Labels

zondag 14 december 2025

Krachtige armzaligheid

 
Paul Cézanne, “De kaartspelers”, 1893-1896, 47,5 x 57 cm, Musée d’Orsay

Nog een keer Rilke over Cézanne, Parijs, maandag 7 oktober 1907. Omdat hij altijd weer wat weet toe te voegen aan een beschrijving op Wikipedia:

Ik was weer in de Salon d’Automne vanochtend. Meier-Graefe was weer bij de Cézanne’s te vinden. Graf Kessler was er ook en zei nu veel mooie en oprechte dingen over het nieuwe ‘Buch der Bilder’, dat hij en Hofmannsthal om beurten aan elkaar voorgelezen hadden. Dat gebeurde allemaal in de Cézanne-zaal, die je direct weer voor zich opeist met haar krachtige beelden. Je weet dat ik bij tentoonstellingen de mensen die rondlopen altijd veel merkwaardiger vind dan de schilderijen. Dat is ook het geval in deze Salon d’Automne, met uitzondering van de Cézanne-zaal. Daar is alle werkelijkheid aan zijn kant: bij dat dicht gewatteerde blauw van hem, bij zijn rood en schaduwloos groen en het raadselachtige zwart van zijn wijnflessen. Van wat een armzaligheid zijn ook bij hem alle voorwerpen: de appels zijn allemaal stoofappels, en de wijnflessen horen thuis in ronde slobberende oude jaszakken. Het ga je goed.

Rilke wilde iets kwijt over het wezen van de kunst en koos en de inzichten die hij daarover verwierf tijdens de Cézanne-tentoonstelling. Hij koos ervoor dat te verwoorden in briefvorm, omdat het klassieke essay hem onvoldoende mogelijkheden bood zijn subjectieve beleving goed te uit te drukken. Op Wikipedia lukt dat ook niet. Daarom denk ik dat ik beter af ben met een blog. En lezers uiteindelijk ook.


“Fruit”, 1881