er dan ook wereldvrede komen, verzuchtte ik tegen een cliënte die me ooit vertelde pacifistisch te zijn, lid was geweest van PAX Christi, maar thuis weer grote heibel had gehad met haar man. Met verlies van controle. En we maakte nieuwe afspraken, voor wanneer het pannetje weer begint te borrelen. Omdat de controle weer teruggepakt moest worden.

Steeds vaker zie ik eenvoudige psychologische processen binnen menselijke verhoudingen terug op het wereldtoneel. Waarom ook niet daar. Ik denk aan de gouden muur van Mulisch. Erachter is het een zootje, vol met persoonlijke overwegingen en belangen. Met gezonde gedachtes, soms, en minder gezonde, tegenwoordig steeds vaker. Er mag soms wel wat bijgestuurd worden. Wereldleiders laten zich niet bijsturen. Wereldleiders vinden dat er niks mis is met ze. Wereldleiders willen nooit praten met een psycholoog. Dat is nog het meeste wat me beangstigd.


zondag 14 december 2025

Krachtige armzaligheid

 
Paul Cézanne, “De kaartspelers”, 1893-1896, 47,5 x 57 cm, Musée d’Orsay

Nog een keer Rilke over Cézanne, Parijs, maandag 7 oktober 1907. Omdat hij altijd weer wat weet toe te voegen aan een beschrijving op Wikipedia:

Ik was weer in de Salon d’Automne vanochtend. Meier-Graefe was weer bij de Cézanne’s te vinden. Graf Kessler was er ook en zei nu veel mooie en oprechte dingen over het nieuwe ‘Buch der Bilder’, dat hij en Hofmannsthal om beurten aan elkaar voorgelezen hadden. Dat gebeurde allemaal in de Cézanne-zaal, die je direct weer voor zich opeist met haar krachtige beelden. Je weet dat ik bij tentoonstellingen de mensen die rondlopen altijd veel merkwaardiger vind dan de schilderijen. Dat is ook het geval in deze Salon d’Automne, met uitzondering van de Cézanne-zaal. Daar is alle werkelijkheid aan zijn kant: bij dat dicht gewatteerde blauw van hem, bij zijn rood en schaduwloos groen en het raadselachtige zwart van zijn wijnflessen. Van wat een armzaligheid zijn ook bij hem alle voorwerpen: de appels zijn allemaal stoofappels, en de wijnflessen horen thuis in ronde slobberende oude jaszakken. Het ga je goed.

Rilke wilde iets kwijt over het wezen van de kunst en koos en de inzichten die hij daarover verwierf tijdens de Cézanne-tentoonstelling. Hij koos ervoor dat te verwoorden in briefvorm, omdat het klassieke essay hem onvoldoende mogelijkheden bood zijn subjectieve beleving goed te uit te drukken. Op Wikipedia lukt dat ook niet. Daarom denk ik dat ik beter af ben met een blog. En lezers uiteindelijk ook.


“Fruit”, 1881

vrijdag 12 december 2025

En daar waren ze…

 
  


Rilke over de danseressen van Rodin, Parijs, 15-10-1907 (in: Briefe über Cézanne, poëtische vertaling)

En daar waren ze,
Kleine, tere danseressen,
Gazellen, gewijzigd van gedaante,
Lange slanke armen,
Getrokken uit de torso
als uit een lang gehamerd stuk,
Handen als acteurs
Beweeglijk en zelfstandig in hun handeling.

En wat voor handeling,
Boeddha handen,
Zich strekkend, vlak, eeuwig
Aan de rand van een schoot,
Stil,met de palmen naar boven,
Vragend om oneindige stilte.

Handen ontwakend, stel je ze voor,
Vingers gespreid, vingers gebogen
Als de roos van Jericho,
Vingers gelukkig, of angstig,
Aan het einde van de armen:
Dansend!
Het lichaam
Ingezet op evenwicht
Van het eigen lichaam
In de lucht, de atmosfeer
Van het oosterse Goud.


Bij Rilke is het een kleine stap van proza naar poëzie. Van het proza naar verwondering. Van van proza naar een religieuze beleving. Het gonst door mijn gedachten: “En daar waren ze…”.”En wat voor handeling…”. “Stel je ze voor…”.

woensdag 10 december 2025

Herschikking

 
Cézanne, “De zee bij l’Estaque”, 1878

Ik lees Rainer Maria Rilke’s “Brieven over Cézanne”, brieven die hij in 1907 schreef aan zijn vrouw Clara Westhoff, na het bezoeken - dagelijks - van een retrospectieve tentoonstelling van Paul Cézanne. Rilke zag in Cézanne de belichaming van een kunstenaar die zijn innerlijke leven volledig in zijn werk legde, waarbij de grens tussen waarneming en creatie vervaagde.
. 
Op 3 juni 2007 schrijft hij aan zijn vrouw:

Hoezeer verschillen zien en denken elders. Je ziet en denkt: later…

Hier zijn ze bijna gelijk. Je bent weer hier: dat is niet vreemd, niet bijzonder, niet merkwaardig <…>. De dingen hier nemen bezit van je, gaan met je verder, met je mee, naar alles toe en door alles heen, door klein, door groot. Alles wat ooit was rangschikt zich anders, stelt zich op in reeksen, alsof iemand erbij staat en bevelen geeft. En het tegenwoordige is tegenwoordig in alle indringendheid, alsof het op zijn knieën voor je ligt en bidt. <… >.

De kern van het meeste psychisch leed is erin gelegen dat mensen vooral in het verleden vertoeven, soms in de toekomst, daar alles herschikken in verkeerde beelden, beelden die niet helpen, meestal beelden zonder schoonheid. De schoonheid dient vooral in de momentane beleving te worden gevonden. In het hier en nu. Zoals Rilke op de Cézanne tentoonstelling. Maar ja, vertel dat maar eens aan de mensen.

maandag 8 december 2025

Trauma voor het er was

 


Ik heb “Thérèse Raquin” gelezen, van Zola, in een recente vertaling van Jelle Noorman. Voor wie nog Zola leest tegenwoordig.

Het boek nodigt niet uit om weer eens aan het hele oeuvre van Zola te beginnen, maar is vooral interessant  vanwege de treffende beschrijving van PTSS avant-garde la lettre. De nachtmerries na de moord, de voortdurende triggers. Laurent die als moordenaar van zijn vermogende rivaal alleen nog maar diens gezicht ziet in de portretten die hij schildert. De psychologie was al begonnen ruim voor Freud. 

Ook andere verwante psychologische aspecten komen aan de orde, zoals die van de ledigheid:

Ook Laurent leidde een afschuwelijk bestaan. Decdagen duurden ondraaglijk lang en brachten steeds weer dezelfde ellende, dezelfde loodzware verveling, die hem met een verpletterende eentonigheid en regelmaat op vaste tijden overviel. Hij sleepte zich door zijn leven voort, elke avond even verbijsterd bij de herinnering aan de voorbije dag en het vooruitzicht van de volgende. Hij wist dat voortaan alle dagen op elkaar zouden lijken en telkens met dezelfde kwellingen gepaard zouden gaan. En hij overzag de weken, maanden, jaren die hem te wachten stonden, een donkere onafwendbare stoet die hem onder de voet liep en hem geleidelijk verstikte. Wanneer de toekomst hopeloos is krijgt het heden een weerzinwekkende smaak. Laurent was niet langer opstandig. Hij gaf zich over aan het niets dat al bezig was zijn hele wezen op te slokken. Zijn ledigheid was dodelijk. ‘s Morgens ging hij van huis zonder te weten waar hij heen moest, al misselijk bij de gedachte te moeten doen wat hij de vorige dag had gedaan en desondanks gedwongen hetzelfde opnieuw te doen. Door gewoonte of obsessie gedreven begaf hij zich naar zijn atelier. Dat vertrek met zijn grijze muren, van waaruit hij slechts een stukje van de hemel kon zien, vervulde hem van een diepe mistroostigheid. Hij strekte zich uit op de divan, liet zijn armen strak naar beneden hangen en verzonk in zijn beklemmende gedachten. Een penseel durfde hij al niet meer aan te raken. Hij had het nog een paar keer geprobeerd, maar telkens weer was het Camilles’s gezicht dat hem op het doek aangrijnsde. Om niet in waanzin te verzinken had hij tenslotte zijn verfdoos in een hoek gesmeten en besloten helemaal niets meer uit te voeren. Dit gedwongen nietsdoen viel hem ongelofelijk zwaar.
<…>
Soms herinnerde Laurent zich dat hij Camille had vermoord om niets meer te hoeven uitvoeren, en dan was hij stomverbaasd dat hij het zo zwaar te verduren had nu hij niets meer uitvoerde. Hij had zich wel willen dwingen gelukkig te zijn. Hij hield zich voor dat hij niet zo hoefde te lijden, dat hij juist de hoogste vorm van geluk had bereikt nu hij met zijn handen over elkaar kon blijven zitten, en dat hij wel gek moest zijn om niet in alle rust van zijn geluk te genieten. Maar deze argumenten veranderden niets aan de feiten. In zijn hart wist hij maar al te goed dat hij met nietsdoen zijn leiden alleen maar verergerde, omdat hij erdoor gedwongen werd op elk moment van zijn levensovertuiging zijn wanhoop te piekeren en steeds dieper in die ongeneeslijke wond te wroeten. De ledigheid, dat dierlijke bestaan waarvan hij gedroomd had, bleek zijn straf. Af en toe verlangde hij vurig naar een bezigheid om zijn zinnen te verzetten. Maar dan liet hij zich weer gaan, bezweek hij opnieuw onder het gewicht  van het onverbiddelijke noodlot, dat hem in zijn kluisters sloeg om hem beter te kunnen verpletteren.

Treffende woorden, hoe lang geleden ook geschreven. Loslaten, bezig blijven. In de basis is ons vak niet zo ingewikkeld.

In wellen vergaat


Imogen Cunningam, “Morning, mist and sunshine”, 1911

Wie door een dauwige weide waadt
Wie zich wezenloos vochtig in ochtend verstaat
Wie wel wijzer dan woorden op de stilte verlaat
Wie in wimpers vertrouwelijke wensen verraadt
Wie nog warmer dan rijm in de winter staat
Wie wordt wakker en weidser het donker te laat
Weet zijn wanhoop in wellen vergaat
Weet zijn wanhoop in wellen vergaat

zaterdag 6 december 2025

Klein

 
Heidi Klum, foto Tesh voor Marie-Claire, 2013

Ik keek naar de loting van het WK voetbal, mede gepresenteerd door Heidi Klum. Wat een lentgte, wat een benen! Daar wil je als man niet naast staan als je niet echt groot bent, zoals ook ik. Mannen willen niet klein lijken, niet naast een vrouw.

“Ik wil niet de dominante persoon zijn”, zegt Heidi Klum, “Ik wil een sterke man naast me”. Ik zie Trump, ik zie Infantino. Ze willen niet naast Heidi staan. Zijn dat de sterke mannen?  Ik zie veel overcompensatie, ik zie vooral hun kleine kant.

Ik blijf me hogelijk verbazen dat iedereen zo makkelijk meegaat in de onvoorstelbare egotripperij, narcisme in zijn puurste vorm. Of eigenlijk verbaast het me ook niks. Wat ik dagelijks binnen mijn spreekkamer zie kan op het wereldtoneel identiek worden waargenomen, in het groot, of eigenlijk net zo klein.

Het is te triest voor woorden. En iedereen doet er aan mee. Jammer dat ook Heidi zich ervoor leent. Ik weet niet waarom, maar zo voel ik dat.

vrijdag 5 december 2025

Vertelselboek

 

Mijn moeder is overleden. Voor het eerst ga ik de feestdagen in zonder haar warme aanwezigheid.

Zoekend naar fotoboeken op haar zolder stuit ik op een voorleesboek, “Mijn liefste vertelselboek”, waaruit ik meer dan zestig jaar geleden door haar werd voorgelezen. Op de allereerste pagina zie ik een tekening van Sint en Piet. Van eigen hand. Ik zie het boek van Sinterklaas, de zak, de televisie met antenne voor het vensterraam van de doorzonwoning waar we toen woonden. Er is een stoomboot op.

“Wat een mooie tekening”, zal mijn moeder gezegd hebben, “wat kun jij al goed tekenen”. Dat is wat je als kind wil horen. Kinderen willen dat hun moeder trots op ze is. Vooral moeders denk ik. Maar nu is ze er niet meer. Ik zal moeten leren een beetje trots te zijn op mezelf, denk ik. 

“Mooie tekening”, hoor ik mezelf zeggen. 

En toch mis ik mijn moeder.

woensdag 3 december 2025

Samen op de bank

 
Peter Ilsted, 1907


Ik ben niet bang voor de dood, zei ons mam,
Zo gaat gewoon het leven, zei ons mam,
Ik denk dat ik het goed gedaan heb, zei ons mam,
Ik zou niet weten wat ik nog moest zeggen, zei ons mam,
Het is goed geweest, zei ons mam,
Het is goed geweest.

En ik zei niks. 

Zo zaten we samen op de bank.


maandag 1 december 2025

Niet meer te zijn


Henri le Sidaner, “De stenen tafel in de schemering”, z.j. (ca. 1910)

Zonder tegenwind,
Zonder tegenslag,
Zelden begrepen,
Hoe het zou zijn,
Enkel te wezen,
Niets willen,
Niets denken,
Helemaal niet meer te zijn.



vrijdag 28 november 2025

Overleefd

 
Emile Claus, “Meisje aan de Leie”, 1892

Ik citeer uit “De Radetzkymars. Carl Joseph von Trotta is gesneuveld bij het begin van de Eerste Wereldoorlog. Roth beschrijft aan het einde van de roman hoe deze gebeurtenis zijn oude vader, Franz, tot een gebroken man heeft gemaakt:
"Luitenant Carl Joseph von Trotta was allang vergaan of opgevreten door de raven, die toen boven de dodelijke spoordijken cirkelden, maar voor de oude heer Franz von Trotta was het nog altijd of hij het doodsbericht pas gisteren had ontvangen. Het overlijdensbericht zat in de borstzak van het districtshoofd, elke dag werd hij gelezen en in zijn verschrikkelijke versheid geconserveerd, zoals een grafheuvel wordt onderhouden door zorgzame handen. Wat gingen de oude heer Von Trotta de honderdduizend nieuwe doden aan die zijn zoon intussen waren opgevolgd? Wat gingen hem de gejaagde en verwarde verordeningen van de overheid aan die week op week hem bereikten? En wat ging hem de ondergang van de wereld aan, die hij nog duidelijker zag komen dan ooit de profetische Chojniki? Zijn zoon was dood. Zijn taak was ten einde. Zijn wereld was ten onder gegaan."

Ik heb mijn ouders overleefd. Zo hoort het in dit leven. Mijn taak is volbracht. Het is goed zo.

dinsdag 25 november 2025

Gezuiverd door de regen

 
Zegel op het nog ongeopende graf van Toetanchamon,
1922, kort voordat Howard Carter het verbrak

Gezuiverd door de regen,
Door de donker, de sterren, de maan,
Door de ruimte tussen bladzij en regel,
Door de kier van het krakende raam,
Door de wankele stand van de kegel,
Door gestorvenen zonder een naam,
Door de barst in de muur en de tegel,
Door de deur die heeft opengestaan,
Door de breuk in het eeuwige zegel,
Door het zijn van ons nieuwe bestaan,
Komt de kou je van verre al tegen,
Heeft de regen wat anders gedaan,

Gezuiverd door de regen,
Voor het langer en ver vergeten leed,
Voor zo vele tot stof vergane kruizen,
Voor degene die in stilte wat vergeet,
Voor wie wind in de wilgen doet ruisen,
Voor wie rust in het dal van de sleet,
Voor de man die er niet in kan huizen,
Voor de vrouw die reeds alles al weet,
Voor vergeten verzegelde kluizen,
Tot het vast in verleden vergleed,
Hoort het in het voorbij te vergruizen,
Gezuiverd als geen regen ooit deed,

Gezuiverd door de regen,
In de tombe van het eeuwige zijn,
In de diepten van duistere wegen,
In de scheuren van afscheid en pijn,
In de rust van geloof, hoop en zegen,
In de scheidslijn van mijn en het dijn,
In een wereld van boosheid tot tegen,
In de verandering tot het verdwijnt,
In de broden die dubbel-veel wegen,
In de vijfde - zes - zevende lijn,
Is het wonder de waarheid ontstegen,
Gezuiverd van regen tot wijn.

zaterdag 22 november 2025

I can’t explain, so much pain

 


Ik luister naar John Lennon, wat altijd therapeutisch werkt, en het groeft als een cirkel door mijn hoofd:

My mummy's dead
I can't get it through my head
Cause it's been so many years
My mummy's dead
I can't explain
So much pain
I can never show it
My mummy's dead

Mijn mama is dood
Ik kan het maar niet bevatten
Omdat het zoveel jaren zijn
Mijn mama is dood
Ik vind geen woorden 
Zoveel pijn
Die ik nooit ga kunnen tonen
Mijn mama is dood


vrijdag 21 november 2025

American Dream

 

Sal Veder (1926), thuiskomst van krijgsgevangenen, Luchtvaartbasis Travis, Californië, 1973.

De Amerikaanse oud-militair Robert Stirm is op 92-jarige leeftijd overleden, lees ik op NOS.nl.


Stirm werd in 1967 neergeschoten bij een bombardement op Vietnam en werd vastgezet in het Hanoi Hilton, de cynische bijnaam voor het meedogenloze detentiecentrum voor Amerikaanse krijgsgevangenen. Hij werd er mishandeld en gemarteld. Zes jaar later, in maart 1973, was hij een van de 591 krijgsgevangenen die werden vrijgelaten na de Parijse vredesakkoorden, waarin de VS afspraken maakte over het einde van de oorlog. Hij kwam met een groep van twintig lotgenoten aan op de luchtmachtbasis in Travis in Californië, waar hun gezinnen wachtten op hereniging.


Stirm had gemengde gevoelens bij de foto. Hij had bij zijn vrijlating in Vietnam een gevreesde Dear John-brief gekregen, waarin zijn vrouw Loretta, die het met andere mannen hield tijdens zijn gevangenschap, aankondigde te willen scheiden. "Bob, je weet toch ook dat we het samen niet zullen redden. Waarom ongelukkig zijn als je er iets aan kan doen? Het leven is daar te kort voor", schreef ze. De hereniging liep uit op een vechtscheiding, waarin zijn vrouw de jongste twee kinderen kreeg toegewezen, hun huis en een deel van zijn pensioen.


Voor de Amerikanen maakt het allemaal niet uit. De foto staat voor iets groters. Iets groters dat nooit zal bestaan. De Amerikaanse droom bestaat alleen als abstractie, nooit op individueel niveau. Zoals alle collectieve dromen. Reden om nooit een leider te volgen, denk ik dan. Reden om altijd je eigen gelukt te blijven zoeken. Wat ook weer niet waar is, niet fair liever, want dan zou ik Loretta misschien wel gelijk geven. Misschien moeten we gewoon blijven dromen in de wetenschap van het bedrog. Zonder dromen geen geluk.


Mooie foto. Foto van geluk. Het raakt me toch!


donderdag 20 november 2025

Droevige dag

 
Doe Proctor, “Het gouden meisje”, 1930



Vandaag is een droevige dag,
Een enkele dag,
De eeuwigheid door,
Vandaag is een droevige dag.


dinsdag 18 november 2025

De houthakkersdochter

 
John Everett Millais, studie uit 1849 voor “The Woodman’s Daughter”, 1851;
De vader kijkt bezorgt toe.

Ik lees nu pas dat Ike Cialona-Janszen eerder dit jaar is overleden, literair vertaalster, schoonmoeder van Robert ten Brink naar ik me herinner, 90 jaar oud. Ze houden mij maar slecht op de hoogte.

Ike Cialona vertaalde vaak verouderde gedichten en goot ze meteen in een nieuw jasje, waardoor ze voor de huidige tijd beter werden dan het origineel. Dat is de kunst van vertalen. Dat is het voordeel van hertalen.

Ike Cialona vertaalde op bewonderingswaardige wijze Coventry Patmore’s gedicht “The Woodman’s Daughter” uit 1844, over de kalverliefde tussen een houthakkersdochter en de zoon van een landheer, waarvan uiteindelijk geen sprake kon zijn, met een dramatische afloop tot gevolg. Als eerbetoon aan Ike kies ik voor een de scène waarop John Everett Millais in 1851 zijn gelijknamige schilderij baseerde:

Originele Engelstalige tekst
She fancied and he felt she help'd;
And, whilst he hack'd and saw'd,
The rich Squire's son, a young boy then,
Whole mornings, as if awed,
Stood silent by, and gazed in turn,
At Gerald and on Maud.
And sometimes, in a sullen tone,
He offer'd fruits, and she
Received them always with an air,
So unreserved and free,
That shame-faced distance soon became,
Familiarity. 
Nederlandse vertaling door Ike Cialona, 2008
Ze hielp gewoon haar vader
Bij het hakken van het hout,
Maar elke ochtend kwam de zoon
des landheers naar het woud,
En keek terzijde, urenlang,
Naar Gerald en naar Maud.
En bood hij haar op stuurse toon
Wat fruit, van tijd tot tijd,
Dan nam zij die geschenken aan
met ongedwongenheid,
Zo groeide allengs tussen hen
Familiariteit.


maandag 17 november 2025

Wie ben ik?

 
Jean-Michel Brasquiat, “Vogel op het geld”, 1981, kunst onder invloed

Een sympathieke Nederlander, Bas Bloem, kreeg een belangrijke prijs voor onderzoek naar Parkinson. Hij mocht bij Jinek in het praatprogramma. Daar vertelde hij dat het toedienen van dopamine aan mensen met Parkinson ervoor kon zorgen dat individuen die eerder nooit enige interesse in kunst hadden getoond konden veranderen in getalenteerde kunstenaars. De vraag of de dopamine verborgen talen had blootgelegd of dat het kunstenaarschap chemisch gecreëerd was liet hij onbeantwoord.

Ik ben blij voor mensen met Parkinson dat er steeds betere medicatie komt. Oprecht. En toch werd ik een beetje verdrietig van het item. Wat is creativiteit nog waard als je het met een pilletje kunt beïnvloeden. Als je mensen kunt maken tot wie ze willen zijn, wie ben je dan nog zelf? Ik zie het ook in de psychiatrie. Niemand vraagt meer of dit is wat we willen. Ieder onderzoek begint wel met een positieve reden. Maar wie vraagt nog om legitimatie. Mij wordt niks gevraagd. Laat mij ook maar met rust!

zondag 16 november 2025

Blijven dromen

 
Herman Richer, “De lente”, 1909, 147x48,5 cm,
olie op linnen, privé  collectie 

Nog eentje van Herman Richer, omdat die niet het bij mijn blog van gisteren paste. En omdat ik deze misschien wel het mooiste vind. Vanwege de romantiek denk ik. Ik ben een romanticus.

Wat is dat toch, dat ik een ‘rückenansicht’ vaak het mooiste vind? Misschien is het wel om de teleurstelling te ontlopen. Je moet altijd blijven dromen zeg ik tegen mijn cliënten, altijd blijven hopen. Dat is het enige wat ons op de been houdt.

En zo past het toch weer een beetje bij mijn eerdere blog.

zaterdag 15 november 2025

Belgische schonen


Herman Richer, “Zwart en wit; in de luwte van de schaduw”, 1910, 
200x108,5 cm, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van België, Brussel  

Herman Jean Joseph Richer (1866-1942) was een gerenommeerd Belgisch portretschilder die zijn opdrachtgevers vooral vond in de hogere kringen uit de omgeving van Brussel, tot aan de koninklijke familie toe. Hij maakte vooral vrouwportretten. De meesten bevinden zich in privé collecties.

Met mijn vrienden had ik lang geleden ooit een discussie over de vraag uit welk land de mooiste vrouwen komen. Dat was lastig, kwestie van smaak, daar kwamen we niet goed uit. Over de minst mooie vrouwen waren we het sneller eens. Polen werd genoemd, maar ook België. Hoewel er heel veel uitzonderingen zijn natuurlijk.

Als ik naar de vrouwportretten van Richer kijk zie ik er steeds iets Belgisch in. Niet dat zijn modellen niet mooi zijn, zeker niet, maar toch ook iets Belgisch dus, wat enigszins onbehaaglijke associaties oproept uit mijn jeugd, iets dat ergens afbreuk doet aan de schoonheid. Kan natuurlijk aan die associaties liggen. Vraag blijft of het ook afbreuk doet aan het kunstenaarschap van Richer. Die kon er uiteindelijk weinig aan doen.























donderdag 13 november 2025

Zonder context

 
Charles Frederic Ulrich, “Portret van een jongedame”, 1903, 56x44,5 cm, privé collectie 

Charles Frederic Ulrich (1858-1908) was een Amerikaans kunstschilder die eind negentiende eeuw naar Europa reisden om hun kunststudies te voltooien en inspiratie op te doen. In 1884 bracht hem dat naar Haarlem, samen met zijn minder getalenteerde vriend Robert Frederick Blum. Op Wikipedia beschreef ik “De stadsdrukkerij, Haarlem, Holland”, een genrewerk waarbij het fijn is om wat achtergrondinformatie te hebben.

Ulrich schilderde meer werken die zich met het beste uit zijn tijd laten meten. Zijn estheticistische “Portret van een jongedame” uit 1903 doet niet onder voor portretten van grotere namen uit die tijd, als John Singer-Sargent en James MacNeill Whistler. Intimiteit en afstandelijkheid gaan hand in hand. Niemand weet waar ze met haar gedachten zit. Ik heb een hele poos gezocht naar wat achtergrond-informatie over het model, maar kon niks vinden. Maar soms is context verder niet zo nodig. 

Gewoon omdat het zo mooi is. Perfect welhaast.


dinsdag 11 november 2025

Twee biografieën

 


                                             Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten,
                                             En zit in 't binnenst van mijn ziel ten troon
                                             Over mij-zelf en 't al, naar rijks-geboôn
                                             Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten. -

                                             En als een heir van donker-wilde machten
                                             Joelt aan mij op, en valt terug, gevloôn
                                             Voor 't heffen van mijn hand en heldre kroon:
                                             Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten.

                                             Willem Kloos, Verzen, 1894


Nu heb ik twee biografieën over Kloos, niet omdat ik zijn gedichten zo graag lees, maar omdat ik vanaf mijn adolescentie voelde: ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten. Een beetje althans, met de jaen wat minder, maar toch.

Ik houd van stijl, mooischrijverij, lyriek, poëzie, l’art pour l’art. Bart Slijper heeft dat goed begrepen. Zo schrijf je een boek over Kloos, vanaf de eerste alinea:

Het zijn donkere jaren, trage uren, eindeloze dagen en Willem zit daar maar aan tafel in een boek te lezen - een stichtelijk boek, het maakt niet uit wat voor een boek. Bij hem in de kamer een vrouw en een jongen die acht jaar ouder is dan hij. Hij houdt zich doodstil in het hem vijandige huis, ‘ ‘t koele, harde huis, dat leek op een dichte kist’. Willem mag niets zeggen, tenminste niet meer dan een paar woorden en alleen als hem wat gevraagd wordt. Door de jaren heen is hij stil geslagen”.

Een biografie die zo begint wil je twee keer lezen. Zeker als psycholoog. En dus heb ik nu twee biografieën over Kloos. Wie weet waar het nog toe leidt. Misschien schrijf ik zelf nog ooit de derde, bij mogelijk nieuwe inzichten. Zo lees ik twee biografieën. Ik kan niet anders.