Mijn moeder is dood en nu gaat het huis verkocht worden. Het huis moet leeg. We zijn druk aan het opruimen en van alles komt tevoorschijn.
Ik vind een zilveren lepeltje uit Utrecht. In de jaren vijftig gingen mijn ouders vaak op fietsvakantie. Overal woonde wel iemand waar ze konden logeren. Blijkbaar waren ze ook in Utrecht. Midden jaren vijftig moet het zijn geweest. Altijd nam mijn moeder een souveniertje mee.
Ik herken het lepeltje nog van toen ik klein was. Mijn hele leven lang lag het in de keukenla. En het lag er nog. Er waren meer van dit soort zilveren lepeltjes, maar dit is het enige dat niet verloren is gegaan. Mijn jongste zoon woont in Utrecht en neemt het mee, terug zou je kunnen zeggen. Elke cirkel komt een keer rond. Bij het einde keert alles terug.
