De AI-modus van Google geeft op mijn vraag wat de link is tussen Nescio en David Cornelis Roëll:
De link tussen Nescio en
jonkheer David Cornelis Roëll (1894–1961) ligt in hun gezamenlijke vriendenkring, waarbij Roëll vaak wordt genoemd als een van de figuren uit de omgeving van de schrijver.Hoewel de personages in Titaantjes primair gebaseerd zijn op leden van de vriendenclub 'Tames' (opgericht rond 1900), was Roëll een belangrijke tijdgenoot en vriend van Nescio (Frits Grönloh) in latere jaren.
De belangrijkste punten van hun connectie zijn:
- Vriendschap: Roëll, die later een vooraanstaand museumdirecteur werd (onder andere van het Rijksmuseum), behoorde tot de intellectuele en artistieke kring waarin Grönloh zich begaf.
- Correspondentie: Er is correspondentie bewaard gebleven tussen Nescio en Roëll, die inzicht geeft in hun persoonlijke band en gedeelde interesses in kunst en literatuur.
- Geen direct model voor de hoofdpersonages: In tegenstelling tot figuren als Jopie Breemer (Japi) of Jacob Bendien (Bavink), wordt Roëll doorgaans niet aangewezen als het directe model voor een van de vijf oorspronkelijke 'titaantjes' (Bekker, Bavink, Hoyer, Ploeger, Koekebakker). Hij was aanzienlijk jonger dan de leden van de oorspronkelijke Tames-groep waarop het boek uit 1915 is gebaseerd.
- Kortenhoef: In zijn studentenjaren, rond 1916, verbleef Roëll vaak bij de familie van de schilder Gerard Hordijk. Hij verbleef dan op een woonboot in de Kortenhoefse Plassen, wat zijn interesse in kunst en landschap verder stimuleerde. Ook Nescio maakte in die periode vaak fietstochten naar Kortenhoef.
De informatie is volgens AI gebaseerd op het Nescio-archief en correspondentie tussen Roëll en Grönloh, waar ik niet bij kan, welke ik niet kan verifiëren.
Maar volgens AI waren vermoedens dus juist, zo lijkt het. Roëll en Gröhnloh waren bekenden, Roëll was een der eersten die in 1918 de eerste verhalenbundel van Nescio / Grönloh kocht en een van diens eerste bewonderaars.
Onderbouwing voor mijn vermoeden dat Roëll deels model heeft gestaan voor Hoyer en misschien zelfs voor het scepticisme van Bavink heeft AI mij niet kunnen leveren.
Bavink zei tegen Koekebakker: “Je schildert twee horizontale banen, onder elkaar, even breed, een blauwe en een goudgele en in ‘t midden van die blauwe baan maak je een ronde goudgele vlek. En dan zetten we in de catalogus: No. 666 De Gedachte (…) en we prijzen ‘t voor 800 NFL. Je zult eens zien wat ze er in ontdekken. Van alles, waar je zelf nooit een flauw benul van gehad hebt”.
Ik hoor daar nog steeds Roëll in. Zou zomaar in een van zijn brieven aan Grönloh hebben gestaan, ware het niet dat AI zegt dat Nescio en Roëll elkaar pas rond 1916 leerden kennen en Titaantjes in 1915 al verscheen in Groot Nederland. Niet alles kunnen we via AI aan elkaar breien. Of AI breit het wel verkeerd aan elkaar.
Misschien klopt er ook wel allemaal niks van. Maar naam en jaartal blijven staan.

