Labels

zaterdag 24 januari 2026

Fietsvakanties en Sinterklaasgedichten




Bij het opruimen van de spullen van mijn overleden moeder stuit ik op een grote doos met herinneringen aan fietsvakanties met mijn vader, van voor hun trouwen, zo’n beetje van 1954 tot 1958. Prentbriefkaarten, entreekaarten, suikerzakjes, allemaal verzameld en ingeplakt in meerdere schriftjes. Foto’s zaten in een ander album, die kende ik al.

Ik vind schoolrapporten, een MULO-diploma, Sinterklaasgedichten. Ik lees er een van mijn moeder, die een trui had gebreid. In mijn hoofd hoor ik het mijn vader hardop voorlezen. En mijn moeder verlegen lachend, zoals dat past op die leeftijd. Twintig of zo. Een mooie leeftijd, een tijd van verwachting. Alles zou beter nog worden. Dat moet het gevoel zijn geweest. Een gevoel dat wat verdwenen lijkt.

Er is weinig wat beklijft, dat is wat ik nu voel. Alles snelt voorbij. Ik kijk naar de foto van mijn ouders op de fiets en voel me een beetje tussen twee werelden. Wie schrijft nog met de hand? Wie spaart er nog suikerzakjes? Toch maar wat bewaren dan? Er spreekt liefde uit die niemand meer voelt, behalve ik misschien. Als ik er ooit niet meer ben mag het weg. Laten we dat afspreken.