Labels

donderdag 5 februari 2026

Weltevreden


Piet Mondriaan, “Boerderij bij Duivendrecht”, 1916

Piet Mondriaan is vooral gekend om zijn geometrisch-abstracte werk. Het was vernieuwend, in een museale ruimte kan dat mooi uitkomen, maar ik heb er niet echt iets mee. Mooier is zijn “Boerderij Weltevreden bij Duivendrecht”. In de periode 1905 – 1916 schildert en tekent hij Weltevreden zo’n vijftien keer, bij verschillende weersomstandigheden en in diverse formaten en technieken. Het doet denken aan Monet.

Het is de kracht van de herhaling, zonder te weten waarom. Zoals je ook aan God niet wilt vragen waarom.

Bovenstaande schilderij is het mooiste, in een afgewogen compositie met de partiële weerspiegeling in het water, met een decoratieve abstractie in de bomen. Het geometrische aspect, dat Mondriaan zo ging obsederen, is hier al herkenbaar. De kleurstelling dwaalt weg van de werkelijkheid en geeft de schijn van een nieuwe wereld. Die zou zich later ten volle openbaren in het werk van Mondriaan, maar voor mij had hij het hierbij mogen laten.

Het leven is zo slecht nog niet. Schoonheid geeft troost. Ik kan hier uren naar kijken.




















dinsdag 3 februari 2026

Hoe weinig beklijft

 
Christopher Wood (1901-1930), “Raam in Marseille”, 1927


Hoe vaak je verandert,
Hoe zelden je blijft,
Hoe meer we ons denken,
Hoe verder je drijft,
Hoe groter je ruimte,
Hoe veel je ook schrijft,
Hoe langer we duren,
Hoe weinig beklijft.



maandag 2 februari 2026

Bewaren




Mijn moeder was niet van het weggooien. Ze zag het niet meer goed en regelmatig moesten we in haar laatste jaren al levensmiddelen uit de voorraad verwijderen die soms jaren over de datum waren. “Ons mam ziet het niet meer”, was dan het excuus.

Maar dat excuus ging niet altijd op. Ik pik er twee dingen uit die bij het opruimen door mijn handen gingen, die er mijn leven lang zijn geweest. Die me terugbrengen naar momenten die hooguit mijn zus nog een beetje met me deelt. Zonder bijzondere nostalgie overigens.
 

De broodtrommel die al in mijn kleuterjaren op een plank bij de kelder stond en waar ik toen niet bij kon, omdat er een trapgat voor zat en ik nog te klein was. Reden waarschijnlijk waarom er toen ook wel lekkere dingen in gezet werden, waar ik niet aan mocht. Cake bijvoorbeeld. Ik herinner me dat ik eens probeerde of ik erbij en bijna in het gat viel. En mijn moeder boos..


In een la vind ik een broodmes dat in mijn kinderjaren altijd hoog in een keukenkastje lag, alweer omdat ik er niet aan mocht. Omdat het te scherp was. Nu ligt het gewoon in de keukenlade en mag ik er gewoon bij. Ik voel over het lemmet. “Het snijdt nog goed”, hoor ik mijn moeder in gedachten zeggen. “Waarom zou je het weggooien?”

We kunnen niet anders dan het alsnog weggooien. Het zijn spullen zonder nostalgische waarde, ik zei het al, maar toch doet het een beetje pijn er afscheid van te nemen. Omdat de pijn van het afscheid vaak zit in onbeduidende dingen.

Laat ik het zo maar een beetje verwoorden. Het levert geen mooie plaatjes op. Daarom maar openen met een AI-plaatje. Een beetje tegen mijn principe in.

zondag 1 februari 2026

Toilet maken


Dame Laura Knight

Het internet is toch een verrijking van ons leven. Ik kn zomaar curator worden van een eigen kleine tentoonstelling. Dames die hun toiletten maken voor de spiegel. Als ik meer kamers ter beschikking had gehad had ik de expositie nog oneindig kunnen uitbreiden, totdat het duizenden. Ik zou een voorwoord in de catalogus waarin ik uitweidde over het belang voor de vrouw om er goed uit te zien, voor zichzelf, voor de man. En over het belang voor de man, voor zichzelf, maar ook zo ook weer voor de vrouw. Het brengt een balans in relaties die wezenlijk is voor de menselijke vooruitgang. Een belang dat zich sinds eeuwen heeft bewezen. En overal weer herhaald. Een vrouw die zicht opdoft. Telkens weer.

De enige waarheid zit altijd weer in de herhaling. En in de schoonheid van de vrouw. Dat zou ik schrijven.


Joseph DeCamp (1858-1922)
Wilhelm Hempfing (1866-1948)


William Merrit Chase (1849-1916)




Richard Edward Miller (1875-1943)


Alfred Stevens (1823-1906)



Walter MacEwen (1860-1943)





Maria Wandscheer (1856-1936)





Maren Froelich (1868-1921)



Alfred Stevens (1823-1906)



Frans Simons (1855-1919)
Walter MacEwen (1860-1943)

Algernon Talmage
Ferdinand Dorsch (1875-1938)
 
 

Auguste Toulmouche (1829-
Alfred Stevens (1823-1906)


TWilliam Merrit Chase (1849-1916)
Manuel Robbe (1872-1936)


Rupert Bunny (1964-1947)
Joaquim Sunyer de Miro (1875-1956)


Wilhelm Menzler (1846-1926)
George Hendrik Breitner (1857-1923)


Roma Rivera (1849-1935)
Richard Edward Miller (1875-1943)


Philip Wilson Steer (1860-1942)
Frederick Carl Frieseke (1874-1939)


Alson Skinner Clark (1876-1949)
Ulisse Capitolijns (1872-1948)

Robert Graafland 1875-1940)
Jacqueline Williams (1962)

woensdag 28 januari 2026

Das Mädchen ist Tod

 
Egon Schiele, “Tod und Mädchen”, 1915

Der Tod und das Mädchen,
Mädchen ist Tod,
Von Schubert bis Schiele,
Van kleur donkerrood,
Tot sterven gedwongen
Tot leven genood,
Ben jij altijd gebleven,
Wie im letzten Gebot.


dinsdag 27 januari 2026

Der Tod und das Mädchen

 
A.J. Groenewegen, “Der Tod und das Mädchen”, z.j. (ca. 1898)

In de jaren tachtig was ik journalistiek actief, lang ook naast mijn studie. In 1984 interviewde ik de Budelse schilder Hub van Winkel (1912-2004, vooral over zijn leermeester Adriaan Groenewegen, over wie ik al eerder schreef.

Voor mij was het een nieuwe ervaring. Het huis van Van Winkel hing vol met schilderijen, allemaal met koeien, diverse ook van Groenewegen, die hij me met trots liet zien. In de hoek bij de deur hing bovenstaand schilderij van Groenewegen, dat ik nooit heb vergeten. 
Een allegorisch memento mori-werk, meisje voor een spiegel, dat suggereert 
dat de uiterlijke schoonheid van de vrouw slechts een tijdelijke verschijning is en het skelet haar uiteindelijke sterfelijke vorm. Voor mij toen al het mooiste werk eruit. Van Winkel was er bijzonder trots op, vooral ook omdat Groenewegen er zelf altijd zo trots op is geweest, zei hij. Het was het meesterstuk uit zijn academietijd. Tot op het laatst is het in zijn bezit gebleven. Hij had het voorbestemd voor Van Winkel.

Intussen is ook Van Winkel dood en het schilderij is zonder verhaal gaan zwerven. Bij Tussen Kunst en Kitsch verschenen twee mensen, musici, die het op Marktplaats hadden gekocht, zonder te weten van wie het was. Ik herkende het meteen, zag het weer hangen bij Van Winkel. Kleine troost dat het bij die musici op zijn plek lijkt, ze koppelden het aan Schubert’s “Der Tod und das Mädchen”, wat weer mooi was, maar bij mij had het wellicht nog beter gepast. Dan had er weer een cirkeltje rond gekomen in mijn leven.

De taxateur van tussen Kunst en  Kitsch schatte het op 1500 euro. Misschien komt het nog een terug op Marktplaats.




maandag 26 januari 2026

Driehoek


David Hockney, “Mr. And mrs. Clark and Percey”, 1971

“Mr. And mrs. Clark and Percey”, 1971. Een merkwaardig dubbelportret van David Hockney. Zijn bekendste. Ik heb er al eens eerder over geschreven. Afgebeeld zijn modeontwerper Ossie Clark en stoffenontwerpster Celia Birtwell, kort na hun huwelijk, waarbij Hockney getuige was. Ze bevinden zich in hun eigen flat in London. Het roept iets in mij boven dat niet goed kan beschrijven. Als psycholoog zou ik nog wat meer tijd nodig hebben.

Ook Hockney heeft lang moeten zoeken naar antwoorden. Hij werkte een volledig jaar aan “Mr. And mrs. Clark and Percey”. Het gezicht van Ossie Clark schilderde hij twaalf keer over. Hij probeerde een complexe psychologische verhouding en spanning te tekenen zoals hij die waarnam tussen beide echtelieden, die hij tot zijn beste vrienden rekende. Je voelt dat hij het ziet. Beter als een een psycholoog, die vaak hangen blijft in woorden.

Kort na voltooiing van het schilderij ging het koppel uit elkaar. Gesuggereerd is wel dat het schilderij daaraan bijgedragen heeft, wat psychologisch heel goed voorstelbaar is. Wat je verwacht komt vaak uit. Wat ik niet weet is of Hockney daar bewust op aangestuurd heeft. Ik lees dat hij zijn leven lang een platonische vriendschap met Celia Birtwell zou hebben onderhouden. Ze bleef zijn muze en Hockney zou haar nog vaak portretteren. Ook met Ossie Clark bleef hij nog lang bevriend, waarbij zelfs gesuggereerd werd dat ook zij geliefden waren.

In een goed dubbelportret zit altijd een driehoek. Die je niet altijd ziet. Zelfs voor een kunstenaar is dat moeilijk. Ik snap wel datti Ossie’s gezicht twaalf keer schilderde.

Hij leeft nog steeds, Hockney. Wat zou ik hem graag een keertje interviewen.

zaterdag 24 januari 2026

Fietsvakanties en Sinterklaasgedichten




Bij het opruimen van de spullen van mijn overleden moeder stuit ik op een grote doos met herinneringen aan fietsvakanties met mijn vader, van voor hun trouwen, zo’n beetje van 1954 tot 1958. Prentbriefkaarten, entreekaarten, suikerzakjes, allemaal verzameld en ingeplakt in meerdere schriftjes. Foto’s zaten in een ander album, die kende ik al.

Ik vind schoolrapporten, een MULO-diploma, Sinterklaasgedichten. Ik lees er een van mijn moeder, die een trui had gebreid. In mijn hoofd hoor ik het mijn vader hardop voorlezen. En mijn moeder verlegen lachend, zoals dat past op die leeftijd. Twintig of zo. Een mooie leeftijd, een tijd van verwachting. Alles zou beter nog worden. Dat moet het gevoel zijn geweest. Een gevoel dat wat verdwenen lijkt.

Er is weinig wat beklijft, dat is wat ik nu voel. Alles snelt voorbij. Ik kijk naar de foto van mijn ouders op de fiets en voel me een beetje tussen twee werelden. Wie schrijft nog met de hand? Wie spaart er nog suikerzakjes? Toch maar wat bewaren dan? Er spreekt liefde uit die niemand meer voelt, behalve ik misschien. Als ik er ooit niet meer ben mag het weg. Laten we dat afspreken.