Labels

zondag 25 oktober 2026

Af en toe

 


Soms heb je weinig tijd om te schrijven. Soms moet je zorgen dat je in het moment bent. In gezelschap is dat soms ook lastig, maar ook dan heb je weinig tijd.

Ik was in Italië en genoot van het landschap. Ik vraag me af of mensen die in zulke mooie oorden leven gelukkiger zijn dan mensen die het met het saaiere Hollandse landschap moeten doen. Waarschijnlijk niet. Ik ben weer in de bus op weg naar huis, zal weer blij thuis te zijn. Af en toe is voldoende.


donderdag 22 oktober 2026

Koorreis

 
Haralds Slot-Moller, “Uitzicht over het Gardameer bij Desenzano”, 48 x 63 cm., 1910

De Deense kunstschilder Harald Slott-Møller (1864-1937) maakte samen met zijn vrouw Agnes, ook kunstschilderes, gedurende zijn leven meerdere lange studiereizen door Italië. In 1910 verbleven ze een tijd aan het Gardameer. Dit interieur is ter plekke geschilderd vanuit hun hotelkamer in het Noord-Italiaanse plaatsje Desenzano del Garda. De vuurtoren (faro) op de achtergrond staat vandaag de dag nog steeds aan de haven van het stadje en is een bekend symbool.
Ik ben in Desenzano. Ik zing in een koor en we maken een koorreis. Wie denkt hier nu aan Harald Slott-Møller? Of überhaupt aan dit soort dingen. En toch maakt het zo’n reis mooier als je dit soort dingen weet. Ik kijk naar zijn schilderij en probeer an de hand van het uitzicht te lokaliseren waar hij met zijn Agnes gelogeerd moet hebben. Maar ik zeg niks tegen mijn kompanen. Die zouden er weinig van begrijpen. 

woensdag 21 oktober 2026

Nooit verdwenen




Nooit veranderd
Nooit verdwenen
Heeft het mij
Weer toegeschenen 


maandag 19 oktober 2026

Nooit veranderd

 
Brigitte Bardot, 1852


"Ik hoop dat zij zich niet zal neerleggen bij onbeduidendheid om populariteit te winnen. Ik hoop dat zij zal rijpen, maar niet zal veranderen."

Citaat van Simone de Beauvoir uit 1959. De Beauvoir zag Bardot door de bril van emancipatie: gelijkwaardig, lak aan conventies, niet alleen prooi maar ook jager. 

Voor mij is Brigitte nooit veranderd. Ook niet nu ze is verdwenen.

Soms zegt een foto genoeg. Maar dat wisten we al.

zondag 18 oktober 2026

Het geluk van Mucha


Gismonda, december 1894

Soms helpt het toeval ook een handje. Geluk, zo je wil.

Op 26 december 1894 belde de vermaarde toneelactrice Sarah Bernhardt naar Maurice de Brunhoff, directeur van Lemercier, het bedrijf dat haar theateraffiches drukte. Ze vroeg hem een nieuwe affiche te ontwerpen voor de hervatting van het toneelstuk Gismonda, dat op 31 oktober 1894 met veel succes in première was gegaan in het Parijse Théâtre de la Renaissance. Bernhardt stond erop dat het ontwerp uiterlijk op 1 januari 1895 gereed was. Door de feestdagen was echter geen van de vaste kunstenaars van Lemercier beschikbaar.

Het toeval wilde dat Mucha zich op dat moment bij de uitgeverij bevond om drukproeven te corrigeren. Hij had al eerder met Bernhardt gewerkt: in 1890 maakte hij voor Le Costume au Théâtre een reeks illustraties waarop zij als Cleopatra was afgebeeld. Toen Gismonda in oktober 1894 in première ging, gaf het tijdschrift Le Gaulois hem bovendien de opdracht een serie illustraties van Bernhardt in de titelrol te vervaardigen voor een speciale kerstbijlage. Deze verscheen met Kerstmis 1894 en werd verkocht voor de destijds aanzienlijke prijs van vijftig centimes per exemplaar.

De Brunhoff vroeg Mucha om in zeer korte tijd een nieuwe affiche voor Bernhardt te ontwerpen. Het resultaat was een monumentale afbeelding van ruim twee meter hoog, waarop de actrice staat afgebeeld in de kleding van een Byzantijnse edelvrouw. Ze draagt een hoofdtooi met orchideeën en een rijk versierde stola en houdt een palmtak vast, verwijzend naar de paasprocessie aan het einde van het toneelstuk. Een rijk gedecoreerde, regenboogvormige boog achter haar hoofd fungeerde als een soort van aureool en leidde de aandacht van de toeschouwer rechtstreeks naar haar gezicht. Het aureool-motief zou later een kenmerkend element worden van veel van Mucha's theateraffiches.

Mogelijk door tijdgebrek liet Mucha delen van de achtergrond oningevuld, zonder de uitbundige ornamentiek waarvoor hij later bekend zou worden. De affiche legde mede door deze noodgedwongen eenvoud een versterkte nadruk op de uiterst verfijnde lijnvoering en subtiele pastelkleuren, die sterk contrasteerden met de felle en drukke affiches die destijds gebruikelijk waren. Alleen het bovenste gedeelte, met de titel van het stuk, was rijk versierd en vormde een visueel tegenwicht voor het sobere onderste deel, waar de essentiële informatie tot een minimum was beperkt: slechts de naam van het theater werd vermeld.

Toen de affiche op 1 januari 1895 in de straten van Parijs verscheen, sprong ze er voor iedereen uit. Ook Bernhardt was verrukt. In 1895 en 1896 liet zij in totaal vierduizend exemplaren drukken. Ze bood Mucha een exclusief contract van zes jaar aan voor het maken van nieuwe affiches. Voor Mucha betekende het zijn grote doorbraak en ook financiële zekerheid die hem in staat stelde nieuwe wegen in te slaan.

Mucha ontwierp affiches voor vrijwel alle toneelproducties van Bernhard tussen 1895 tot en en 1900, te beginnen met een heropvoering van La Dame aux Camélias (1896), gevolgd door Lorenzaccio (1896), Medea (1898), La Tosca (1898) en Hamlet (1899). Vaak baseerde hij zijn ontwerpen op foto's van de actrice, zoals bij La Tosca. Naast affiches ontwierp hij ook theaterprogramma's, decors, kostuums en sieraden voor haar producties. Bernhardt, die over een scherp zakelijk instinct beschikte, hield van elke affiche een aantal exemplaren achter om deze later aan verzamelaars te verkopen.


La Primevère, 1899

La Tosca, 1898

Hamlet, 1899

Medee, 1898

Lorenzaccio, 1898

La Dame aug Camelia’s, 1896


donderdag 15 oktober 2026

Mooi bandje

 
Camille Pissarro, “Le parc aux Charettes, Pontoise”, 1878

Ik heb een dik boek aangeschaft van Romain Rolland, Nobelprijswinnaar voor de literatuur in 1915, van wie ik nog nooit iets heb gelezen: “Jean Christophe, deel 1 Dageraad”. Er is nog zoveel te ontdekken. Liefst 628 bladzijdes en dan volgen er nog twee delen.

Er is nog zoveel te ontdekken. En ik houd van dikke boeken, waar ik me helemaal in kan begraven, zeker als ik straks meer tijd heb. Een heel leven Jean-Christophe, die ik nu nog helemaal niet ken. Een nieuwe wereld, een wereld in een boek, wat ik nog steeds wonderbaarlijk kan vinden.

Toch heb ik getwijfeld of ik het zou aanschaffen want ik heb nog zoveel andere dikke boeken liggen om te ontdekken. Bijvoorbeeld “De Thibaults”, van Martin du Gard. Wat me over de streep trok is de omslag, met een schilderij van Camille Pissarro. Niet zijn beste schilderij, maar toch… Ook op de twee andere delen prijken werken van Pissarro. Prachtig. Ik blijk daar dus gevoelig voor. Veertig jaar geleden kocht ik veel beduimelde boeken in antiquariaten, maar die zijn bijna allemaal weg, veelal vervangen. Eén boek moet ook gewoon een mooi bandje zijn tegenwoordig. En een goede bibliotheek bevat veel mooie bandjes. Ik blijf zoeken naar schoonheid. Niet alleen in de inhoud. En daar vindt ik intussen niks mis meer mee.


Deel 2: “Boulevard de Montmartre”, 1902


Deel 3: Louvre, soleil d’hivers”, 1901

maandag 12 oktober 2026

Collage

 
Fernand Khnopff, “Memories”, 1889

Nog een schilderij van Fernand Khnopff: “Memories”, uit 1889, later ook wel “Memories of Lawntennis” genoemd. Zeven sterk op elkaar gelijkende dames zonder dat zij op enigerlei wijze met elkaar in verbinding staan. Zeven keer zijn zus Marguerite, met wie hij een merkwaardig sterke band had die al eerder aanzette to speculaties, een roman waardig.

In de jaren zestig van de vorige eeuw kwamen bij toeval een aantal merkwaardige elementen aan het licht die de ontstaansgeschiedenis van het werk belichten. In het Archief voor hedendaagse kunst te Brussel werden een aantal fotografische opnames van Khnopffs zuster terug gevonden genomen in Fosset, een gehucht in de Ardennen waar de familie Khnopff een zomerhuis had; foto’s van Marguerite in de verschillende houdingen der figuren die ook in deze voorstelling terugkomen, soms met racket, soms ook niet. In zijn atelier te Brussel voegde Fernand alles samen op basis van afzonderlijke studies. Een compilatie dus, zoals je dat tegenwoordig met AI zou doen. Wat is het verschil? Wat maakt het uit?

In 1886 schreef Fernand aan zijn vriend Emile Verhaeghen over George Seurat: “Zijn geduldige concentratie maakte hem elke dag los van het toevallige en het feitelijke. Het geobserveerde detail, de levendig en geestig geschetste scène, het anekdotische en individuele verhaal, zijn slechts het schuim van de observatie. Men moest zo veel mogelijk streven naar het definitieve, dat een vrucht is van vurige reflectie en een hogere wil." Dat is de essentie.

Ik las een kort artikel over het schilderij in een boek over Les Vingth. Het ging voorbij aan de essentie. Het ging voorbij aan de foto’s. Het ging voorbij aan het mysterie van de relatie van Khnopff met zijn zus. Als ik tijd heb diep ik het nog wel eens wat verder uit. Zonder te beloven.


De foto’s. Die van de vrouw in het wit is niet gevonden.


  


zondag 11 oktober 2026

Ik sluit mijn deur op mezelf

 
Fernand Khnopff, “I lock a door upon myself”, 72 x 140 cm, 1891, Neue Pinakothek München 

Ik houd van de Belgische symbolistische kunstschilder Fernand Khnopff (1858-1921), medeoprichter van Les Vingth, die een hele gesloten persoonlijkheid was. Tot zijn 42ste bleef hij bij zijn moeder Léonie wonen. In 1908 huwde hij Marthe Worms, een weduwe met twee kinderen, waarvan hij zich drie jaar later liet scheiden. Zijn zuster Marguerite, met wie hij een zeer intieme band had, was zijn favoriete model. Alle vrouwen in zijn schilderijen zijn naar haar gemodelleerd. Hij had erg te lijden onder haar huwelijk in 1890.

Ik houd van zijn schilderij I lock a door upon myself, uit 1891, waarin Marguerite ook al te herkennen is, al is het maar in de symboliek. Ik beschreef het al eerder, elders.

Of gaat het over Khnopff zelf.

De titel I lock my door upon myself is ontleend aan het gedicht Who Shall Deliver Me? van de prerafaëlitische dichteres Christina Rossetti, de zus van kunstschilder Dante Gabriel Rossetti, gepubliceerd in 1876. De strofe waar de titel deel van uitmaakt luidt:
I lock my door upon myself,
And bar them out; but who shall wall
Self from myself, most loathed of all?

Ik sluit mijn deur op mezelf

En sluit ze buiten; maar wie schermt af
Mijzelf van mijzelve, de grootste last van al?

Hypno, symbool voor de droom




Het gedicht van Rossetti gaat terug op een Bijbelse passage uit Romeinen 7:24 (Wie zal me verlossen van dit lichaam dat me ter dood brengt?) en behandelt het thema van innerlijke strijd waarvan alleen God ons kan bevrijden. Khnopff vertaalt het gedicht op een geheel eigen wijze en legt de nadruk op de tragiek van de vrouw die zich terugtrekt in een innerlijke droomwereld.

I lock my door upon myself is een panoramisch schilderij, verdeeld in voornamelijk horizontale vlakken, geschilderd in lucide kleurtonen, gedomineerd door een glimmend grijs. Een jonge roodharige vrouw met grijze ogen kijkt van een afstand dromerig naar de toeschouwer en doorbreekt de compositie. Haar houding verraadt het isolement waarin ze zich vrijwillig heeft teruggetrokken. Haar blik is melancholisch en verzonken in stille dromerij. Het weerspiegelt haar wens om zich terug te trekken in de eenzame afzondering van haar herinneringen.

Het schilderij zit boordevol met symboliek. Naast de vrouw verschijnt in een nis het beeld van Hypnos. Zijn blauwe vleugel en de papaverbloem suggereren de kracht van de droom. Links achter de vrouw in de lambrisering reflecteren twee cirkelvormige spiegels het beeld van grote ramen. De buitenzichten op de achtergrond, mogelijk van Brugge, symboliseren een verinnerlijkt beeld van stilte. De linker doorkijk geeft zicht op fragmenten van twee gevels, terwijl rechts op een doek aan de muur een zwarte figuur verschijnt op een oplopend plein langs hoge struiken en huizen. De eenzaamheid van de donkere figuur lijkt verband te houden met de troosteloze afzondering van de vrouw. Drie lelies op de voorgrond symboliseren de cyclus van het leven: de lelie die zich opent, bloeit en verwelkt.

Zwarte figuur op plein, schilderij in een schilderij

Veel elementen in I lock my door upon myself zijn niet met zekerheid te duiden, zoals het juweel aan de fijne hanger beneden-midden of de precieze betekenis van de omhoog stijgende luchtbel. Het lijken uitdrukkingen van Khnopffs nostalgie naar het verleden, een verleden dat bewaard is gebleven in iconische fragmenten die in zijn herinneringen zijn opgeslagen. Het nevengeschikt ordenen van de beeldfragmenten, zonder eenheid van verhaal, lijkt te wijzen op persoonlijke affiniteiten. Niet de vraag naar de betekenis is van belang, maar de verwerking en de koppeling ervan door de toeschouwer aan zijn eigen ervaringen[1].


donderdag 8 oktober 2026

Klein denken

 
Anton Mauve, “Morgenrit langs het strand”, aangepast met AI 2026. Het kan nu gewoon.


Ik heb altijd zoveel mogelijk stil gehouden dat ik schreef, want ik heb mijn leven lang op een kantoor gezeten en als ze in zulke kringen merken, dat je zulke neigingen hebt, denken ze alleen maar, dat je niet deugt voor je werk.

Dat schreef Nescio. Waarin ik veel herken. Ik hang niet aan de grote klok dat ik een blog bijhoud. Maar het vreemde is natuurlijk wel dat het hartstikke openbaar is. En dat er dagelijks tegenwoordig honderden page-hits zijn, waar ik niks van begrijp. Uit Amerika en overal. 

We leven in een vreemde wereld. Soms voelt het of ik hier niet meer thuishoor. Alsof er voor klein denken geen hoekje meer over is. Voor traag denken. Voor eenzaam denken. 

Maar wat doe je eraan aan. Altijd binnenblijven is ook geen optie.


Nog eentje, omdat vrouwen te paard vaak het mooiste zijn

dinsdag 6 oktober 2026

Ziekteangst

 


Soms ben ik mijn eigen cliënt. Dan maak ik me zorgen om mijn gezondheid. Dan denk ik meteen her ergste. Dan zoek ik op het internet en schrik ik. Dan helpt het niet als ik zeg: wacht maar even af. Dan weet ik dat het meeste al geweest is. Maar dan kan ik nog steeds niet berusten.

Soms ben ik mijn eigen cliënt. Ik zoek mijn eigen bonus.

zondag 4 oktober 2026

Te laat

 


Hoewel het allemaal weer doorgaat,
Hoewel er weinig is veranderd,
Hoewel er niemand haast bij stilstaat,
Hoewel er niets nog lijkt verhandeld,
Hoewel er minder wordt geschaad,
Hoewel de weg al wordt bewandeld,

Lijkt het allemaal te laat.


vrijdag 2 oktober 2026

Kluge’s Waarheid

 


"Verborgen in een lange tekst zijn er misschien drie regels die er echt toe doen."

(Alexander Kluge)

Doorheen de mist van vergeten nieuwsberichten komt soms iets bovendrijven dat je raakt. Bij toeval kom ik erachter dat Alexander Kluge in maart dit jaar is overleden. Ik heb een boek van Kluge, “Lente met witte vlaggen”, waarin hij het strategisch volledig zinloze bombardement van de geallieerden op Halberstadt vanuit meerdere perspectieven belicht. Het was april 1944, toen de oorlog allang was beslist. Kluge sterkte me in de opvatting dat er geen andere waarheid bestaat dan de individuele waarheid. Dat ieders waarheid evenveel waard is, of misschien wel even weinig. Kluge liet me ook zien hoe mensen in tijden van catastrofe vast blijven houden aan gewoontes en rituelen, tot in het absurde toe, alsof een enorme verwoesting nooit ineens tot het bewustzijn ons doordringt. Zo zal het ook gaan als we er ooit zelf mee te maken krijgen. 

Kluge laat ook de veerkracht zien, die daarmee verwand is.

Alexander Kluge heeft niet voor niet geleefd. Al is het maar omdat hij bijgedragen heeft aan mijn waarheid. Voor wat die ook waard moge zijn.

"De vernietiging regeert, maar de eigenzinnigheid van de mensen is taai."