Ik heb “Thérèse Raquin” gelezen, van Zola, in een recente vertaling van Jelle Noorman. Voor wie nog Zola leest tegenwoordig.
Het boek nodigt niet uit om weer eens aan het hele oeuvre van Zola te beginnen, maar is vooral interessant vanwege de treffende beschrijving van PTSS avant-garde la lettre. De nachtmerries na de moord, de voortdurende triggers. Laurent die als moordenaar van zijn vermogende rivaal alleen nog maar diens gezicht ziet in de portretten die hij schildert. De psychologie was al begonnen ruim voor Freud.
Ook andere verwante psychologische aspecten komen aan de orde, zoals die van de ledigheid:
Ook Laurent leidde een afschuwelijk bestaan. Decdagen duurden ondraaglijk lang en brachten steeds weer dezelfde ellende, dezelfde loodzware verveling, die hem met een verpletterende eentonigheid en regelmaat op vaste tijden overviel. Hij sleepte zich door zijn leven voort, elke avond even verbijsterd bij de herinnering aan de voorbije dag en het vooruitzicht van de volgende. Hij wist dat voortaan alle dagen op elkaar zouden lijken en telkens met dezelfde kwellingen gepaard zouden gaan. En hij overzag de weken, maanden, jaren die hem te wachten stonden, een donkere onafwendbare stoet die hem onder de voet liep en hem geleidelijk verstikte. Wanneer de toekomst hopeloos is krijgt het heden een weerzinwekkende smaak. Laurent was niet langer opstandig. Hij gaf zich over aan het niets dat al bezig was zijn hele wezen op te slokken. Zijn ledigheid was dodelijk. ‘s Morgens ging hij van huis zonder te weten waar hij heen moest, al misselijk bij de gedachte te moeten doen wat hij de vorige dag had gedaan en desondanks gedwongen hetzelfde opnieuw te doen. Door gewoonte of obsessie gedreven begaf hij zich naar zijn atelier. Dat vertrek met zijn grijze muren, van waaruit hij slechts een stukje van de hemel kon zien, vervulde hem van een diepe mistroostigheid. Hij strekte zich uit op de divan, liet zijn armen strak naar beneden hangen en verzonk in zijn beklemmende gedachten. Een penseel durfde hij al niet meer aan te raken. Hij had het nog een paar keer geprobeerd, maar telkens weer was het Camilles’s gezicht dat hem op het doek aangrijnsde. Om niet in waanzin te verzinken had hij tenslotte zijn verfdoos in een hoek gesmeten en besloten helemaal niets meer uit te voeren. Dit gedwongen nietsdoen viel hem ongelofelijk zwaar.
<…>
Soms herinnerde Laurent zich dat hij Camille had vermoord om niets meer te hoeven uitvoeren, en dan was hij stomverbaasd dat hij het zo zwaar te verduren had nu hij niets meer uitvoerde. Hij had zich wel willen dwingen gelukkig te zijn. Hij hield zich voor dat hij niet zo hoefde te lijden, dat hij juist de hoogste vorm van geluk had bereikt nu hij met zijn handen over elkaar kon blijven zitten, en dat hij wel gek moest zijn om niet in alle rust van zijn geluk te genieten. Maar deze argumenten veranderden niets aan de feiten. In zijn hart wist hij maar al te goed dat hij met nietsdoen zijn leiden alleen maar verergerde, omdat hij erdoor gedwongen werd op elk moment van zijn levensovertuiging zijn wanhoop te piekeren en steeds dieper in die ongeneeslijke wond te wroeten. De ledigheid, dat dierlijke bestaan waarvan hij gedroomd had, bleek zijn straf. Af en toe verlangde hij vurig naar een bezigheid om zijn zinnen te verzetten. Maar dan liet hij zich weer gaan, bezweek hij opnieuw onder het gewicht van het onverbiddelijke noodlot, dat hem in zijn kluisters sloeg om hem beter te kunnen verpletteren.
Treffende woorden, hoe lang geleden ook geschreven. Loslaten, bezig blijven. In de basis is ons vak niet zo ingewikkeld.
