Ik schuif richting mijn pensioen en verheug me nu al op de zee aan vrije tijd die ik ga krijgen, niettegenstaande dat ik twee dagen per week blijf werken. Ik verheugd me vooral op de hoeveelheid leestijd en op de dikke boeken waar ik nu eindelijk tijd voor ga krijgen. Ik heb Prousts “Op zoek naar de verleden tijd” recent verworven in een gebonden uitgave waar ik eerder nier verder ben gekomen dan deel 1, afgelopen week schafte ik de zeven delen van Voskuils ‘Het bureau” aan, die ik al bezit en zo’n vijftien zestien jaar geleden samen met de voorafgaande werken heb gelezen. Zevenduizend bladzijden, meer als een half jaar heb ik erover gedaan. Nu ga ik meer tijd krijgen.
Ik ben een trage lezer en ik houd van dikke boeken. Dat is een moeilijke combinatie als je fulltime werkt, en ook nog een ander leven hebt. Maar een geschikte voor het pensioen.
Ik ben een trage lezer. Voor schrijvers die traag schrijven een dankbare lezer. De enige juiste manier. Soms is het leven tekort, een gedachte die pas bij me op kwam bij het wat herschikken van mijn bibliotheek. Er is teveel om te lezen, steeds meer om te herlezen. Ik ga het niet redden denk ik maar ben blij met wat ik mij kan pikken.
In dat soort gedachten zoek ik troost.
