Labels

Posts tonen met het label Schilderij. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Schilderij. Alle posts tonen

woensdag 1 april 2026

Drie zusters

 
“Three Bohemian Noble Sisters in the Emperor’s Court”

Je hebt tegenwoordig AI kunstenaars. Ene Bruno Cerboni Bajardi (1969) noemt zich zo en komt tot bovenstaand portret. Ik heb veel bedenkingen bij AI, uiteindelijk zal het zich tegen ons keren, maar dit is toch geweldig gemaakt. Ik zou bijna zeggen: ik sta perplex. Verrassend vind ik eerlijk gezegd te zwak.

Laat ik het ook eens proberen!

Ik google op “Drie zusters”, vind een mooie foto van een theatervoorstelling, ik pas de foto aan via Chat-GPT en voila, ik heb een AI-kunstwerk dat op groot formaat volgens mij in weinig musea zou misstaan. Zie hieronder. De drie gratiën, op hun best, zou ik zeggen. Ze kijken je aan, zeg maar hoe?

Mooi toch? Ik vind het mooi.

Tegelijkertijd voelt het een beetje eng. Ik weet niet waar het allemaal naartoe gaat. Maar het kan perspectief bieden voor een nieuwe hobby. Al is het maar voor mijn blog.


Mijn “Drie zussen”, met behulp van AI

vrijdag 27 maart 2026

Aflopende tijd

 
Gustav Klimt, “Scloss Kammer am Attersee IV”, 1910

Wat beweegt een schilder om een bepaald thema tot onderwerp te maken van een schilderij? Ik vraag me dat af en kijk naar een landschap van Klimt. Portretten maakte hij regelmatig in opdracht, maar waarom ging hij zitten tegenover Schloss Kammer aan de Attersee.

Of in een bootje.

Klimt maakte regelmatig boottochtjes met Emilie Flöge over de Attersee. Hij moet getroffen zijn door de schoonheid van het tafereel, zoals ik bij het kijken naar zo’n schilderij. Ik voel zijn rust in een tijd vol onrust en dreiging.

Er zit meer als 100 jaar tussen, maar zo ontstaat er toch een verbinding waarin tijd geen rol speelt. Ik voel zijn zwaarmoedigheid, een zekere eenzaamheid, maar ook het gevoel dat het leven mooi kan zijn. Als troost.

Maar dat alles is niet om te zeggen dat de tijd geen rol speelt. Alles loopt af, en tegelijk ook weer niet.

woensdag 18 maart 2026

Kloppend in mijn hoofd

 
Sir Henry Raeburn, “Mrs Robert Scott Moncrieff”, 1814,
76,5 x 64 cm, National Galleries of Scotland.

Ik was in  de National Galleries of Scotland in Edinburgh en verbaasde me over de kwaliteit van de collectie. Tussen de schilderijen van Rembrandt, Vermeer, Hals, werd ik getroffen door bovenstaand portret van Sit Henry Raeburn (1756-1823) uit 1814. De geportretteerde is Margaritta MacDonald, oftewel Mrs Robert Scott Moncrieff (1779-1824). Haar echtgenoot, een wijnhandelaar uit Edinburgh, vriend van Raeburn en Ivanhoe-schrijver Walter Scott, die hem beschreef als bescheiden en vriendelijk. Toen ze op 45-jarige leeftijd overleed was hij ontroostbaar. Bijna dertig jaar zou hij haar overleven zonder te hertrouwen en hield het portret altijd prominent zichtbaar in zijn eetkamer.

Dit is wat ik kan vinden. Geen idee waaraan Margaritta is overleden. Geen idee ook of ze net zoveel van haar man hield als hij van haar. Of ze gelukkig was. Ik probeer me voor te stellen wat haar man moet hebben gedacht op momenten dat hij alleen in zijn eetkamer zat en gebiologeerd naar haar portret staarde, zoals ik er afgelopen zondag. 

Het is ook echt een facinerend portret. In de zachte focus en het clip-obscure herkennen we de invloed van Rembrandt, maar het is niet dat niet wat mij zo trekt. Het is de geportretteerde zelf, haar schoonheid, de dromerige blik, misschien zelfs haar decolleté. De naam Margaritta klopt door mijn hoofd. Het eigentijdse van haar verschijning is frapperend, waaruit ik afleid dat wij mensen zoveel niet veranderd zijn in twee eeuwen tijd. De romans van Scott kunnen nog steeds worden gelezen. Misschien moet ik dat maar eens gaan doen als ik straks wat meer tijd heb.

woensdag 11 maart 2026

Interieurs Niçoise

  

Henri Matisse schildert zijn model Henriette Darricarrère, Place Charles-Felix studio, Nice, 1921. 
Foto 
Marguerite Matisse.

In december 1917 vestigde Henri Matisse zich in Nice en huurde daar een kamer in Hôtel Beau-Rivage, waar hij tot 1921 zou verblijven. Daarna verhuisde hij naar een appartement met atelier aan de Place Charles-Félix. Matisse schilderde er een groot aantal interieurs, veelal met vrouwen, zoals zijn dochter Marguerite en zijn belangrijkste model uit die periode Henriette Darricarrère. De werken werden gekenmerkt door helder licht, felle kleuren en een focus op decoratieve vaak oosters-exotische motieven, waarbij hij de kleuren van het weefsel probeerde te "vertalen" in de kleuren van zijn palet. De blik van de vrouwen is onverkort afwezig, contemplatief. Opvallend is het gebruik van zwart in kleur van zijn licht. 

Ik zou een kleine tentoonstelling willen openen en een net zo kleine catalogus schrijven, die ik zou openen met een vrij vertaald stukje van het gedicht dat Louis Aragon in 1947 over Matisse schreef:

J'explique le parfum des formes passagères Ik leg de geur uit van vluchtige vormen
J'explique ce qui fait chanter le papier blanc Ik leg uit hoe het wit papier zingt
J'explique ce qui qu'une feuille est légère Ik leg uit hoe licht een blaadje brandt
Et les branches qui sont des bras un peu plus lents En de takken als armen zo traag

Hieronder een twaalftal werken, rustgevend in zichzelf:


De boudoir, 1921


Jong meisje in Moorse stijl, groene jurk, Nice, 1921


Het Moorse scherm, 1920


Vrouw aan het raam, Nice, 1921


Jonge vrouw speelt viool, 1921


Interieur te Nice, 1921


Meditatie na het bad, 1920


Vrouw leest aan de kaptafel, Nice, 1919


Boten in Nice, 1921


Interieur in Nice, 1920


Soest, interieur in Nice, 1922


Zittende vrouw met de rug naar het open raam, Nice, 1922

vrijdag 20 februari 2026

Zon in februari

 


Ik ben in de Algarve, we fietsen langs de zuidkust. Het landschap is mooi. Er is zon in februari. Alles is goed, althans voor nu. Twee schilderijen van Cedric Morris (1889-1982) volstaan voor vandaag. Omdat het landschap herken. Zo veel is niet verandert in een mensenleven, niet buiten het seizoen wel te verstaan. Ik ben een gezegend mens. Vandaag durf ik dat zeggen.




dinsdag 10 februari 2026

Grote namen

 


Toen ik ruim een jaar was, in april 1961, enig kind nog, lieten mijn ouders mijn portret schilderen. Op basis van een foto natuurlijk. Stilzitten op die leeftijd is moeilijk, ook voor mij. Toen ze het schilderij ontvingen waren ze een beetje verbolgen omdat de kunstenaar de foto als onderlegger had gebruikt. Ingekleurd, zou je kunnen zeggen. Het voelde een beetje als bedrog.

Toch heeft het portret in mijn ouderlijk huis gehangen tot mijn moeder 23 jaar geleden verhuisde. Nu, na haar overlijden, vind ik het terug op zolder. Zoiets doe je niet weg. Mijn moeder heeft het bijna 65 jaar in huis gehad. Uiteindelijk heb ik het nu dan ook maar meegenomen, zonder enige intentie het ergens op te hangen. Maar weggooien vond ik geen optie.

Ik vroeg Chat GPT om versies van het portret te maken van Van Gogh, Renoir, Rembrandt zelfs. Best aardig, vind ik zelf. De verschillen zijn niet eens zo gigantisch. Ik vraag me af hoezeer een naam bepalend is voor dat wat we mooi noemen in de kunst. Of dat het iets uitmaakt of iets origineel geschilderd is of een overgeverfde foto. Eigenlijk is het best een mooi portretje.

Maar het is geen Renoir, geen Van Gogh, geen Rembrandt. Het portret zal wel weer op zolder belanden. Om uiteindelijk een keer te verdwijnen. Zo gaat dat met de naamlozen.


Renoir


Van Gogh


Rembrandt


donderdag 5 februari 2026

Weltevreden


Piet Mondriaan, “Boerderij bij Duivendrecht”, 1916

Piet Mondriaan is vooral gekend om zijn geometrisch-abstracte werk. Het was vernieuwend, in een museale ruimte kan dat mooi uitkomen, maar ik heb er niet echt iets mee. Mooier is zijn “Boerderij Weltevreden bij Duivendrecht”. In de periode 1905 – 1916 schildert en tekent hij Weltevreden zo’n vijftien keer, bij verschillende weersomstandigheden en in diverse formaten en technieken. Het doet denken aan Monet.

Het is de kracht van de herhaling, zonder te weten waarom. Zoals je ook God niet wilt vragen waarom.

Bovenstaande schilderij is het mooiste, in een afgewogen compositie met de partiële weerspiegeling in het water, met een decoratieve abstractie in de bomen. Het geometrische aspect, dat Mondriaan zo ging obsederen, is hier al herkenbaar. De kleurstelling dwaalt weg van de werkelijkheid en geeft de schijn van een nieuwe wereld. Die zou zich later ten volle openbaren in het werk van Mondriaan, maar voor mij had hij het hierbij mogen laten.

Het leven is zo slecht nog niet. Schoonheid geeft troost. Ik kan hier uren naar kijken.




















zondag 1 februari 2026

Toilet maken


Dame Laura Knight

Het internet is toch een verrijking van ons leven. Ik kn zomaar curator worden van een eigen kleine tentoonstelling. Dames die hun toiletten maken voor de spiegel. Als ik meer kamers ter beschikking had gehad had ik de expositie nog oneindig kunnen uitbreiden, totdat het duizenden. Ik zou een voorwoord in de catalogus waarin ik uitweidde over het belang voor de vrouw om er goed uit te zien, voor zichzelf, voor de man. En over het belang voor de man, voor zichzelf, maar ook zo ook weer voor de vrouw. Het brengt een balans in relaties die wezenlijk is voor de menselijke vooruitgang. Een belang dat zich sinds eeuwen heeft bewezen. En overal weer herhaald. Een vrouw die zicht opdoft. Telkens weer.

De enige waarheid zit altijd weer in de herhaling. En in de schoonheid van de vrouw. Dat zou ik schrijven.


Joseph DeCamp (1858-1922)
Wilhelm Hempfing (1866-1948)


William Merrit Chase (1849-1916)




Richard Edward Miller (1875-1943)


Alfred Stevens (1823-1906)



Walter MacEwen (1860-1943)





Maria Wandscheer (1856-1936)





Maren Froelich (1868-1921)



Alfred Stevens (1823-1906)



Frans Simons (1855-1919)
Walter MacEwen (1860-1943)

Algernon Talmage
Ferdinand Dorsch (1875-1938)
 
 

Auguste Toulmouche (1829-
Alfred Stevens (1823-1906)


TWilliam Merrit Chase (1849-1916)
Manuel Robbe (1872-1936)


Rupert Bunny (1964-1947)
Joaquim Sunyer de Miro (1875-1956)


Wilhelm Menzler (1846-1926)
George Hendrik Breitner (1857-1923)


Roma Rivera (1849-1935)
Richard Edward Miller (1875-1943)


Philip Wilson Steer (1860-1942)
Frederick Carl Frieseke (1874-1939)


Alson Skinner Clark (1876-1949)
Ulisse Capitolijns (1872-1948)

Robert Graafland 1875-1940)
Jacqueline Williams (1962)