Labels

zaterdag 21 maart 2026

Verzamelaars

 


Maar voor ons betekent het dat we achterblijven met drie schitterende verhalen die ons onherstelbaar en onuitwisbaar hebben geraakt. Misschien ook een beetje verblind, maar dan zoals de titaantjes die, nadat ze uren naar de zon hadden zitten kijken, daarna nog veel meer uren lang vooral gele vlekken in hun ogen zagen. Maar die verblinding hoort bij een verwonding die we koesteren.


Paul van Tongeren


Van de eerste druk van Nescio's bundel 
Dichtertje - De uitvreter - Titaantjes uit 1918 zijn er naar schatting nog slechts enkele tientallen tot hooguit honderd exemplaren in omloop (bron De Volkskrant, 2018). Ik heb er eentje van, in een jammerlijk versleten staat, maar prachtig opnieuw ingebonden door Boekbinderij Phoenix. Laten we maar eens zeggen dat er nog een aantal exemplaren buiten zicht zijn en dat er in totaliteit, met een beetje oprekken, nog 125 originele exemplaren bestaan.

Dat oprekken doe ik een beetje omdat ik inmiddels ook een boekje van Paul van Tongeren over Nescio heb verworven, oplage, jawel: 125 stuks. Mijn vrouw vroeg me of dat wat uitmaakte. Vijftig euro voor zo’n dun boekje, 36 bladzijdes, bij een eenvoudig psychologensalaris. Eigenlijk niet, was mijn antwoord, maar ik wist natuurlijk beter. Mensen blijven verzamelaars. Noten zoeken, honderdduizend jaar. Klein boekje, groot geluk. Soms moet je die momentjes zelf creëren, zeg ik tegen mijn cliënten.


woensdag 18 maart 2026

Kloppend in mijn hoofd

 
Sir Henry Raeburn, “Mrs Robert Scott Moncrieff”, 1814,
76,5 x 64 cm, National Galleries of Scotland.

Ik was in  de National Galleries of Scotland in Edinburgh en verbaasde me over de kwaliteit van de collectie. Tussen de schilderijen van Rembrandt, Vermeer, Hals, werd ik getroffen door bovenstaand portret van Sit Henry Raeburn (1756-1823) uit 1814. De geportretteerde is Margaritta MacDonald, oftewel Mrs Robert Scott Moncrieff (1779-1824). Haar echtgenoot, een wijnhandelaar uit Edinburgh, vriend van Raeburn en Ivanhoe-schrijver Walter Scott, die hem beschreef als bescheiden en vriendelijk. Toen ze op 45-jarige leeftijd overleed was hij ontroostbaar. Bijna dertig jaar zou hij haar overleven zonder te hertrouwen en hield het portret altijd prominent zichtbaar in zijn eetkamer.

Dit is wat ik kan vinden. Geen idee waaraan Margaritta is overleden. Geen idee ook of ze net zoveel van haar man hield als hij van haar. Of ze gelukkig was. Ik probeer me voor te stellen wat haar man moet hebben gedacht op momenten dat hij alleen in zijn eetkamer zat en gebiologeerd naar haar portret staarde, zoals ik er afgelopen zondag. 

Het is ook echt een facinerend portret. In de zachte focus en het clip-obscure herkennen we de invloed van Rembrandt, maar het is niet dat niet wat mij zo trekt. Het is de geportretteerde zelf, haar schoonheid, de dromerige blik, misschien zelfs haar decolleté. De naam Margaritta klopt door mijn hoofd. Het eigentijdse van haar verschijning is frapperend, waaruit ik afleid dat wij mensen zoveel niet veranderd zijn in twee eeuwen tijd. De romans van Scott kunnen nog steeds worden gelezen. Misschien moet ik dat maar eens gaan doen als ik straks wat meer tijd heb.

maandag 16 maart 2026

Stille citaten

 


Ik was gisteren in Edinburgh. Ik loop door de stad, stap een steegje in met de sprookjesachtige naam Lady Stair’s Close, en ik stuit onder mijn voeten, gekerfd in tegels, op een aantal citaten van Schotse schrijvers waarvan ik in de meeste gevallen nog nooit had gehoord. Even wordt het stil in mijn hoofd. Ik laat het even tot mij komen, even alleen, een ervaring door woorden gevormd, de taal voorbij, als door een knip met de vingers. Totdat mijn vrouw roept of ik nog kom. Ze wacht aan het poortje met mijn oudste zoon, die we bezoeken. Snel twee foto’s gemaakt, even rap doorlopen en ik weer terug. Zo snel kan dat gaan. Mooie stad. Mensen die me lief zijn. Mooie dag!


Een intense ervaring, de taal voorbij…


Taal vormt onze ervaringen…

zondag 15 maart 2026

Archetype

 
Sophie als Anna

Tolstoj’s Anna Karenina is een van de mooiste boeken ooit geschreven. Een mooie aristocratische vrouw die vastzit in een huwelijk zonder passie en daar tegen alle conventies in uitbreekt, zich overgeeft aan een hartstochtelijke affaire, uiteindelijk ten koste van haarzelf. Een terugkerende setting in het verhaal die de sociale druk en het voyeurisme van de 19e-eeuwse Russische aristocratie benadrukt. Bovenstaande foto van Sophie Marceau in de verfilming uit 1997 is dan ook exemplarisch. Ik zag drie versies van de film en dacht altijd dat Greta Garbo, Vivienne Leigh en Keira Knightly in hun vertolking niet overtroffen konden worden, maar bij het kijken naar de foto’s van Sophie weet ik het niet meer zo. Wonderbaarlijk hoe goed er altijd gecast is voor Anna. Ik zal ook de versie van Sophie moeten gaan zien, die beschikbaar is, zo heb ik al uitgezocht. Omdat ze zo mooi is. Of zou het komen omdat alleen al de naam Karenina zo diep teruggrijpt op de romantische archetypes uit mijn adolescentenjaren, die ik in geen enkele vorm meer kan verloochenen.




         



vrijdag 13 maart 2026

Zeker niet alles



                             Liefde is zeker niet alles, 
                                         geen vlees, geen drinken,
                             Geen sluimerslaap, 
                                         geen dak tegen regen,
                             Niet eens het drijfhout 
                                         voor mensen die zinken,
                             En boven komen, 
                                   en zinken
                                          en boven komen, 
                                                  en weer zinken,
                             Liefde is het leven 
                                          nooit echt ontstegen.

 

Met dank aan Edna St.Vincent Millay 

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber, nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again.


woensdag 11 maart 2026

Interieurs Niçoise

  

Henri Matisse schildert zijn model Henriette Darricarrère, Place Charles-Felix studio, Nice, 1921. 
Foto 
Marguerite Matisse.

In december 1917 vestigde Henri Matisse zich in Nice en huurde daar een kamer in Hôtel Beau-Rivage, waar hij tot 1921 zou verblijven. Daarna verhuisde hij naar een appartement met atelier aan de Place Charles-Félix. Matisse schilderde er een groot aantal interieurs, veelal met vrouwen, zoals zijn dochter Marguerite en zijn belangrijkste model uit die periode Henriette Darricarrère. De werken werden gekenmerkt door helder licht, felle kleuren en een focus op decoratieve vaak oosters-exotische motieven, waarbij hij de kleuren van het weefsel probeerde te "vertalen" in de kleuren van zijn palet. De blik van de vrouwen is onverkort afwezig, contemplatief. Opvallend is het gebruik van zwart in kleur van zijn licht. 

Ik zou een kleine tentoonstelling willen openen en een net zo kleine catalogus schrijven, die ik zou openen met een vrij vertaald stukje van het gedicht dat Louis Aragon in 1947 over Matisse schreef:

J'explique le parfum des formes passagères Ik leg de geur uit van vluchtige vormen
J'explique ce qui fait chanter le papier blanc Ik leg uit hoe het wit papier zingt
J'explique ce qui qu'une feuille est légère Ik leg uit hoe licht een blaadje brandt
Et les branches qui sont des bras un peu plus lents En de takken als armen zo traag

Hieronder een twaalftal werken, rustgevend in zichzelf:


De boudoir, 1921


Jong meisje in Moorse stijl, groene jurk, Nice, 1921


Het Moorse scherm, 1920


Vrouw aan het raam, Nice, 1921


Jonge vrouw speelt viool, 1921


Interieur te Nice, 1921


Meditatie na het bad, 1920


Vrouw leest aan de kaptafel, Nice, 1919


Boten in Nice, 1921


Interieur in Nice, 1920


Soest, interieur in Nice, 1922


Zittende vrouw met de rug naar het open raam, Nice, 1922

dinsdag 10 maart 2026

Humor in wording

 
Barend met frieten

Barend Servet is dood. IJf Blokker, zoals hij eigenlijk heette.

Ik was een jaar of twaalf dertien toen de Barend Servet Show op de televisie was. Ik hoor mijn moeder nog mopperen, hoe ordinair het allemaal niet was. Maar het stond wel op. Misschien dat mijn vader daar de hand in had, ik weet het niet, maar voor mij was dit een hele nieuwe vorm van vermaak. En voor het eerst geloof ik zag ik af en toe blote borsten. Wat nu niet meer kan was toen progressief, VPRO.

Wat ook nieuw was was de absurdistische humor, die ik leuk vond, maar mijn ouders niet. En toch keken ze. 

Op Wikipedia vind ik een foto van Servet met een zak frieten. Ik herinner me de scène nog: Servet heeft frieten besteld maar komt uiteindelijk een paar frank tekort om de versnapering te betalen. “Oh, maar dan pakken we toch gewoon een paar frieten terug”, zegt frietkothouder Van Oekel, en graait door de mayonaise heen om de daad bij het woord te voegen. Smerig, vond mijn moeder, maar ik herinner me meer dan een halve eeuw later nog altijd hoe ik innerlijk lachte. Zonder dat ik kan zeggen of dit nu de basis vormde voor mijn uiteindelijke gevoel voor humor.

zaterdag 7 maart 2026

Nooit uitgesproken

 
George Hendrik Breitner, “Staand naakt”, 1893

Ik zou wel eens een psychologisch-kunsthistorisch onderzoek willen doen naar de vraag in hoeverre het vroeger, laat ik zeggen in de voorbije twee eeuwen, voor de beroepskeuze van kunstschilders bepalend is geweest dat dit vak een soort van gelegaliseerd werken met naakte vrouwen inhield. Je zou dat ook kunnen doen voor dokters, maar ik houd het even bij schilders. Ik vrees alleen dat ik er nooit achter ga komen. Ook een psycholoog kan niet in de hoofden van andere mensen kijken. Wat ze niet uitspreken of nooit uitgesproken hebben kan nooit en al zeker niet met terugwerkende kracht worden vastgesteld, hooguit worden vermoed. En ik ben nog niet tegen gekomen dat iemand daar volledig open over is geweest.

Of dat erg is is weer een andere vraag, die met onderzoek niks van doen heeft.

donderdag 5 maart 2026

Langs de woorden die niet kwamen


James Tissot, “Wachten”, ca. 1873

Langs wapens van verliezers,
Moegestreden 
                     buiten de tijd,
Achter wimpers vaag verborgen, 
Lijnen van 
                       geleidelijkheid,
Langs de woorden 
                         die niet kwamen,
En de diepten van verdriet,
Gaan we zoeken naar gevoelens,
Die je zo
                                 niet scherp meer ziet,

Langs de woorden 
                          die niet kwamen, 
En de diepten van verdriet.


maandag 2 maart 2026

Debutante

 
Edward Steichen, Miss Fanny Haven Wickes, december 1924

Een debutante is 
een jonge vrouw uit de hogere kringen die traditioneel voor het eerst formeel aan de samenleving wordt gepresenteerd op een "debutantenbal", in de Verengide Staten ook wel “coming-out party” genoemd. Dit evenement, vaak gehouden in de periode rond kerst en nieuw en gekenmerkt door een witte galajurk, markeert dat zij huwbaar is en toetreedt tot de volwassen sociale elite.

Fanny Haven Wickes (1906–1987), was de oudste van vier dochters van Forsyth Wickes (1907-1965, kunstverzamelaar, filantroop) en Marian Arnout Haven (1880-1969), die - vooral vanuit de Forsyth-lijn - behoorden tot de rijkste families van New York en omgeving. Ze bewoonden het statige Villa Zeezicht in Newport en hadden een prachtig buitenhuis in Tuxedo Park, waar de upperclass van New York zich ontmoette.

Eind
 december 1924 werd Fanny als debutante door haar ouders geïntroduceerd in de hogere kringen van New York, samen met drie andere jongedames (Squier, King, Vanderlip). De fameuze kunst- en modefotograaf Edward Steichen maakte voor die gelegenheid bovenstaande portretfoto, die haar eeuwigheidswaarde verschafte. In de New York Times van 30 december 1924 wordt verslag gedaan van het debutantenfeest in de ballroom suite van de Ritz-Carlton in New York, met vermelding van een hele lijst prominente aanwezigen, waaronder veel Vanderbilts. Hoe het voor Fanny persoonlijk afliep staat niet vermeld. Later huwde ze ene Parsons, die ik niet op de lijst van aanwezigen kan vinden.

De wereld van de New Yorkse upperclass, met haar ingewikkelde sociale conventies, ken ik vooral uit “The Age of Innocence”, roman van Edith Wharton uit 1920. Toen al werden die conventies gehekeld. Er is veel veranderd sindsdien. Het fenomeen van debuteren bestaat niet meer, is niet meer passend bij de normen en waarden van deze tijd. Wat ik snap, en wat ook goed is. Tegelijkertijd had ik er graag bij geweest, bij dat debutantenfeest. Ik had een goede geweest om in die upperclass te vertoeven. Al is het maar door een boek te lezen uit die tijd. Er is ook veel verloren gegaan.


Fanny Haven en haar jongere zus Marian (1907-1965), ca. 1919


Zeezicht, landgoed van de familie

zondag 1 maart 2026

Glazen bol

 
Beatrice Offor, “The glazen bol”, ca. 1900

Niemand voelt de glazen bol,
Eenieder een eigen verleden,
Loopt ieders heden veel te vol,
Volgt ieder op haar schreden,
Stapt iemand in een nieuw seizoen,
Weet niemand wat we deden,
Weet niemand wat we doen,

Alleen wat we verdeden.

donderdag 26 februari 2026

Zwakte

 
Henri Matisse, “Het open raam”, 1918

Ze liepen naar het ondergrondse station in Sheepshead Bay. Vissen die een paar uur geleden nog in het water zwommen, lagen nu met glazige ogen, gewonde bekken en bebloede schubben op het dek. De vissers, welgestelde sportmensen, wogen de vis en schepten op over de vangst. Al was Herman ook nog zo vaak getuige geweest van het slachten van dieren en vissen, toch bekroop hem altijd weer dezelfde gedachte: in hun gedrag tegenover de dieren waren alle mensen nazi’s. De zelfvoldaanheid en het achteloze waarmee de mens met andere levende wezens kon doen wat hij wilde, was een voorbeeld van de meest extreme racistische theorieën, van het principe macht is kracht. Herman had zichzelf herhaaldelijk beloofd vegetariër te worden, maar Jadwiga wilde er niet van horen. Ze hadden genoeg honger geleden in het dorp en later in het kamp.

Isaac Bashevis Singer, “Vijanden; een liefdesverhaal”

Mijn zonen zijn vegetariër, ik weet dat ze gelijk hebben, maar zelf vind ik de kracht niet. Ik houd mezelf voor dat ik uit een andere tijd kom, dat het te laat is wellicht, maar ik weet dat dat onzin is. Het is enkel mijn eigen zwakheid. Het zal toch van bovenaf verordonneerd moeten worden vrees ik.

maandag 23 februari 2026

Wonderwater


Camille Pissarro, “Chemin de l’Écluse”, 1882

Wonderwater
Wijst de weg
Waar gevoelens
Weer verdwalen,
Weet ik later
Wat ik zeg,
Wordt mijn bedoelen 
Wee vermalen.


zaterdag 21 februari 2026

Scharnieren

 
Konstantin Korovin,”Wandelen”, 1896

Een goed leven scharniert tussen nabijheid en ‘apartigheid’, zoals ik het graag uitdruk. Als iets goed zit bij en tussen mensen, is dat goed geolied. Afhankelijk van de omstandigheden kan en mag je je in jezelf terugtrekken. <…> Iedereen heeft nood om af en toe apart te zijn. Ook ik en ook mijn vrouw. We kunnen dat goed.

Voor de laatste keer Dirk De Wachter. Ik kan niet blijven citeren. Maar de herkenning is er af en toe volledig. Ik lees, ik schrijf, ik dicht wat, en samen zitten we zwijgend op de bank. Maar vaak zijn we ook samen bezig, of even weg, sinds de dood van onze moeders wandelen we veel en dan komen de woorden makkelijk, voelen we nabijheid. Wandelen is een belangrijke interventie in mijn vak. Soms is het allemaal niet zo ingewikkeld. Gelukkig maar.

vrijdag 20 februari 2026

Zon in februari

 


Ik ben in de Algarve, we fietsen langs de zuidkust. Het landschap is mooi. Er is zon in februari. Alles is goed, althans voor nu. Twee schilderijen van Cedric Morris (1889-1982) volstaan voor vandaag. Omdat het landschap herken. Zo veel is niet verandert in een mensenleven, niet buiten het seizoen wel te verstaan. Ik ben een gezegend mens. Vandaag durf ik dat zeggen.




woensdag 18 februari 2026

Bidden

 
Laurits Tuxen, “De tweede vrouw van de kunstenaar 
met Nina en Yvonne in de tuin te Skagen”, ca. 1900

Bidden is van alle tijden. Dirk De Wachter ziet bidden als een zoeken naar stilte en plaatst het in de context van wachten, ziet het nieuwe vormen terug. Hij kan gelijk hebben. Zelf kijk ik vaak bidden bidden als een reminiscentie van oude bezweringsrituelen. De gedachte dat je invloed kunt uitoefenen op de gang van zaken. Een zoeken naar controle in een onvoorspelbare wereld. Bij de chadisisje Joden neem het zelfs vormen aan die aan dwang doen denken. Het onderliggende gevoel en de behoeften zijn millennia oud. Maar dat zal ook voor het zoeken naar stilte gelden. Soms wat gas terug nemen. Even stop houden. En dan ben ik toch weer terug bij De Wachter.

maandag 16 februari 2026

Wachters

 
Vilhelm Hammerhøy, “Interior, Strandgade 30”, 1901

Ik heb een boekje gelezen van Dirk De Wachter, over wachten. Dat moest er denk ik eens van komen. Niet mijn lezen, maar zijn schrijven. Of misschien ook wel allebei.

De Wachter voelt als een zielsverwant. Even oud, een vergelijkbaar beroep, dezelfde helden: Leonard Cohen, Randy Newman, Jacques Brel, Vilhelm Hammershøy. Enthousiast over Leven en Lot, de Russische klassieken, als hij met pensioen is wil hij Marcel Proust lezen. Ruim zes jaar geleden al haalde ik het interview van Wim Kayzer met Coetzee aan in eenzelfde context als hij het doet.

Ik heb onderstrepingen gemaakt in zijn boek, wat ik eigenlijk zelden nog doe.

De Wachter haalt Heigegger aan:
Warten ohne Erwartung.
Das Wesen des Warten ist die Gelassenheit zur Gegnet.
Fragen können is warten können, sogar ein Leben lang.

In het Duits klinkt alles mooier. Ook zonder de romantiek.

De favoriete filosoof van De Wachter evenwel Levinas, die de ander boven het ego plaatst. Dasein ist miteinander sein. Echte hoop zit in de verbinding met anderen, zegt De Wachter: ik ben niet alleen. De ander maakt mijn ik. Ik besta dankzij de ander. Dankzij degenen die je lief zijn: koester dat.

Ik herken die gerichtheid op de ander, die bij ons vak hoort. Daar halen wij onze voldoening uit. Maar niet iedereen is als wij. Waarmee eigenlijk geldt: niet iedere filosofie is waar. Niet universeel. Nooit voor iedereen. Maar de waarheid van De Wachter is toch een beetje ook de mijne. En dat geeft troost.

Ook ik ben een wachter, wachten tot aan het einde, ook ik heb een vrouw die me met beide benen op de grond houdt. Gelukkig maar. Ik voel me een gezegend mens als ik zo’n boekje lees. Het leven kan goed zijn, als je het maar wil zien. Dirk heeft er een beetje bij geholpen.

zaterdag 14 februari 2026

Onsterfelijkheid

 
Pablo Picasso, “Naakt in blauw”, 1902

Ik las ergens dat Xi Jinping en Poetin met elkaar gefilosofeerd zouden hebben over onsterfelijkheid, of in elk geval een extreem lang leven, door voortdurende orgaantransplantaties.

Dat zet ook mij aan tot filosoferen.

Over steeds meer oude mensen, over ruimte en plaats.

Over het behoud van schoonheid, en of dat belangrijk is voor mensen.

Over hoe ons brein zich zal zouden, dat laat zich maar moeilijk zal laten transplanteren.

Over oneindigheid, een begrip dat het voorstellingsvermogen van ons mensen te boven gaat. Waarmee eigenlijk geld dat we ons ook geen leven zonder dood kunnen voorstellen. Dat kunnen ook Xi Jinping en Poetin niet, wereldleiders zijn ook maar mensen.

Maar een beetje ouder zou inderdaad wel mogen. Honderdvijftig jaar.

Of nog een keer mogen leven. Mijn brein op hoogbejaarde leeftijd laten transplanteren in het lichaam van een energieke jongeman. Weer denk ik aan Milosz, die ik al eerder aanhaalde:

Te weinig. 
Eén leven is te weinig. 
Twee keer zou ik willen leven op deze droevige planeet ...

Alleen, waar blijf je met je geliefden in dit plaatje. Wereldleiders zijn eenzame mensen.

donderdag 12 februari 2026

Schippersbalans

 
Vilhelm Arnesen, “Haven van Kopenhagen met Christianshaven”, 1889

Rond acht uur in de ochtend fiets ik richting het station om met de trein naar het werk te gaan. Elke dinsdag en donderdag. Het station ligt aan de andere kant van het kanaal. Deze ochtend stond de brug open. Er moest een boot door. Tergend traag drijft de hij voorbij, in een eeuwenoud tempo, de schipper rustig aan het roer, zijn vrouw wat onderuit met een boekje ernaast. Ze hebben geen haast, de volle boot kan niet sneller. Ik kijk op mijn horloge of ik de trein nog ga halen. En ik realiseer me dat ik aan de verkeerde van het leven sta. In het diepst van mijn wezen ben ik schipper. Ik bevaar mijn boot, die traag door het leven zijn weg zoekt naar een afronding. Het wordt tijd voor pensioen, schiet er even door me heen. Om die gedachte ook snel weer weg te duwen. Morgen heb ik een afspraak over langer door werken. Een beetje, nochtans.

Therapeut is geen zwaar beroep, hoorde ik verleden Anna Enquist zeggen. Het is een voorrecht even deel uit te mogen maken van andermans levensverhaal, lees ik bij Dirk De Wachter. Ik zoek alleen nog naar het juiste tempo.

dinsdag 10 februari 2026

Grote namen

 


Toen ik ruim een jaar was, in april 1961, enig kind nog, lieten mijn ouders mijn portret schilderen. Op basis van een foto natuurlijk. Stilzitten op die leeftijd is moeilijk, ook voor mij. Toen ze het schilderij ontvingen waren ze een beetje verbolgen omdat de kunstenaar de foto als onderlegger had gebruikt. Ingekleurd, zou je kunnen zeggen. Het voelde een beetje als bedrog.

Toch heeft het portret in mijn ouderlijk huis gehangen tot mijn moeder 23 jaar geleden verhuisde. Nu, na haar overlijden, vind ik het terug op zolder. Zoiets doe je niet weg. Mijn moeder heeft het bijna 65 jaar in huis gehad. Uiteindelijk heb ik het nu dan ook maar meegenomen, zonder enige intentie het ergens op te hangen. Maar weggooien vond ik geen optie.

Ik vroeg Chat GPT om versies van het portret te maken van Van Gogh, Renoir, Rembrandt zelfs. Best aardig, vind ik zelf. De verschillen zijn niet eens zo gigantisch. Ik vraag me af hoezeer een naam bepalend is voor dat wat we mooi noemen in de kunst. Of dat het iets uitmaakt of iets origineel geschilderd is of een overgeverfde foto. Eigenlijk is het best een mooi portretje.

Maar het is geen Renoir, geen Van Gogh, geen Rembrandt. Het portret zal wel weer op zolder belanden. Om uiteindelijk een keer te verdwijnen. Zo gaat dat met de naamlozen.


Renoir


Van Gogh


Rembrandt


zondag 8 februari 2026

Ik heb gewacht

 
Anne Magill, 2021


Lieve schat, ik heb gewacht,
Dag en nacht
                    heb ik gewacht,
De tijd onttrok zich aan mijn zicht,
Ik heb gewacht
                         ben niet gezwicht,
Ik heb gewacht,
Ik heb gewacht,

 In wachten al mijn tijd verlicht,
 In niets verwacht
            gebracht,
      Mijn tijd verdwenen
                weggedicht,

Vanuit de nacht
                     tot in het licht,

Heb ik gewacht,

Ik heb gewacht.

 

zaterdag 7 februari 2026

Gevoelde stiltes

 


Een foto zonder veel info. 

Soms treft het meteen,

Scandinavië, koele sferen, noorderlicht.

Ik denk aan de Noordse zomeravond van Richard Bergh, die ik uitlichtte op Wikipedia.

Ik denk aan Oscar Schindler, te paard, boven op de berg, het rode meisje van de razzia in Krakau.

Ik denk aan de kardinale deugden: trots, inzicht, mededogen, eenzaamheid.

Ik denk aan de stiltes die ontstaan in de therapie.

Gevoelde stiltes vragen weinig naar woorden.

Een beeld spreekt soms meer dan we verzwijgen.



Richard Bergh, “Noordse zomeravond”, 1899-1900

donderdag 5 februari 2026

Weltevreden


Piet Mondriaan, “Boerderij bij Duivendrecht”, 1916

Piet Mondriaan is vooral gekend om zijn geometrisch-abstracte werk. Het was vernieuwend, in een museale ruimte kan dat mooi uitkomen, maar ik heb er niet echt iets mee. Mooier is zijn “Boerderij Weltevreden bij Duivendrecht”. In de periode 1905 – 1916 schildert en tekent hij Weltevreden zo’n vijftien keer, bij verschillende weersomstandigheden en in diverse formaten en technieken. Het doet denken aan Monet.

Het is de kracht van de herhaling, zonder te weten waarom. Zoals je ook God niet wilt vragen waarom.

Bovenstaande schilderij is het mooiste, in een afgewogen compositie met de partiële weerspiegeling in het water, met een decoratieve abstractie in de bomen. Het geometrische aspect, dat Mondriaan zo ging obsederen, is hier al herkenbaar. De kleurstelling dwaalt weg van de werkelijkheid en geeft de schijn van een nieuwe wereld. Die zou zich later ten volle openbaren in het werk van Mondriaan, maar voor mij had hij het hierbij mogen laten.

Het leven is zo slecht nog niet. Schoonheid geeft troost. Ik kan hier uren naar kijken.