Labels

maandag 23 februari 2026

Wonderwater


Camille Pissarro, “Chemin de l’Écluse”, 1882

Wonderwater
Wijst de weg
Waar gevoelens
Weer verdwalen,
Weet ik later
Wat ik zeg,
Wordt bedoelen 
Wee vermalen.


zaterdag 21 februari 2026

Scharnieren

 
Konstantin Korovin,”Wandelen”, 1896

Een goed leven scharniert tussen nabijheid en ‘apartigheid’, zoals ik het graag uitdruk. Als iets goed zit bij en tussen mensen, is dat goed geolied. Afhankelijk van de omstandigheden kan en mag je je in jezelf terugtrekken. <…> Iedereen heeft nood om af en toe apart te zijn. Ook ik en ook mijn vrouw. We kunnen dat goed.

Voor de laatste keer Dirk De Wachter. Ik kan niet blijven citeren. Maar de herkenning is er af en toe volledig. Ik lees, ik schrijf, ik dicht wat, en samen zitten we zwijgend op de bank. Maar vaak zijn we ook samen bezig, of even weg, sinds de dood van onze moeders wandelen we veel en dan komen de woorden makkelijk, voelen we nabijheid. Wandelen is een belangrijke interventie in mijn vak. Soms is het allemaal niet zo ingewikkeld. Gelukkig maar.

vrijdag 20 februari 2026

Zon in februari

 


Ik ben in de Algarve, we fietsen langs de zuidkust. Het landschap is mooi. Er is zon in februari. Alles is goed, althans voor nu. Twee schilderijen van Cedric Morris (1889-1982) volstaan voor vandaag. Omdat het landschap herken. Zo veel is niet verandert in een mensenleven, niet buiten het seizoen wel te verstaan. Ik ben een gezegend mens. Vandaag durf ik dat zeggen.




woensdag 18 februari 2026

Bidden

 
Laurits Tuxen, “De tweede vrouw van de kunstenaar 
met Nina en Yvonne in de tuin te Skagen”, ca. 1900

Bidden is van alle tijden. Dirk De Wachter ziet bidden als een zoeken naar stilte en plaatst het in de context van wachten, ziet het nieuwe vormen terug. Hij kan gelijk hebben. Zelf kijk ik vaak bidden bidden als een reminiscentie van oude bezweringsrituelen. De gedachte dat je invloed kunt uitoefenen op de gang van zaken. Een zoeken naar controle in een onvoorspelbare wereld. Bij de chadisisje Joden neem het zelfs vormen aan die aan dwang doen denken. Het onderliggende gevoel en de behoeften zijn millennia oud. Maar dat zal ook voor het zoeken naar stilte gelden. Soms wat gas terug nemen. Even stop houden. En dan ben ik toch weer terug bij De Wachter.

maandag 16 februari 2026

Wachters

 
Vilhelm Hammerhøy, “Interior, Strandgade 30”, 1901

Ik heb een boekje gelezen van Dirk De Wachter, over wachten. Dat moest er denk ik eens van komen. Niet mijn lezen, maar zijn schrijven. Of misschien ook wel allebei.

De Wachter voelt als een zielsverwant. Even oud, een vergelijkbaar beroep, dezelfde helden: Leonard Cohen, Randy Newman, Jacques Brel, Vilhelm Hammershøy. Enthousiast over Leven en Lot, de Russische klassieken, als hij met pensioen is wil hij Marcel Proust lezen. Ruim zes jaar geleden al haalde ik het interview van Wim Kayzer met Coetzee aan in eenzelfde context als hij het doet.

Ik heb onderstrepingen gemaakt in zijn boek, wat ik eigenlijk zelden nog doe.

De Wachter haalt Heigegger aan:
Warten ohne Erwartung.
Das Wesen des Warten ist die Gelassenheit zur Gegnet.
Fragen können is warten können, sogar ein Leben lang.

In het Duits klinkt alles mooier. Ook zonder de romantiek.

De favoriete filosoof van De Wachter evenwel Levinas, die de ander boven het ego plaatst. Dasein ist miteinander sein. Echte hoop zit in de verbinding met anderen, zegt De Wachter: ik ben niet alleen. De ander maakt mijn ik. Ik besta dankzij de ander. Dankzij degenen die je lief zijn: koester dat.

Ik herken die gerichtheid op de ander, die bij ons vak hoort. Daar halen wij onze voldoening uit. Maar niet iedereen is als wij. Waarmee eigenlijk geldt: niet iedere filosofie is waar. Niet universeel. Nooit voor iedereen. Maar de waarheid van De Wachter is toch een beetje ook de mijne. En dat geeft troost.

Ook ik ben een wachter, wachten tot aan het einde, ook ik heb een vrouw die me met beide benen op de grond houdt. Gelukkig maar. Ik voel me een gezegend mens als ik zo’n boekje lees. Het leven kan goed zijn, als je het maar wil zien. Dirk heeft er een beetje bij geholpen.

zaterdag 14 februari 2026

Onsterfelijkheid

 
Pablo Picasso, “Naakt in blauw”, 1902

Ik las ergens dat Xi Jinping en Poetin met elkaar gefilosofeerd zouden hebben over onsterfelijkheid, of in elk geval een extreem lang leven, door voortdurende orgaantransplantaties.

Dat zet ook mij aan tot filosoferen.

Over steeds meer oude mensen, over ruimte en plaats.

Over het behoud van schoonheid, en of dat belangrijk is voor mensen.

Over hoe ons brein zich zal zouden, dat laat zich maar moeilijk zal laten transplanteren.

Over oneindigheid, een begrip dat het voorstellingsvermogen van ons mensen te boven gaat. Waarmee eigenlijk geld dat we ons ook geen leven zonder dood kunnen voorstellen. Dat kunnen ook Xi Jinping en Poetin niet, wereldleiders zijn ook maar mensen.

Maar een beetje ouder zou inderdaad wel mogen. Honderdvijftig jaar.

Of nog een keer mogen leven. Mijn brein op hoogbejaarde leeftijd laten transplanteren in het lichaam van een energieke jongeman. Weer denk ik aan Milosz, die ik al eerder aanhaalde:

Te weinig. 
Eén leven is te weinig. 
Twee keer zou ik willen leven op deze droevige planeet ...

Alleen, waar blijf je met je geliefden in dit plaatje. Wereldleiders zijn eenzame mensen.

donderdag 12 februari 2026

Schippersbalans

 
Vilhelm Arnesen, “Haven van Kopenhagen met Christianshaven”, 1889

Rond acht uur in de ochtend fiets ik richting het station om met de trein naar het werk te gaan. Elke dinsdag en donderdag. Het station ligt aan de andere kant van het kanaal. Deze ochtend stond de brug open. Er moest een boot door. Tergend traag drijft de hij voorbij, in een eeuwenoud tempo, de schipper rustig aan het roer, zijn vrouw wat onderuit met een boekje ernaast. Ze hebben geen haast, de volle boot kan niet sneller. Ik kijk op mijn horloge of ik de trein nog ga halen. En ik realiseer me dat ik aan de verkeerde van het leven sta. In het diepst van mijn wezen ben ik schipper. Ik bevaar mijn boot, die traag door het leven zijn weg zoekt naar een afronding. Het wordt tijd voor pensioen, schiet er even door me heen. Om die gedachte ook snel weer weg te duwen. Morgen heb ik een afspraak over langer door werken. Een beetje, nochtans.

Therapeut is geen zwaar beroep, hoorde ik verleden Anna Enquist zeggen. Het is een voorrecht even deel uit te mogen maken van andermans levensverhaal, lees ik bij Dirk De Wachter. Ik zoek alleen nog naar het juiste tempo.

dinsdag 10 februari 2026

Grote namen

 


Toen ik ruim een jaar was, in april 1961, enig kind nog, lieten mijn ouders mijn portret schilderen. Op basis van een foto natuurlijk. Stilzitten op die leeftijd is moeilijk, ook voor mij. Toen ze het schilderij ontvingen waren ze een beetje verbolgen omdat de kunstenaar de foto als onderlegger had gebruikt. Ingekleurd, zou je kunnen zeggen. Het voelde een beetje als bedrog.

Toch heeft het portret in mijn ouderlijk huis gehangen tot mijn moeder 23 jaar geleden verhuisde. Nu, na haar overlijden, vind ik het terug op zolder. Zoiets doe je niet weg. Mijn moeder heeft het bijna 65 jaar in huis gehad. Uiteindelijk heb ik het nu dan ook maar meegenomen, zonder enige intentie het ergens op te hangen. Maar weggooien vond ik geen optie.

Ik vroeg Chat GPT om versies van het portret te maken van Van Gogh, Renoir, Rembrandt zelfs. Best aardig, vind ik zelf. De verschillen zijn niet eens zo gigantisch. Ik vraag me af hoezeer een naam bepalend is voor dat wat we mooi noemen in de kunst. Of dat het iets uitmaakt of iets origineel geschilderd is of een overgeverfde foto. Eigenlijk is het best een mooi portretje.

Maar het is geen Renoir, geen Van Gogh, geen Rembrandt. Het portret zal wel weer op zolder belanden. Om uiteindelijk een keer te verdwijnen. Zo gaat dat met de naamlozen.


Renoir


Van Gogh


Rembrandt


zondag 8 februari 2026

Ik heb gewacht

 
Anne Magill, 2021


Lieve schat, ik heb gewacht,
Dag en nacht
                    heb ik gewacht,
De tijd onttrok zich aan mijn zicht,
Ik heb gewacht
                         ben niet gezwicht,
Ik heb gewacht,
Ik heb gewacht,

 In wachten al mijn tijd verlicht,
 In niets verwacht
            gebracht,
      Mijn tijd verdwenen
                weggedicht,

Vanuit de nacht
                     tot in het licht,

Heb ik gewacht,

Ik heb gewacht.

 

zaterdag 7 februari 2026

Gevoelde stiltes

 


Een foto zonder veel info. 

Soms treft het meteen,

Scandinavië, koele sferen, noorderlicht.

Ik denk aan de Noordse zomeravond van Richard Bergh, die ik uitlichtte op Wikipedia.

Ik denk aan Oscar Schindler, te paard, boven op de berg, het rode meisje van de razzia in Krakau.

Ik denk aan de kardinale deugden: trots, inzicht, mededogen, eenzaamheid.

Ik denk aan de stiltes die ontstaan in de therapie.

Gevoelde stiltes vragen weinig naar woorden.

Een beeld spreekt soms meer dan we verzwijgen.



Richard Bergh, “Noordse zomeravond”, 1899-1900

donderdag 5 februari 2026

Weltevreden


Piet Mondriaan, “Boerderij bij Duivendrecht”, 1916

Piet Mondriaan is vooral gekend om zijn geometrisch-abstracte werk. Het was vernieuwend, in een museale ruimte kan dat mooi uitkomen, maar ik heb er niet echt iets mee. Mooier is zijn “Boerderij Weltevreden bij Duivendrecht”. In de periode 1905 – 1916 schildert en tekent hij Weltevreden zo’n vijftien keer, bij verschillende weersomstandigheden en in diverse formaten en technieken. Het doet denken aan Monet.

Het is de kracht van de herhaling, zonder te weten waarom. Zoals je ook God niet wilt vragen waarom.

Bovenstaande schilderij is het mooiste, in een afgewogen compositie met de partiële weerspiegeling in het water, met een decoratieve abstractie in de bomen. Het geometrische aspect, dat Mondriaan zo ging obsederen, is hier al herkenbaar. De kleurstelling dwaalt weg van de werkelijkheid en geeft de schijn van een nieuwe wereld. Die zou zich later ten volle openbaren in het werk van Mondriaan, maar voor mij had hij het hierbij mogen laten.

Het leven is zo slecht nog niet. Schoonheid geeft troost. Ik kan hier uren naar kijken.




















dinsdag 3 februari 2026

Hoe weinig beklijft

 
Christopher Wood (1901-1930), “Raam in Marseille”, 1927


Hoe vaak je verandert,
Hoe zelden je blijft,
Hoe meer we ons denken,
Hoe verder je drijft,
Hoe groter je ruimte,
Hoe veel je ook schrijft,
Hoe langer we duren,
Hoe weinig beklijft.



maandag 2 februari 2026

Bewaren




Mijn moeder was niet van het weggooien. Ze zag het niet meer goed en regelmatig moesten we in haar laatste jaren al levensmiddelen uit de voorraad verwijderen die soms jaren over de datum waren. “Ons mam ziet het niet meer”, was dan het excuus.

Maar dat excuus ging niet altijd op. Ik pik er twee dingen uit die bij het opruimen door mijn handen gingen, die er mijn leven lang zijn geweest. Die me terugbrengen naar momenten die hooguit mijn zus nog een beetje met me deelt. Zonder bijzondere nostalgie overigens.
 

De broodtrommel die al in mijn kleuterjaren op een plank bij de kelder stond en waar ik toen niet bij kon, omdat er een trapgat voor zat en ik nog te klein was. Reden waarschijnlijk waarom er toen ook wel lekkere dingen in gezet werden, waar ik niet aan mocht. Cake bijvoorbeeld. Ik herinner me dat ik eens probeerde of ik erbij en bijna in het gat viel. En mijn moeder boos..


In een la vind ik een broodmes dat in mijn kinderjaren altijd hoog in een keukenkastje lag, alweer omdat ik er niet aan mocht. Omdat het te scherp was. Nu ligt het gewoon in de keukenlade en mag ik er gewoon bij. Ik voel over het lemmet. “Het snijdt nog goed”, hoor ik mijn moeder in gedachten zeggen. “Waarom zou je het weggooien?”

We kunnen niet anders dan het alsnog weggooien. Het zijn spullen zonder nostalgische waarde, ik zei het al, maar toch doet het een beetje pijn er afscheid van te nemen. Omdat de pijn van het afscheid vaak zit in onbeduidende dingen.

Laat ik het zo maar een beetje verwoorden. Het levert geen mooie plaatjes op. Daarom maar openen met een AI-plaatje. Een beetje tegen mijn principe in.

zondag 1 februari 2026

Toilet maken


Dame Laura Knight

Het internet is toch een verrijking van ons leven. Ik kn zomaar curator worden van een eigen kleine tentoonstelling. Dames die hun toiletten maken voor de spiegel. Als ik meer kamers ter beschikking had gehad had ik de expositie nog oneindig kunnen uitbreiden, totdat het duizenden. Ik zou een voorwoord in de catalogus waarin ik uitweidde over het belang voor de vrouw om er goed uit te zien, voor zichzelf, voor de man. En over het belang voor de man, voor zichzelf, maar ook zo ook weer voor de vrouw. Het brengt een balans in relaties die wezenlijk is voor de menselijke vooruitgang. Een belang dat zich sinds eeuwen heeft bewezen. En overal weer herhaald. Een vrouw die zicht opdoft. Telkens weer.

De enige waarheid zit altijd weer in de herhaling. En in de schoonheid van de vrouw. Dat zou ik schrijven.


Joseph DeCamp (1858-1922)
Wilhelm Hempfing (1866-1948)


William Merrit Chase (1849-1916)




Richard Edward Miller (1875-1943)


Alfred Stevens (1823-1906)



Walter MacEwen (1860-1943)





Maria Wandscheer (1856-1936)





Maren Froelich (1868-1921)



Alfred Stevens (1823-1906)



Frans Simons (1855-1919)
Walter MacEwen (1860-1943)

Algernon Talmage
Ferdinand Dorsch (1875-1938)
 
 

Auguste Toulmouche (1829-
Alfred Stevens (1823-1906)


TWilliam Merrit Chase (1849-1916)
Manuel Robbe (1872-1936)


Rupert Bunny (1964-1947)
Joaquim Sunyer de Miro (1875-1956)


Wilhelm Menzler (1846-1926)
George Hendrik Breitner (1857-1923)


Roma Rivera (1849-1935)
Richard Edward Miller (1875-1943)


Philip Wilson Steer (1860-1942)
Frederick Carl Frieseke (1874-1939)


Alson Skinner Clark (1876-1949)
Ulisse Capitolijns (1872-1948)

Robert Graafland 1875-1940)
Jacqueline Williams (1962)