![]() |
| “Three Bohemian Noble Sisters in the Emperor’s Court” |
![]() |
| Mijn “Drie zussen”, met behulp van AI |
![]() |
| “Three Bohemian Noble Sisters in the Emperor’s Court” |
![]() |
| Mijn “Drie zussen”, met behulp van AI |
![]() |
| Marie Krøyer (Triepcke) door Bertha Wegmann (detail), 1885 |
![]() |
| Gustav Klimt, “Scloss Kammer am Attersee IV”, 1910 |
![]() |
| Eric Harald MacBeth Robertson, “Miss Maidie And Miss Elsie Scott”, 170 x 137 cm, National Galleries of Scotland, Edinburgh |
‘De zee die klaagt en weet niet waarom’; ‘de aarde <…> waaruit ‘t kooren groeit, dat groen is en geel wordt en wordt gemaaid en de hoge garven staan op de geele stoppels, en de aarde weet er niet van’; en de lucht en het kanaal en de schemering en het licht zouden er altijd weer zijn, ‘en ze zouden nergens van weten’.
Je kunt natuurlijk, zeker hier in Nijmegen waar de auteur graag kwam en veel gewandeld heeft, proberen van alles over hem te weten te komen. Maar zo ontdek je alleen iets over degene die zich achter dat pseudoniem verborg, niet over wat dat pseudoniem zelf, wat Nescio te zeggen heeft.
Als het ons niet om Frits Grönloh, maar om Nescio te doen is, en als we niet zijn als de vrouw van de auteur van Dichtertje, die dat onderscheid niet wist te maken, dan lijkt er maar één bron te zijn, en dat is de auteur zelf; en die heeft gezegd wat hij te zeggen had in zijn paar verhalen (de vele schetsen en pogingen zijn door de auteur zelf teruggehouden en de honderden bladzijden natuur-dagboek zijn waarschijnlijk eerder van Grönloh dan van Nescio). We moeten het doen met die krap 200 bladzijden prozagedichten.
Dat schrijft Paul van Tongeren. Ik schreef ook al een zoiets naar aanleiding van de verschijning van de dikke Nescio-biografie van Frerichs.
Maar voor ons betekent het dat we achterblijven met drie schitterende verhalen die ons onherstelbaar en onuitwisbaar hebben geraakt. Misschien ook een beetje verblind, maar dan zoals de titaantjes die, nadat ze uren naar de zon hadden zitten kijken, daarna nog veel meer uren lang vooral gele vlekken in hun ogen zagen. Maar die verblinding hoort bij een verwonding die we koesteren.
Paul van Tongeren
![]() |
| Sir Henry Raeburn, “Mrs Robert Scott Moncrieff”, 1814, 76,5 x 64 cm, National Galleries of Scotland. |
![]() |
| Een intense ervaring, de taal voorbij… |
![]() |
| Taal vormt onze ervaringen… |
![]() |
| Edna St. Vincent Millay door Arnold Genthe, 1914 |
Liefde is zeker niet alles,geen vlees, geen drinken,Geen sluimerslaap,geen dak tegen regen,Niet eens het drijfhoutvoor mensen die zinken,En boven komen,en zinkenen boven komen,en weer zinken,Liefde is het levennooit echt ontstegen.
Met dank aan Edna St.Vincent MillayLove is not all: it is not meat nor drinkNor slumber, nor a roof against the rain;Nor yet a floating spar to men that sinkAnd rise and sink and rise and sink again.
![]() |
| Henri Matisse schildert zijn model Henriette Darricarrère, Place Charles-Felix studio, Nice, 1921. Foto Marguerite Matisse. |
![]() |
| Jong meisje in Moorse stijl, groene jurk, Nice, 1921 |
![]() |
| Het Moorse scherm, 1920 |
![]() |
| Vrouw aan het raam, Nice, 1921 |
![]() |
| Jonge vrouw speelt viool, 1921 |
![]() |
| Interieur te Nice, 1921 |
![]() |
| Meditatie na het bad, 1920 |
![]() |
| Vrouw leest aan de kaptafel, Nice, 1919 |
![]() |
| Boten in Nice, 1921 |
![]() |
| Interieur in Nice, 1920 |
![]() |
| Soest, interieur in Nice, 1922 |
![]() |
| Zittende vrouw met de rug naar het open raam, Nice, 1922 |
![]() |
| Barend met frieten |
![]() |
| George Hendrik Breitner, “Staand naakt”, 1893 |
![]() |
| Edward Steichen, Miss Fanny Haven Wickes, december 1924 |
![]() |
| Beatrice Offor, “The glazen bol”, ca. 1900 |
![]() |
| Henri Matisse, “Het open raam”, 1918 |
![]() |
| Konstantin Korovin,”Wandelen”, 1896 |
![]() |
Laurits Tuxen, “De tweede vrouw van de kunstenaar met Nina en Yvonne in de tuin te Skagen”, ca. 1900 |
![]() |
| Vilhelm Hammerhøy, “Interior, Strandgade 30”, 1901 |