Labels

dinsdag 27 januari 2026

Der Tod und das Mädchen

 
A.J. Groenewegen, “Der Tod und das Mädchen”, z.j. (ca. 1898)

In de jaren tachtig was ik journalistiek actief, lang ook naast mijn studie. In 1984 interviewde ik de Budelse schilder Hub van Winkel (1912-2004, vooral over zijn leermeester Adriaan Groenewegen, over wie ik al eerder schreef.

Voor mij was het een nieuwe ervaring. Het huis van Van Winkel hing vol met schilderijen, allemaal met koeien, diverse ook van Groenewegen, die hij me met trots liet zien. In de hoek bij de deur hing bovenstaand schilderij van Groenewegen, dat ik nooit heb vergeten. 
Een allegorisch memento mori-werk, meisje voor een spiegel, dat suggereert 
dat de uiterlijke schoonheid van de vrouw slechts een tijdelijke verschijning is en het skelet haar uiteindelijke sterfelijke vorm. Voor mij toen al het mooiste werk eruit. Van Winkel was er bijzonder trots op, vooral ook omdat Groenewegen er zelf altijd zo trots op is geweest, zei hij. Het was het meesterstuk uit zijn academietijd. Tot op het laatst is het in zijn bezit gebleven. Hij had het voorbestemd voor Van Winkel.

Intussen is ook Van Winkel dood en het schilderij is zonder verhaal gaan zwerven. Bij Tussen Kunst en Kitsch verschenen twee mensen, musici, die het op Marktplaats hadden gekocht, zonder te weten van wie het was. Ik herkende het meteen, zag het weer hangen bij Van Winkel. Kleine troost dat het bij die musici op zijn plek lijkt, ze koppelden het aan Schubert’s “Der Tod und das Mädchen”, wat weer mooi was, maar bij mij had het wellicht nog beter gepast. Dan had er weer een cirkeltje rond gekomen in mijn leven.

De taxateur van tussen Kunst en  Kitsch schatte het op 1500 euro. Misschien komt het nog een terug op Marktplaats.