Labels

woensdag 14 januari 2026

Op een snijvlak

 
Foto Emile Savitry

Dus kom op lieve vrienden, 
                 ben niet bang,

Ben wie je bent, 
                en wie je bent
                           in liefde geraakt

We zijn zo wuft op deze wereld
          op het snijvlak
                                van twijfel en schijnen,

Het is uit liefde
                           dat we zijn gemaakt

In liefde 
                            zullen we verdwijnen


(deels en vrij naar Leonard Cohen)

maandag 12 januari 2026

Complimentjes

 


Voor ik psychologie studeerde bezocht ik een ondrwijzersopleiding. Daar kreeg ik les in handvaardigheid en kreeg van de docent complimenten over mijn klei-werkjes. Tegen de groep zei hij een keer dat ik dat goed in mijn vingers had: “Een paar keer kneden en de basisvorm zit er direct al in”. Dat compliment heb ik altijd onthouden.

Over een poosje ga ik met pensioen en soms denk ik over een nieuwe hobby. Ik denk ook wel eens aan beeldhouwen, wellicht vanwege het compliment. Maar waar laat ik de hele rommel, denk ik dan, mijn boeken nemen al zoveel ruimte in. Toch maar een boek schrijven, lijkt me. Of pianospelen.

De school werkstukjes nam ik indertijd mee naar huis. Ik had er niet zoveel mee, maar mijn moeder was ook complimenteus, zette ze op plekjes in huis. Nu bijna een halve eeuw later is ze overleden en bij het opruimen van de boedel komen ze weer boven water. Eentje stond onopvallend in de keuken, een ander op de logeerkamer. Een staande figuur die ik me ook nog herinner heb ik niet meer gevonden. Ik weet niet goed wat ik er mee moet. Ik heb er nog steeds niet zoveel mee, maar vind het toch aandoenlijk dat mijn moeder ze al die tijd bewaard heeft. Ik maak er in elk geval maar een paar foto’s s van. En een herinnering in dit blog. Dan blijft er sowieso iets van behouden.




zondag 11 januari 2026

Souveniertje

 


Mijn moeder is dood en nu gaat het huis verkocht worden. Het huis moet leeg. We zijn druk aan het opruimen en van alles komt tevoorschijn.

Ik vind een zilveren lepeltje uit Utrecht. In de jaren vijftig gingen mijn ouders vaak op fietsvakantie. Overal woonde wel iemand waar ze konden logeren. Blijkbaar waren ze ook in Utrecht. Midden jaren vijftig moet het zijn geweest. Altijd nam mijn moeder een souveniertje mee.

Ik herken het lepeltje nog van toen ik klein was. Mijn hele leven lang lag het in de keukenla. En het lag er nog. Er waren meer van dit soort zilveren lepeltjes, maar dit is het enige dat niet verloren is gegaan. Mijn jongste zoon woont in Utrecht en neemt het mee, terug zou je kunnen zeggen. Elke cirkel komt een keer rond. Bij het einde keert alles terug.

vrijdag 9 januari 2026

Wie is wie?




Twee portretten van de in 1942 te Auschwitz overleden Haagse kunstschilder Abraham Fresco, wiens lemma ik schreef op Wikipedia. Het rechter portret is eigendom van het Joods Kultureel Kwartier te Amsterdam en wordt aangeduid als “Portret van Dé-tje”, geschilderd in 1940. Deborah Engelsman was de vrouw van Fresco, eveneens overleden te Auschwitz in 1940, net als hun dochtertje Marga, geboren in 1929, een jaar na het huwelijk tussen Fresco en Engelsman.

Het linker portret van Fresco werd kwam 2025 onder de hamer bij het Zeeuws Veilinghuis onder de titel “Portret van Deborah Fresco”, zonder datum, aangeboden door een ver familielid van de schilder. Het portret werd voor 3400 euro verworven door mevrouw Seline Hofker, die met overtuiging via de media meldde dat het niet ging om Deborah, maar om haar grootmoeder Mary Georgette Geisenhainer, die rond 1937 volgens haar geposeerd zou hebben voor Fresco. “Ik keek recht in de ogen van mijn grootmoeder”, liet ze opkomen. Ze onderbouwde haar bewering door onderstaande foto van haar om te laten plaatsen naast het door Fresco geschilderde portret.




Zegt u het maar! De gelijkenis tussen beide portretten lijkt net zo onmiskenbaar als die tussen de foto en het portret dat volgens Hofker van Mary Georgette Geisenhainer zou zijn. Een sterk gelijkende dame komt ook nog eens terug op een aankondiging van een Fresco-tentoonstelling in Den Haag, de enige solo-tentoonstelling die hij ooit had. Seline Hofker heeft het in bezit en beweert dat ook dat portretje haar oma betreft, maar je zou ook kunnen denken dat Freaco zijn vrouw op de nkondiging zou willen laten prijken. Ook denk ik, als het door Hofker verworven portret altijd in bezit van een ver familielid van Fresco is gebleven, dit ook in de richting van Deborah zou kunnen wijzen. Van de nadere kent heeft Hofker natuurlijk ook een overtuigend verhaal, zeker ondersteund door de foto.

Eigenlijk moet het me natuurlijk ook niks kunnen schelen. Maar toch zou ik het ergens jammer vinden als het door Hofker zo zeker aan haar grootmoeder gelinkte portret toch van Deborah Engelsman zou zijn geweest, als hr nm en een mensenleven later toch nog vanaf getrokken zou worden. Ik weet niet goed waarom.



En wie zou dit dan zijn hieronder? Zelfde kapsel, ook gesigneerd door Fresco.




donderdag 8 januari 2026

Draden langs enkel leven

 
Albert Guillaume, “Theetijd”, ca. 1910

Draden voorbij het ongeloof
                               en de nooit ervaren bevrijding,
Voorbij verloren Godsgeloof
                                en te traag gekomen tijding,
  Draden langs een enkel leven,
                                   samengetrokken na spreiding,
     Draden die me vaag verbinden
                                   voorbij de gedichte scheiding.


Jaren geleden was ik in Auschwitz. Ik liep langs hele gang met koffers achter een glazen afscheiding. Links in de hoek ligt een grote bruine met in koeienletters Karel van Gelderen erop gekalkt. Ik schreef er een blog over.

Op LinkedIn zie ik af en toe wie mijn pagina heeft bezocht. Corien Glaudimans, historica, ik zag waar ze mee bezig was en meteen ging er een lichtje branden. Er ontspon zich een ultrakort gesprekje.

Ik: Dag Corien. Volgens mij linken wij via Karel van Gelderen. We kennen elkaar verder niet maar toch leuk en bijzonder dat zoiets zoveel jaren later kan gebeuren. Fijne dag gewenst.

Corien: Beste Pim, Dat klopt. Ik schrok bij het zien van de foto van de koffer van Karel van Gelderen. Joop Lessing, de zwager van Karel van Gelderen, was mijn oom. Van mijn neven had ik al gehoord dat zijn koffer in Auschwitz was. Zelf ben ik adviseur van de Stichting Joods Erfgoed Den Haag en doe veel onderzoek en sinds enige jaren ook voor mijn neven Dio en Paul Lessing. Dank voor de reactie en hartelijke groet Corien Glaudemans

Zo houden we mensen toch nog een beetje in leven.
  • Corien Glaudemans sent the following message at 10:57 AView Corien’s profilCorien Glaude

dinsdag 6 januari 2026

Wegkijken

 


Mijn theorie is dat de mensheid steeds slechter wordt. Ik geloof, zo te zeggen, in een soort omgekeerde evolutie. De laatste man op aarde zal én een misdadiger én een krankzinnige zijn.

Nog een keer een citaat van Isaac Bashevis Singer. Uit “Vijanden: een liefdesroman”, dat ik net gelezen heb. Ik markeerde het citaat.

Het zijn de woorden van hoofdpersoon Herman, die aan de Holocaust ontkwam. Voor altijd op de vlucht. Misschien ben ik ook wel een beetje op de vlucht, en duik ik weg in mijn boeken, mijn gedachten. Iedereen is op de vlucht. En maar hopen dat het ons niet overvallen zal.

Trump ontvoerd Maduro, alsof we in een film zitten. Een film die nooit af is. Het wordt er niet beter op. Het zijn sombere tijden.

En zo varen we voort, schreef Scott Fitzgerald, schepen tegen de stroom op, onophoudelijk teruggevoerd naar het verleden.

maandag 5 januari 2026

Literatuurwetenschapper

 


AI kan van iedereen een literatuurwetenschapper maken.

De AI-modus van Google geeft op mijn vraag wat de link is tussen Nescio en David Cornelis Roëll:

De link tussen Nescio en 
jonkheer David Cornelis Roëll (1894–1961) ligt in hun gezamenlijke vriendenkring, waarbij Roëll vaak wordt genoemd als een van de figuren uit de omgeving van de schrijver.
Hoewel de personages in Titaantjes primair gebaseerd zijn op leden van de vriendenclub 'Tames' (opgericht rond 1900), was Roëll een belangrijke tijdgenoot en vriend van Nescio (Frits Grönloh) in latere jaren.
De belangrijkste punten van hun connectie zijn:
    • Vriendschap: Roëll, die later een vooraanstaand museumdirecteur werd (onder andere van het Rijksmuseum), behoorde tot de intellectuele en artistieke kring waarin Grönloh zich begaf.
    • Correspondentie: Er is correspondentie bewaard gebleven tussen Nescio en Roëll, die inzicht geeft in hun persoonlijke band en gedeelde interesses in kunst en literatuur.
    • Geen direct model voor de hoofdpersonages: In tegenstelling tot figuren als Jopie Breemer (Japi) of Jacob Bendien (Bavink), wordt Roëll doorgaans niet aangewezen als het directe model voor een van de vijf oorspronkelijke 'titaantjes' (Bekker, Bavink, Hoyer, Ploeger, Koekebakker). Hij was aanzienlijk jonger dan de leden van de oorspronkelijke Tames-groep waarop het boek uit 1915 is gebaseerd.
    • Kortenhoef: In zijn studentenjaren, rond 1916, verbleef Roëll vaak bij de familie van de schilder Gerard Hordijk. Hij verbleef dan op een woonboot in de Kortenhoefse Plassen, wat zijn interesse in kunst en landschap verder stimuleerde. Ook Nescio maakte in die periode vaak fietstochten naar Kortenhoef.
In de literatuurgeschiedenis wordt Roëll vooral vermeld als een bewonderaar en vriend die hielp het werk van Nescio onder de aandacht te houden bij een breder publiek van kunstliefhebbers.
De informatie is volgens AI gebaseerd op het Nescio-archief en correspondentie tussen Roëll en Grönloh, waar ik niet bij kan, welke ik niet kan verifiëren.
Maar volgens AI waren vermoedens dus juist, zo lijkt het. Roëll en Gröhnloh waren bekenden, Roëll was een der eersten die in 1918 de eerste verhalenbundel van Nescio / Grönloh kocht en een van diens eerste bewonderaars.

Onderbouwing voor mijn vermoeden dat Roëll deels model heeft gestaan voor Hoyer en misschien zelfs voor het scepticisme van Bavink heeft AI mij niet kunnen leveren. 

Bavink zei tegen Koekebakker: “Je schildert twee horizontale banen, onder elkaar, even breed, een blauwe en een goudgele en in ‘t midden van die blauwe baan maak je een ronde goudgele vlek. En dan zetten we in de catalogus: No. 666 De Gedachte (…) en we prijzen ‘t voor 800 NFL. Je zult eens zien wat ze er in ontdekken. Van alles, waar je zelf nooit een flauw benul van gehad hebt”.

Ik hoor daar nog steeds Roëll in. Zou zomaar in een van zijn brieven aan Grönloh hebben gestaan, ware het niet dat AI zegt dat Nescio en Roëll elkaar pas rond 1916 leerden kennen en Titaantjes in 1915 al verscheen in Groot Nederland. Niet alles kunnen we via AI aan elkaar breien. Of AI breit het wel verkeerd aan elkaar.

Misschien klopt er ook wel allemaal niks van. Maar naam en jaartal blijven staan.






zaterdag 3 januari 2026

Welbehaaglijkheid

 


Een kleine drie jaar geleden kocht ik een eerste druk van Nescio’s Dichtertje - De uitvreter - Titaantjes, uit 1918. in het hetzelfde jaar aangekocht door Jonkheer David Cornelis Roëll, goede bekende van de schrijver, later hoofddirecteur van het Stedelijk en daarna het Rijksmuseum. David Roëll die kort daarna naar Parijs trok om een dissertatie af te ronden, wat niet lukte, om vervolgens met vrienden een kunstreis door Italië te maken. Denkelijk heeft hij het boekje van meegehad op reis. Het heeft in elk geval veel te lijden gehad. Een eerste druk van Nescio leek me altijd het ultieme bezit, maar het exemplaar van Roëll dat ik bij toeval verworven had was in een dermate verlopen staat dat ik het nog niet helemaal kon voelen.

Na lang dralen heb ik het boekje nu in laten binden door Boekbinderij Phoenix, Philipp Janssen, huizende in Kamperland, waar ik meermaals een rode zon achter de einders zag verdwijnen. Vlakbij Veere, vanwaar Bavink ooit met Japi aan kwam zetten. Vanwaar Grönloh steeds zijn brieven schreef. Waar de zeelucht graaft, zoals ook ik het er voelde, al voor ik het in zijn brief had gelezen. 

“Eigenlijk wordt hier helemaal niet gedacht”, schreef hij: “Soms springen mij vanzelf de tranen in de ogen, zoo maar zonder dat ik ergens aan denk, enkel van de welbehagelijkheid."

Tja. Welbehagelijkheid. Een burgerlijk streven waar zelfs Titaantjes niet aan ontkomen. Net zo min als Grönloh zelf. Net zo min als ik. Nu kan ik het wél voelen, dankzij Philipp.

Ik denk ook weer even aan David Roëll. Die er ook niet aan ontkwam. Ik had hem willen vragen wanneer hij het boekje uit het oog heeft verloren. Het zou hem deugd hebben gedaan het zo weer terug te zien.










donderdag 1 januari 2026

Positief denken

 
“Promenade op het dek van de Titanic”, AI-plaatje, mooi beeld.


Oudejaarsavond. We spraken we over AI. Over kentering.

Nu nieuwjaarsdag. Ik kijk wat op de nieuwssites, maar vrolijk wordt ik er nog niet van. Zelfs de nieuwjaarsduik is afgelast.

Maar de dagen gaan weer lengen. Ik krijg weer zin in de lente, de zomer.

Laten we positief denken vandaag. De vooruitgang leunt zwaar op hoop en optimisme. Iedereen leunt zwaar op hoop en optimisme.

Niet bang zijn voor de ramp die nog niet is gebeurd. 

Alles komt goed. 

Voor wie dit leest, een heel voorspoedig en vooral gezond 2026 toegewenst. Alle goede wensen helpen!