![]() |
| Eric Harald MacBeth Robertson, “Miss Maidie And Miss Elsie Scott”, 170 x 137 cm, National Galleries of Scotland, Edinburgh |
‘De zee die klaagt en weet niet waarom’; ‘de aarde <…> waaruit ‘t kooren groeit, dat groen is en geel wordt en wordt gemaaid en de hoge garven staan op de geele stoppels, en de aarde weet er niet van’; en de lucht en het kanaal en de schemering en het licht zouden er altijd weer zijn, ‘en ze zouden nergens van weten’.
Je kunt natuurlijk, zeker hier in Nijmegen waar de auteur graag kwam en veel gewandeld heeft, proberen van alles over hem te weten te komen. Maar zo ontdek je alleen iets over degene die zich achter dat pseudoniem verborg, niet over wat dat pseudoniem zelf, wat Nescio te zeggen heeft.
Als het ons niet om Frits Grönloh, maar om Nescio te doen is, en als we niet zijn als de vrouw van de auteur van Dichtertje, die dat onderscheid niet wist te maken, dan lijkt er maar één bron te zijn, en dat is de auteur zelf; en die heeft gezegd wat hij te zeggen had in zijn paar verhalen (de vele schetsen en pogingen zijn door de auteur zelf teruggehouden en de honderden bladzijden natuur-dagboek zijn waarschijnlijk eerder van Grönloh dan van Nescio). We moeten het doen met die krap 200 bladzijden prozagedichten.
Dat schrijft Paul van Tongeren. Ik schreef ook al een zoiets naar aanleiding van de verschijning van de dikke Nescio-biografie van Frerichs.
