Labels

dinsdag 3 februari 2026

Hoe vaak hoe weinig

 
Christopher Wood (1901-1930), “Raam in Marseille”, 1927


Hoe vaak je verandert,
Hoe zelden je blijft,
Hoe meer we ons denken,
Hoe verder je drijft,
Hoe groter je ruimte,
Hoe veel je ook schrijft,
Hoe langer we duren,
Hoe weinig beklijft.



maandag 2 februari 2026

Bewaren




Mijn moeder was niet van het weggooien. Ze zag het niet meer goed en regelmatig moesten we in haar laatste jaren al levensmiddelen uit de voorraad verwijderen die soms jaren over de datum waren. “Ons mam ziet het niet meer”, was dan het excuus.

Maar dat excuus ging niet altijd op. Ik pik er twee dingen uit die bij het opruimen door mijn handen gingen, die er mijn leven lang zijn geweest. Die me terugbrengen naar momenten die hooguit mijn zus nog een beetje met me deelt. Zonder bijzondere nostalgie overigens.
 

De broodtrommel die al in mijn kleuterjaren op een plank bij de kelder stond en waar ik toen niet bij kon, omdat er een trapgat voor zat en ik nog te klein was. Reden waarschijnlijk waarom er toen ook wel lekkere dingen in gezet werden, waar ik niet aan mocht. Cake bijvoorbeeld. Ik herinner me dat ik eens probeerde of ik erbij en bijna in het gat viel. En mijn moeder boos..


In een la vind ik een broodmes dat in mijn kinderjaren altijd hoog in een keukenkastje lag, alweer omdat ik er niet aan mocht. Omdat het te scherp was. Nu ligt het gewoon in de keukenlade en mag ik er gewoon bij. Ik voel over het lemmet. “Het snijdt nog goed”, hoor ik mijn moeder in gedachten zeggen. “Waarom zou je het weggooien?”

We kunnen niet anders dan het alsnog weggooien. Het zijn spullen zonder nostalgische waarde, ik zei het al, maar toch doet het een beetje pijn er afscheid van te nemen. Omdat de pijn van het afscheid vaak zit in onbeduidende dingen.

Laat ik het zo maar een beetje verwoorden. Het levert geen mooie plaatjes op. Daarom maar openen met een AI-plaatje. Een beetje tegen mijn principe in.

zondag 1 februari 2026

Toilet maken


Dame Laura Knight

Het internet is toch een verrijking van ons leven. Ik kn zomaar curator worden van een eigen kleine tentoonstelling. Dames die hun toiletten maken voor de spiegel. Als ik meer kamers ter beschikking had gehad had ik de expositie nog oneindig kunnen uitbreiden, totdat het duizenden. Ik zou een voorwoord in de catalogus waarin ik uitweidde over het belang voor de vrouw om er goed uit te zien, voor zichzelf, voor de man. En over het belang voor de man, voor zichzelf, maar ook zo ook weer voor de vrouw. Het brengt een balans in relaties die wezenlijk is voor de menselijke vooruitgang. Een belang dat zich sinds eeuwen heeft bewezen. En overal weer herhaald. Een vrouw die zicht opdoft. Telkens weer.

De enige waarheid zit altijd weer in de herhaling. En in de schoonheid van de vrouw. Dat zou ik schrijven.


Joseph DeCamp (1858-1922)
Wilhelm Hempfing (1866-1948)


William Merrit Chase (1849-1916)




Richard Edward Miller (1875-1943)


Alfred Stevens (1823-1906)



Walter MacEwen (1860-1943)





Maria Wandscheer (1856-1936)





Maren Froelich (1868-1921)



Alfred Stevens (1823-1906)



Frans Simons (1855-1919)
Walter MacEwen (1860-1943)

Algernon Talmage
Ferdinand Dorsch (1875-1938)
 
 

Auguste Toulmouche (1829-
Alfred Stevens (1823-1906)


TWilliam Merrit Chase (1849-1916)
Manuel Robbe (1872-1936)


Rupert Bunny (1964-1947)
Joaquim Sunyer de Miro (1875-1956)


Wilhelm Menzler (1846-1926)
George Hendrik Breitner (1857-1923)


Roma Rivera (1849-1935)
Richard Edward Miller (1875-1943)


Philip Wilson Steer (1860-1942)
Frederick Carl Frieseke (1874-1939)


Alson Skinner Clark (1876-1949)
Ulisse Capitolijns (1872-1948)

Robert Graafland 1875-1940)
Jacqueline Williams (1962)